De verjongingskuur van Studio Sport

Bij Studio Sport moet de komende jaren een wisseling van de wacht plaatsvinden, chef ad interim Martijn Lindenberg. 'Als je niet voor die opvolging zorgt, dan word je zwak....

DE GENERATIE van vijftigers en bijna-vijftigers als Theo Reitsma, Mart Smeets, Evert ten Napel en Eddy Poelmann, al jarenlang de vertrouwde gezichten en stemmen voor sportliefhebbers, moet beseffen dat 'je niet tot je pensionering op een scherpe positie kunt blijven zitten', aldus hun huidige chef Martijn Lindenberg, zelf 52. Lindenberg: 'Als zij naast hun commentaarwerk met voorstellen komen om in de aanloop naar een WK of Olympische Spelen een serie programma's te maken of plannen hebben om andere commentatoren te begeleiden, dan valt daar met mij over te praten. Zo maak je de opvolging mogelijk.'

De NOS-regisseur, die deze zomer Kees Jansma opvolgde en in ieder geval tot het einde van dit jaar de baas blijft bij het best bekeken programma van de publieke omroep, vindt meer ruimte voor jongeren essentieel voor Studio Sport. Lindenberg: 'Als je niet voor die opvolging zorgt, dan word je zwak.' Wie hij tot die jonge talenten onder de presentatoren rekent? 'Annette van Trigt, Umberto Tan, Toine van Peperstraten, Tom Egbers en Edward van Cuilenborg.'

Het gesprek met Lindenberg vindt plaats op een terrasje aan de boulevard van het Zuid-Franse Cannes. Op loopafstand voltrekt zich een grote internationale televisievakbeurs, de MIP Com, maar Lindenberg, volgens zijn collega's een workaholic, houdt zich ditmaal afzijdig. Hij poogt in Cannes enkele dagen vakantie te houden, maar blijft vanaf het strand mobiel verbonden met Hilversum.

Lindenberg behoort tot de oudstgedienden bij Studio Sport. Met Theo Reitsma is hij de enige die in de jaren zestig nog de generatie van Koen Verhoeff en Herman Kuiphof heeft meegemaakt. Het toenmalige Sport in Beeld telde vijf redacteuren en twee regisseurs. Inmiddels is Studio Sport uitgegroeid tot een fabriek van sportuitzendingen die aan 120 mensen werk verschaft. 'Dagelijks maken wij alleen al zeven sportjournaals: drie in de ochtend, een bij de lunch en drie 's avonds. Dat zie je nergens in Europa. Ook de BBC maakt lang niet zoveel uitzendingen.'

Van een overkill aan sport bij de publieke omroep is volgens Lindenberg beslist geen sprake. 'Kijk naar de kijkcijfers. Sla er elk blad of elke krant op na en kijk hoeveel aandacht er aan sport wordt gegeven. De mensen hebben meer vrije tijd gekregen en dus behoefte aan entertainment. Die behoefte is heel groot. Voordat een sportprogramma begint, kijken vijftigduizend mensen alleen al naar het testbeeld.'

Anders dan zijn collega-vijftigers is Lindenberg sedert jaren bezig zijn rol bij Studio Sport te veranderen. Als regisseur bouwde hij een indrukwekkende staat van dienst op door zijn registraties van alle wereldkampioenschappen voetbal sinds 1974, ettelijke Olympische Spelen, de Elfstedentochten, en, ook spectaculair, de kroning van Beatrix in 1980. In de afgelopen tien jaar is hij zich ook met andere zaken gaan bezighouden. Als plaatsvervangend chef, de tweede man na Jansma, was hij verantwoordelijk voor de financiën en sloot hij de meeste contracten met sportbonden en andere organisatoren van evenementen. Zijn regiewerk bouwt hij al jaren geleidelijk af. 'Ik heb drie jaar geleden al aangegeven dat de Winterspelen in Lillehammer mijn laatste Spelen zouden zijn. Datzelfde geldt voor het voetbal, de WK's en de Champions League.'

De ruimte die hij zo aan jongere regisseurs laat, zouden oudere presentatoren en commentatoren ook aan hun opvolgers moeten gunnen. 'Ik weet wel dat ik als regisseur wat makkelijker praten heb, maar het moet wel gebeuren.' Dat Mart Smeets in augustus overwogen heeft iets geheel anders te gaan doen en een gesprek voerde met concurrent Canal+ kan Lindenberg niet bekoren. 'Ik wil absoluut niet dat Mart weggaat. Ik heb tegen hem gezegd: geef ons aan hoe je het zou willen.'

Lindenberg zegt met Studio Sport de weg van voorganger Jansma te willen vervolgen. 'Je kunt niet in een paar maanden de boot een geheel andere kant op laten varen.' Voor de wat langere termijn heeft hij wel uitgesproken ideeën over een 'modernere organisatie' van Studio Sport. 'Je kunt niet meer volstaan met een spitsvormige constructie met één man aan de top.' Lindenberg wil vijf divisies creëren: redactie, financieel beheer, wekelijkse productie, grote projecten en een afdeling voor externe contacten met onder meer de sportbonden. 'Sport is een bedrijf geworden. De realiteit gebiedt dat te zeggen. Dat is ook niet erg.'

COLLEGA Smeets uitte in mei in de Volkskrant scherpe kritiek op Studio Sport, waar commerciële motieven het steeds vaker zouden winnen van sportjournalistieke overwegingen. Als voorbeelden noemde hij de overdreven aandacht voor een tennistoernooi in Rosmalen en een in zijn ogen onbeduidende wielerwedstrijd, onderdeel van een package deal met de Tour-de-Francedirectie. Lindenberg: 'Dat waren heel ongelukkige uitspraken. Ze zijn ook niet waar. Die wielerwedstrijd was geen rondje over de boulevard en een tennistoernooi met een finale Chang - Krajicek in de week voor Wimbledon is absoluut niet onbeduidend. Smeets had kennelijk last van de hitte. Maar goed, ik ken hem al 150 jaar. Zand erover.'

Journalistieke afwegingen domineren bij Studio Sport nog steeds, meent Lindenberg. Waarom kon de redactie dan afgelopen woensdag niet kiezen tussen Barcelona - PSV en Feyenoord - Kosice? 'Omdat je kijkersgedrag niet kunt voorspellen. Je moet de mensen niet beknotten in hun wil om ergens naar te kijken. Bij ons krijg je pay per view zonder dat je een rekening hoeft te betalen.'

LINDENBERG is dan ook fervent voorstander van het experiment om gelijktijdig voetbaluitzendingen via twee netten van de publieke omroep te tonen. 'De eerste keer was het een groot succes: we hadden vijfhonderd- tot zevenhonderdduizend meer kijkers en een half miljoen extra aan STER-inkomsten.' Maar door een klacht van de educatieve omroep RVU die een uitzendavond verloren zag gaan, staakt het experiment na twee keer. 'Soms wint omroeppolitiek het van een goed idee', gromt Lindenberg. 'Volgend jaar gaan we het weer voorstellen. Zo'n beslissing moet opnieuw ter discussie kunnen komen.'

Canal+ heeft zich dit seizoen als serieuze concurrent van Studio Sport aangediend. De zender heeft 68 wedstrijden van de PTT-Telecompetitie live in de aanbieding, met commentaar van Kees Jansma. Opmerkelijk genoeg doet de NOS de productie van die wedstrijden samen met de betaalzender. Kweekt Lindenberg daarmee niet zijn concurrent op? 'Dat wij dat samen met Canal+ doen, komt omdat wij een verzoek kregen van de Eredivisie NV. Die heeft ons gevraagd het productieprobleem op te lossen, omdat ze niet dezelfde problemen wilden hebben als bij Sport 7. Op dat verzoek zijn we ingegaan. Oké, je maakt hun product wat sterker, maar ik zie daar verder niet zo'n groot gevaar in.'

Of hij kandidaat is om Jansma na 31 december op te volgen wil Lindenberg niet aangeven. 'Dat is nu nog niet opportuun.' Wel wil hij kwijt dat de nieuwe functie hem bevalt. 'Het is zwaar, maar het is ook aangenaam.'

Fokke Obbema

Meer over