De veerboot

' Buiten de stad zeggen mensen minder'

Peters Arjan

Daar kun je niet omheen als je iemand ontmoet die Helle Helle heet, de Deense meesteres van de suggestie, die in luttele pagina's en een enkel dialoog-extract een hele wereld kan oproepen - om de prangende vraag of haar naam geen pseudoniem is. De klare eenvoud daarvan, die zich door haar zeldzaamheid niettemin direct in het geheugen vastzet, past wonderwel bij haar korte verhalen en romans. De laatste is in het thuisland al twee jaar een doorslaand succes, en verschijnt onder de titel De veerboot volgende week in het Nederlands.

De 41-jarige schrijfster, die haar bezoek verwelkomt op de burelen van haar Deense uitgever in het centrum van Kopenhagen, laat niet merken hoe vaak ze dit antwoord al heeft moeten geven: 'Als achternaam komt Helle in mijn moeders familie voor. Toen zij trouwde met een Olsen, kreeg ik Helle als voornaam, opdat haar naam niet verloren zou gaan. Daarna huwde en scheidde mijn moeder verschillende keren. Ik kreeg de ene na de andere achternaam.

'Op mijn 18de was ik al vier keer van naam veranderd: Helle Olsen, Helle Hansen, Helle Krogh Hansen en Helle Krogh. Omdat ik daar genoeg van had, nam ik de achternaam van mijn moeders familie aan, en werd toen Helle Helle. Zo staat het in mijn paspoort. Ik heb er later wel spijt van gekregen, maar ik heb geen zin het nóg weer eens te veranderen.'

Waarmee we al meteen verzeild lijken in De veerboot, dat oorspronkelijk in 2005 onder de titel Rødby-Puttgarden verscheen, de prijs van de gezamenlijke Deense kritiek verwierf en inmiddels toe is aan de tiende druk.

Veerboot

Het is het subtiele verhaal over de zusjes Jane (20) en Tine (25), woonachtig in het zuidelijke plaatsje Rødby dat in heel Denemarken bekend is door de veerbootverbinding met het Duitse Puttgarden. Ze hebben verschillende vaders en zijn opgevoed door moeder. Die zelf weer een moeder had met een hele rits mannen: 'Die zaten ineens in de kamer de krant te lezen of stonden in de tuin te schoffelen wanneer ze uit school kwam.'

Tot ze bij het ontbijt naar beneden kwam, en haar moeder weer alleen aantrof. 'Dan was Knud-Erik weer vertrokken, omdat hij eigenlijk niks te zeggen had, of omdat hij de hele avond mayonaise in zijn mondhoek had zitten. Fnuikend.'

Zo lichtvoetig en fijntjes, zonder schokeffecten kan Helle Helle een situatie etsen, dat de argeloze lezer pas in tweede instantie een oplawaai krijgt. Dat geeft ook De veerboot een speciale lading. Het relaas over de jonge meisjes die op de parfumafdeling werken van de veerboot - een werveling van wufte odeurtjes, schuimend water en soms spannende passanten - is ogenschijnlijk haast aandoenlijk.

Helle Helle hoefde hiervoor geen research te verrichten: 'Zelf groeide ik op in Rødby, tussen mijn tweede en achttiende. Elke familie had wel iemand bij de veerdienst werken. Mijn moeder was er vijftien jaar parfumverkoopster, mijn zus bediende in het bootrestaurant, haar vader was zeeman, en ik zelf heb ook een half jaar op de parfumafdeling gestaan. Maar mijn moeder leeft nog.'

Die in het boek niet. De moeder van Jane en Tine is kort tevoren gestorven, en mannen zijn bepaald geen constante factor, zodat de lezer stilaan begint te geloven dat Helle Helle een Zuid-Deense variant aflevert van de grote 19de-eeuwse romans over jonge, nerveuze vrouwen à la Anna Karenina, Emma Bovary, Effi Briest en Eline Vere, die gevangen zitten in hun milieu - onwrikbaar, en geen veerboot die daar verandering in kan brengen.

Helle Helle: 'Ja, je kunt die zusjes ietwat berustend noemen. De vrouwen in mijn boeken zijn altijd erg goed in verlangen. Ze kennen grote emoties, maar dan sluimerend, haast verborgen, achter het alledaagse leven. De ene criticus hier schreef: ongelooflijk dat iemand een boek kan schrijven over een onbeduidend plaatsje waar niets gebeurt.

'Een andere: het lijkt wel of die zusjes niets bijzonders van het leven verwachten. Volgens mij is dat niet waar. Het meisje Jane dat het verhaal vertelt

, bevindt zich in een dilemma: ze is thuis in dat kleine plaatsje waar haar hele familie altijd heeft gewoond, maar ze heeft wel verlangens naar iets anders. Laten we niet vergeten dat ze nog maar net 20 is. Ze moet er alleen nog achter komen hoe ze daar weg kan, zonder alles te verliezen.

'Waarom toch altijd die verlangende vrouwen?, heb ik me vaak afgevraagd. En ik dacht: misschien raak je daar wel bedreven in wanneer je opgroeit in een plaats vlak bij water. Zelf zit je vast, maar je ziet voortdurend ánderen de oversteek maken, komen en weer gaan.'

Er wordt druk gestorven in de bescheiden roman, en er gebeurt daarnaast voldoende om zachtjes van te gaan jammeren, maar wonderlijk genoeg behoudt De veerboot ook zijn luchtigheid, en nemen de zusjes de tragedie van hun levens niet te zwaar op. Helle Helle: 'Vier mensen gaan dood in een week tijd, zoals de eerste zin bijna opgewekt meedeelt. Geen pretje. Maar omdat het zo vaak gebeurt, hebben de zusjes geleerd hun tranen weg te vegen en weer rechtop verder te leven. In dat opzicht zou je hen zelfs sterke vrouwen kunnen noemen.

'Ze rooien het, zonder mannen. Tine heeft een dochtertje, maar haar man is verdwenen. Jane heeft af en toe een vriend, maar houdt die evenmin vast.

'Mijn vorige roman uit 2002 heeft de lange titel De gedachte aan een ongecompliceerd leven met een man. Op de dag dat dat verscheen, dacht ik: het volgende boek gaat over vrouwen zónder mannen. Nou, en dan moet het wel in Rødby spelen, wist ik al snel, want ik groeide daar zelf op met mijn zus en moeder. Dat had je daar veel: vrouwen alleen, en mannen op wie je niet kon rekenen, waardoor die vrouwen een soort droge manier ontwikkelden om naar hun eigen tragedie te kijken. De mannen komen en gaan - en ze gáán voornamelijk. Daar kun je ook iets humoristisch in zien.'

Intimiteit

Die gedempte humor spreekt ook uit de korte dialogen van het type dat veel auteurs plegen te schrappen, zoals deze non-gebeurtenis: 'Je hebt iets in je oog.'

'Waar?'

'Je linker. Dáár.'

'Hier?'

'Vlak daarbij.' (De ene zus helpt de andere.)

'Zo, weg.'

'Dank je.'

De schrijfster hoort de passage glunderend aan. 'Zo schrijf ik. Een beetje als een camera. Zo praten mensen. Ik vertel hier niet wat ze doen, maar hoop dat je dat toch kunt zien, via deze ogenschijnlijk overbodige dialoog. In veel romans spreken de personages uitsluitend veelbetekenende clausen uit. Al zou ik het willen, bij mij lukt dat gewoon niet. Ik ben, geloof ik, beter in kijken dan in analyseren. Waarbij het me interesseert hoe veel je al kunt uitdrukken met een paar woorden.

'Het dialoogje dat jij daarnet citeerde, zegt iets over de intimiteit tussen de zussen. Je staat er als lezer heel dicht op. Dan wordt zien al snel begrijpen en kennen.

'Op een zeker moment vergelijkt Jane zichzelf met een silo aan de rand van een geploegde akker. 'Ik wist niet wat erin zat. Misschien zat er wel niks in.' Ze zegt tegen Tine: 'Ik voel me net een silo.' Dan reageert Tine: 'Ben je soms weer aangekomen? Dan moeten we maar een poosje rauwkost eten.'

Niet het antwoord dat Jane verwacht, haar zus begrijpt haar niet - maar tegelijk is er een verstandhouding die Jane aan het lachen brengt, en die je ook roerend kunt vinden.

'Het is een drama in miniatuurformaat, maar zoiets boeit me meer dan daverende catastrofes of heftige moorden.

'In al mijn boeken gebeurt zowat niks. Echt waar! Geen moer, heeft een criticus hier teleurgesteld geschreven, al toen mijn debuut verscheen. Toen werd ik daar kwaad om, maar in zekere zin heeft hij gelijk. Al wil ik van alles laten gebeuren, het gaat niet. De grote gevoelens en drama's zijn niet afwezig, maar ze zitten bij mij onder het oppervlak.'

Tragikomisch

Na een desastreus uitje met een elektricien in een hotel naast een bouwplaats bij Hamburg vlucht Jane terug naar Rødby. Haar paspoort heeft ze achtergelaten, evenals haar stem, gevolg v

Meer over