tv-recensiearno haijtema

De Van Rossems zijn in Assen, halfedelsteen van het noorden. ‘Precies wat ik dacht’

null Beeld

‘O, ik wist niet dat hier ook daklozen waren’, merkt architectuurhistoricus Vincent van Rossem op, terwijl hij met broer Maarten (alom bekend historicus) en zus Sis (kunsthistoricus) de nieuwbouw van station Assen aan een kritische inspectie onderwerpt. De dakloze in kwestie, een man met een winkelkarrenvracht tassen en spullen, sjokt uit beeld. Jammer, denk je, dat de Van Rossems niet de moeite nemen om hem aan te spreken. Had vast een leuke conversatie opgeleverd.

De Van Rossems in Assen. Beeld NTR
De Van Rossems in Assen.Beeld NTR

Dat dat niet gebeurt in Hier zijn de Van Rossems – zaterdag was de eerste aflevering van een nieuwe, zesdelige reeks stadsbezoeken door het grumpy drietal – ligt vast besloten in het format van de docu-light. Alle aandacht spitst zich toe op de wisselwerking tussen het drietal, wanneer ze geschiedenis, stedenbouwkundige en architectonische kwaliteiten van de bezochte stad van commentaar voorzien. Als het meezit zijn de even goed geïnformeerde als goedgebekte senioren het lekker met elkaar oneens. Dat levert droogkomische scènes op met inzichten zonder welke goed valt te leven, maar die het leergierige leven glans geven.

In Assen, halfedelsteen van het noorden, zijn de broers en zus helaas te eensgezind in hun opvattingen om de uitzending een verzengende lading te geven. Op een bankje aan de 13de-eeuwse Brink nemen ze de geschiedenis van de Drentse hoofdstad door, een aaneenschakeling van meer of minder memorabele highlights. Van middeleeuws klooster tot nieuw Provinciehuis (1887), de aanleg van de karakteristieke vaart en (Assen stond vooraan!) van straatverlichting op gas.

Oké, we hebben een beeld.

Het drietal betreedt het Drents Museum, deels gevestigd in voornoemd provinciehuis. Onder het motto ‘toujours frapper’ begint Vincent in het trappenhuis een kleine tirade tegen de ‘een, twee….zes betrekkelijk grote borden’ met aanwijzingen voor het bezoek (‘niet flitsen’, ‘cameratoezicht’). Idioot grote plakkaten inderdaad, die danig detoneren met de fraai gedecoreerde betegeling. Maarten haalt er een van de wand: twee schroeven en één boorgat wegens verkeerd meten getuigen van de weinig subtiele geest die hier tekeer is gegaan. ‘Zo’n man met boormachine kan het niet helpen dat-ie nergens iets van begrijpt’, constateert Vincent.

Sis staat uitgebreid stil bij een middelmatig 19de-eeuws schilderij (Maarten: ‘De man verstond zijn vak’) met koe, vaart, paard en wagen. Na een vluchtige inspectie van de ondergrondse nieuwbouw van het museum geven de drie het hun stempel van goedkeuring (‘bepaald prachtig’) en reizen ze verder naar de voormalige strafkolonie Veenhuizen. Bewonderen het beeldje van Bartje (‘Ik bid niet veur brune bonen’, citeert Sis de iconische woorden van het joch), inspecteren een hunebed en een villawijk met huizen op zuinige kavels.

Tijd voor het finale oordeel. Assen is, analyseert Vincent, ‘precies wat ik dacht’. Hij zou zich zelfs kunnen voorstellen dat hij er gaat wonen. ‘En als ik dan een suggestie mag doen: overweeg serieus Assen-Zuid.’

We houden het nog even in beraad.

Meer over