boekRecensieDe tunnel

De tunnel van Abraham Yehoshua is een complexe roman vol symboliek over de betekenis van vergeten ★★★★☆

Abraham Yehoshua laat het geheugen van een gepensioneerde ingenieur langzaam aftakelen en roept intussen vragen op over het leven in Israël. Het resultaat is een complexe, bij vlagen kluchtige roman, die rijk is aan symboliek.

Abraham Yehoshua Beeld Leonardo Cendamo / Getty
Abraham YehoshuaBeeld Leonardo Cendamo / Getty

Voornamen schieten hem niet meer automatisch te binnen, op straat herkent hij een oud-collega niet, hij vergeet de startcode van zijn auto en als het erop aankomt, weet hij alleen nog bij benadering waar hij woont. Stapje voor stapje is in De tunnel de aftakeling te volgen van het geheugen van de gepensioneerde ingenieur Zvi Luria. Toch is Abraham Yehoshua’s roman veel meer dan een Israëlische pendant van Bernlefs Hersenschimmen. Het is een complexe, bij tijd en wijle kluchtige roman over ‘twee volken (die) in één vaderland leven’.

Toen hij nog als ingenieur voor de staat werkte, had Luria andere dingen aan zijn hoofd. Op zijn kantoor had hij een portret van Ben-Zvi hangen, de tweede president van Israël. Die had hij hoog zitten, omdat hij ‘een bescheiden en oprechte man’ was, een ‘waarschuwing tegen corruptie’. Asaël Maimoni, de jonge ingenieur die nu in Luria’s oude werkkamer bivakkeert, heeft het portret laten hangen, maar voor hem heeft het een heel andere betekenis en dat verschil is veelzeggend. Het is Maimoni te doen om Ben-Zvi’s overtuiging dat de Palestijnse boeren en de bedoeïenen nazaten zijn van Joden die zich door omstandigheden moesten bekeren tot de islam. De implicatie is niet te missen: vroeger waren ze één volk, waarom zouden ze nu dan niet met elkaar kunnen leven?

Maimoni neemt Luria op sleeptouw door hem als onbezoldigd assistent te betrekken bij de aanleg van een weg in de Negev, het woestijngebied in het zuiden van Israël. De oude ingenieur heeft er nooit eerder gewerkt en dat is niet zonder betekenis, zoals ook zijn ommezwaai ten aanzien van het privéleven van de mensen met wie hij samenwerkt dat niet is. Vroeger wilde hij daar niets van weten, nu wel.

Heuvel

Een sta-in-de-weg van het woestijnproject is een heuvel met een millennia oude Nabatese ruïne waar een drietal illegale Palestijnen zich verschuilt. Wat moeten de jonge ingenieur en zijn assistent met die heuvel? Opblazen is de goedkoopste oplossing, maar zou een tunnel aanleggen niet humaner zijn? Voor Luria is de tunnelkwestie veel meer dan een ‘bezigheidstherapie voor een uitdovend brein’, zoals zijn vrouw Dina het avontuur in de Negev omschrijft.

Ook de ziekte die Dina te pakken krijgt, is meer dan een particulier probleem. In het ziekenhuis waar zij als kinderarts werkt, raakt zij besmet met een meningokokbacterie die op haar is overgedragen door een Palestijns jongetje uit de bezette gebieden. Dat het joch wordt verpleegd in een Israëlisch ziekenhuis is te danken aan ‘Op weg naar genezing’, een vrijwilligersorganisatie die ernstig zieke Palestijnen bij de grens ophaalt, zodat ze in Israël de medische hulp krijgen die ze nodig hebben. In Dina’s ziekenhuis, zo schrijft Yehoshua, zijn de patiëntjes ‘door elkaar gemengd als in één staat, bed naast bed, zuurstof naast zuurstof, en de infusen raken bijna in elkaar verstrikt.’

Meerduidige symboliek

Veel in De tunnel is geladen met een symboliek die niet eenduidig is. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor Luria’s dementie. Is hij een voorbeeld voor Israël? Zou het land minder moeten omzien? Krijgt het dan meer oog voor wat er feitelijk aan de hand is? Zeker. Maar leidt vergeten anderzijds dan niet, zoals in het geval van Luria, onherroepelijk tot degeneratie? Of zelfs tot een gewelddadige dood, zoals het slotakkoord van de roman suggereert?

Yehoshua heeft in recente interviews te kennen gegeven dat hij een voorstander is geworden van één staat voor Palestijnen en Joden. Zijn roman laat op onnadrukkelijke wijze zien dat dit oneindig veel makkelijker gezegd is dan gedaan.

null Beeld Wereldbibliotheek
Beeld Wereldbibliotheek

Abraham Yehoshua: De tunnel. Uit het Hebreeuws vertaald door Kees Meiling. Wereldbibliotheek; 398 pagina’s; € 29,99.

Meer over