DE TROOSTENDE WERKING VAN RAMPSPOED

Rampspoed en ellende zijn het onderwerp van twee bloemlezingen van liedjes uit de jaren 1920-’30. Wie het moeilijk had door de crisis kon altijd nog horen dat het elders slechter was....

Gijsbert Kamer

Oh come all you young people, and listen while I tellThe fate of Floyd Collins, a lad we all knew well.

Zo begint de ballade die dominee Andrew Jenkins in 1925 schreef over het verongelukken van Floyd Collins in een grot die hij beroepshalve onderzocht. Het liedje werd vooral beroemd in de versie van Vernon Dalhart uit datzelfde jaar, en stond aan het begin van een ware hausse aan 78-toerenplaten met ongelukken, natuurrampen, moordpartijen en ander leed tot onderwerp. Rampenliedjes waren eind jaren twintig erg in de mode, en 70 ervan zijn nu verzameld op drie cd’s onder de titel People Take Warning! Murder Ballads & Disaster Songs 1913-1938.

De samenstellers onderscheiden drie categorieën rampspoed. Die veroorzaakt door machines, vooral transportmiddelen als treinen, schepen (Titanic) en auto’s; natuurrampen; en de ellende die mensen elkaar aandoen (moord en doodslag). De liedjes zijn meestal zeer eenvoudig van opzet, en vaak heel snel in elkaar gezet om meteen op de actualiteit te kunnen inhaken. Liedjesschrijvers als Andrew Jenkins zagen zichzelf als verslaggevers die het nieuws verspreiden, en vooral slecht nieuws deed het goed in liedjesvorm. Eerst als bladmuziek en later op grammofoonplaat. Het merkwaardige is dat een ramp als het zinken van de Titanic in 1912 nog tot ver in de jaren twintig grote hits opleverde. People Take Warning laat diverse voorbeelden horen, met als fraaiste vondst Cantor Joseph Rosenblatts El Mole Rachamim (für Titanik) een opname uit 1913. Dat is de oudste hier verzameld, en graag hadden we iets meer willen lezen over deze Rosenblatt, de zeer beknopte toelichtingen roepen veel raadsels op.

Er zijn sinds de succesvolle heruitgave op cd van Harry Smiths Anthology Of American Folk Music tien jaar geleden prachtige collecties 78-toeren opnamen verschenen. Goodbye Babylon bijvoorbeeld, zes cd’s met religieuze muziek en Good For What Ails You, een dubbel-cd met muziek uit de Medicine Shows. Wat die platen zo bijzonder maakte, was niet alleen de thematisch gerangschikte muziek, maar ook de zeer verhelderende toelichtingen.

Op People Take Warning is de muziek prachtig maar het ontbreekt aan voldoende context. Misschien wordt het tijd voor een grondige studie waarin de populariteit van het genre verklaard wordt, en grote namen in de rampspoed-muziek als Ernest Stoneman en Frank Hutchison een ereplaats krijgen.

Een studie die gerechtvaardigd lijkt nu ook het Duitse Trikont-label een verzameling Early Songs of Angst and Disaster heeft uitgebracht. De (enkele) cd Doom & Gloom telt 24 liedjes uit de periode 1927-1945, en bijna de helft daarvan treffen we ook aan op People Take Warning. Dat de beroemde overstromingliedjes van Memphis Minnie en Charley Patton hier dubbelen, ligt voor de hand, maar ook het veel onbekendere When That Great Ship Went Down van William and Versey Smith uit 1927, door de samenstellers van People Take Warning ‘een van de beste performances ooit opgenomen’ genoemd, staat op Doom & Gloom. Blijkbaar kun je dus spreken van een soort canon van rampspoedliedjes uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, want los van elkaar komen speurders in de Verenigde Staten en Duitsland tot dezelfde keuzes.

De Trikont-compilatie geniet toch de voorkeur omdat die vooral liedjes lijkt te selecteren op hun muzikale merites. People Take Warning telt veel ballades die tekstueel interessant zijn vanwege het onderwerp of de rijmvorm, terwijl Doom & Gloom eerst heeft gekeken of de liedjes ook opwindend of ontroerend klonken. Dat maakt deze cd er een die je veel vaker opzet dan de drie uit de People Take Warning-doos.

Misschien waren liedjes over rampspoed juist in tijden van crisis zo populair doordat luisteraars beseften dat anderen het nog slechter hadden. Dat is in elk geval de verklaring van de samenstellers van Shit Happens, de cd verschenen bij het voortreffelijke Duitse label Bear Family. Daarop staat huiselijk leed centraal: overspelige vaders, dronken moeders, achterblijvende kinderen, zoals die in de jaren vijftig en zestig vooral in Nashville werden bezongen. Country-grootheden als Hank Snow, Johnny Cash, Porter Wagoner en Dolly Parton komen hier op hun tranentrekkendst uit de hoek.

Uitgerekend eind jaren twintig en begin jaren dertig, de jaren van depressie, waren rampenliedjes zeer gewild. Wie zich beroerd voelde, kon troost vinden bij de gedachte beter af te zijn dan bijvoorbeeld de familie Lawson, zoals in 1930 bezongen door de Carolina Buddies:

His name was Charlie Lawson

And he had a loving wife

Though we never knew what caused him

To take his family’s life.

Meer over