festivalrecensiedekmantel

De top van de dancewereld is aanwezig, de sfeer is top en er wordt goed voor festivalgangers gezorgd op Dekmantel (vier sterren)

Zelfs een mindere act op het hoofdpodium doet geen afbreuk aan de permanent goede sfeer.

Dekmantelgangers in het Amsterdamse Bos. Beeld Niels Cornelis Meijer
Dekmantelgangers in het Amsterdamse Bos.Beeld Niels Cornelis Meijer

Eigenlijk is het vrijdagmiddag veel te warm om te dansen. De zon brandt zo hevig dat ieder dun strookje schaduw, afkomstig van de lichtmasten op het Dekmantel Festival-terrein in het Amsterdamse Bos, gevuld is met vooral zittende bezoekers. Alleen voor het hagelwitte hoofdpodium, dat eruit ziet als een immens futuristisch ruimteschip, staat een groepje te dansen. Daar is tenminste nog wat beschutting van een groot regen- annex zonnescherm.

De andere, kleinere podia zijn opgesteld in tenten. Maar hoewel in de zogeheten UFO-tent vele ventilatoren staan te loeien, is het er om 2 uur in de middag ongezond warm. Wat de Duitse dj Rødhåd er overigens niet van weerhoudt keiharde techno te laten dreunen. En het werkt. Dan maar kletsnat jezelf in het zweet dansen. Er is gratis water genoeg, zo realiseert zich elders op het terrein ook het publiek bij het Greenhouse, een soort bloemenkas waarin dj’s en bands tussen de palmen en het publiek hun optredens verzorgen.

Hier is de muziek minder hard en mechanisch en vooral meer soulvol. Zo kent elk van zes podia een eigen sfeertje. Met als grote gemene deler dat alle door Dekmantel geboekte artiesten op hun terrein van de elektronische dansmuziek tot de absolute top behoren.

Rødhåd. Beeld Bart Heemskerk
Rødhåd.Beeld Bart Heemskerk
DâM FunK.  Beeld Bart Heemskerk
DâM FunK.Beeld Bart Heemskerk

Experimenteel en extreem

Het dit jaar voor de zesde keer gehouden dancefestival selecteerde ook nu weer nadrukkelijk op kwaliteit. Van vrijdag tot en met zondag bood het in het Amsterdamse Bos een programma waarin het complete en nog altijd uitdijende dancelandschap werd bestreken, van de Nederlandse dj’s Tom Trago tot de Amerikaanse funky house-producer Dâm-Funk, en van Orbital tot dubstep pionier Shackleton.

De naam Dekmantel is internationaal zo’n begrip geworden dat je om je heen minder Nederlands dan Engels, Spaans en Italiaans lijkt te horen. De organisatie (die inmiddels met soortgelijke festivals in Kroatië en Sao Paulo ook internationaal opereert) deinst er niet voor terug om ­gewaagde keuzen te maken. Zoals de Duitse Helena Hauff, zondag de afsluiter op het hoofdpodium. Haar even experimentele als extreme mix van elektro-, techno en breakbeats is bepaald niet voor iedereen, maar dergelijke keuzen typeren dit festival, dat vrijdag op datzelfde podium koos voor het legendarische Orbital als dagsluiter.

Dit Britse duo was in de jaren negentig verantwoordelijk voor de meest euforische liveshows in hun sector. Meeslepender nog dan Underworld en opzwepender dan de Chemical Brothers. Maar inmiddels zijn we een paar dancegeneraties verder en moet je toch vaststellen dat de broers Hartnoll, die zich onlangs weer als Orbital hebben herenigd, eigenlijk al twintig jaar weinig bijzonders meer hebben gemaakt.

Dat zal er de oorzaak van zijn dat het veld vrijdag lang niet vol is. De meeste ­bezoekers waren nog niet eens geboren toen Orbital eind jaren tachtig begon. En om nu te zeggen dat de broers echt verpletteren, zoals ze dat een kwart eeuw geleden deden, nee. Hun set bestaat uit oud en nieuw werk, maar er wil maar geen goede flow komen. Dodelijk zijn de te lange pauzes tussen de nummers en als dan in Halcyon die fijne break komt met die door elkaar verweven liedjes van Belinda Carlisle en Bon Jovi, heeft dat lang niet meer die impact als destijds.

Orbital. Beeld Bart Heemskerk
Orbital.Beeld Bart Heemskerk

Ratelende old school jungle

Dan heeft elders op dat moment dj Objekt het publiek een stuk beter in zijn greep. Er valt geen touw vast te knopen aan zijn mix van techno en ratelende old school jungle, maar je voelt wel dat je bij iets bijzonders aanwezig bent.

En gelukkig is nu ook de temperatuur wat draaglijker en dat is ook het geval op zaterdag, de tweede Dekmantel-dag in het Amsterdamse Bos. De Turkse psych-rockband Insanlar brengt ’s middags het ­behoorlijk afgekoelde Greenhouse in vervoering met een pittige trance-opwekkende live set, waarin jazz, acid, techno en dub samenvloeien.

En wat is het zonder brandende zon nu ineens heerlijk toeven op het hoofdveld. Tom Trago levert met warmbloedige house de ideale soundtrack voor een beetje onderuithangen op het gras en de danslustigen hoeven nu ook niet steeds op zoek te naar schaduwplekjes.

French Kiss

Jammer is dat het live-optreden van het Britse Mount Kimbie vroeg op de avond niet van het podium komt. Met z’n vieren maken ze introverte postpunk van het soort dat het in de jaren tachtig ook al moeilijk had. Het grootste deel van hun concert is weinig dansbaar en schiet ook te kort als luistermuziek. De echte feestjes zijn zaterdagavond elders, in de kleinere tenten die allemaal vollopen, mede omdat het buiten best fris begint te worden.

Mount Kimbie. Beeld Bart Heemskerk
Mount Kimbie.Beeld Bart Heemskerk

Maar een wat mindere act op het hoofdpodium doet geen enkele afbreuk aan de permanent goede sfeer. Het is Dekmantel wederom gelukt met een even afwisselend als inspirerend programma een rijkgeschakeerd dancefestival neer te zetten. Een festival waar, zoals het hoort, het publiek net als de organisatie blijft zoeken naar het onbekende, maar ook nostalgische sentimenten niet schuwt. Zo’n momentje dat dj Ricardo Villalobos zaterdagmiddag op weg naar de climax van zijn set het zonovergoten hoofdveld verblijdt met de bijna dertig jaar oude houseclassic French Kiss van Lil’ Louis, is er een om nooit te vergeten.

Dekmantel. Amsterdamse Bos, Amstelveen. 3 en 4 augustus.

Dag drie in het Amsterdamse Bos.  Beeld Bart Heemskerk
Dag drie in het Amsterdamse Bos.Beeld Bart Heemskerk

Dekmantelzorg

Het waren kleine dingen die aantoonden dat de Dekmantel-organisatie echt geeft om haar publiek. Bijvoorbeeld de gratis verstrekte flesjes water, vrijdagmiddag voor het publiek dat in de brandende zon bij de ingang stond te wachten. Of de voor iedereen beschikbare flesjes zonnebrandcrème in de merchandisetent. Ook was er volop ­mogelijkheid tot het kosteloos bijvullen van waterflesjes waar niet, zoals zo vaak, bij aankoop de dop vanaf werd gedraaid.

Meer over