De Titanic van Friesland

Het was ooit het Kurhaus aan de Zuiderzee. Maar het badpaviljoen van Hindeloopen is gesloten, de gaanderij is dichtgemaakt, de brede houten trappen zijn verdwenen....

Door Marc van den Eerenbeemt

Wat gebeurde er niet allemaal in badpaviljoen Hindeloopen? In 1945 dansten de meisjes van Hindeloopen er met hun Canadese bevrijders. Een meisje van toen, mevrouw J. van Tuinen-Amsterdam, nu 89 jaar oud, weet het nog goed. ‘De Canadezen moesten dames hebben om te dansen. Maar mijn verloofde was er niet gek op. Ik ben er toen maar mee gestopt.’

Die verloofde, hij leeft niet meer, hield van zijn meisje en van dansen, net als de Canadezen. Mevrouw Van Tuinen, die even stil houdt in een van de oude straatjes van Hindeloopen: ‘In het badpaviljoen verdansten we soms wel tien gulden per week.’

Soms speelde er een kleine orkestje aan de oever van de Zuiderzee, later het IJsselmeer. Met een viool, een piano en een contrabas. Een andere keer kwam de muziek van een platenspeler met een grote luidspreker. Gedanst werd onder de palmen, op de houten vloer met strooizand. Op de gaanderij rondom laafden de dansers zich aan de koele buitenlucht en het weidse uitzicht.

Het badpaviljoen met zijn wat koloniale uitstraling droeg altijd iets in zich van het leven in een grotere wereld. Aan de Friese westkust was alleen in Hindeloopen sprake van een badcultuur, van een Kurhaus aan de Zuiderzee. Dat trok welgestelde mensen, vooral uit de provincie Friesland zelf.

De bezoekers, vaak gegoede middenstanders uit plaatsen als Leeuwarden en Sneek, kwamen in koetsjes. Kwamen ze met de trein naar Hindeloopen, dan haalde Leo Walda (89, zoon van de toenmalige eigenaar) ze voor een dubbeltje op met een platte wagen.

Later verschenen de automobielen. Soms stonden er wel 15 wagens langs de dijk. Walda: ‘Dat was wat, zoveel auto’s. Daar kwamen de mensen uit Hindeloopen speciaal naar kijken.’ Voor een paar centen kregen de automobilisten borden voor hun banden, ter bescherming tegen de zomerzon.

Hoe is het nu aan de Westerdijk?

‘Het is een schandaal’, zegt Leo Walda.

‘Een aanfluiting’, zegt mevrouw Van Tuinen.

Het paviljoen is gesloten. De gaanderij is dichtgemaakt met sleetse aluminium ramen. Houten borden herinneren aan de verkoop van snacks en ijs. De brede houten trappen naar het strand zijn verdwenen. Het beton brokkelt af.

De Friese afdeling van erfgoedvereniging Heemschut vreest voor onherstelbare schade aan het paviljoen. Dat was reden het gebouw voor te dragen voor de ‘Toptien meest bedreigd erfgoed’ van de vereniging. Als niet tijdig wordt gerestaureerd, zo is de vrees, wordt het paviljoen wellicht afgebroken. En dat terwijl het paviljoen, gebouwd in 1913, bekend staat als een vroeg voorbeeld van betonbouw.

Het paviljoen kwam in 2001 in handen van Douwe van der Meulen, exploitant van het verderop gelegen Schuilenburg, een park voor stacaravans. Na een paar matige seizoenen sloot hij de deuren van het paviljoen.

Daarna zette hij zich aan een plan tot restauratie. Dat moet op alle fronten herstel brengen, van de omzetcijfers tot de stalen platen aan de plafonds met Jugendstil-motieven. De totale kosten van het herstelproject zouden zo’n 1,7 miljoen euro bedragen.

Van der Meulen noch zijn architect willen het plan toelichten. Wat schieten ze op met aandacht van de media? Marleen Pennewaard, beleidsmedewerker Steunpunt Monumentenzorg Fryslân, is wel bereid tot uitleg.

Het gaat om een ‘sobere’ restauratie’, zegt zij. ‘Tegelijkertijd is het wel grootschalig, achterstallig onderhoud. De speciale betonconstructie vergt daarbij veel aandacht.’

Het restauratieplan is al enkele keren gewijzigd en de gemeente heeft al toestemming gegeven voor het herstel. Waarom is de hersteloperatie dan niet allang aan de gang?

Er wordt druk overlegd, dat is zeker. En dat gaat vooral over geld. Want Van der Meulen wil subsidie voor zijn herstelproject. Wat dat betreft wacht de gemeente op een besluit van de provincie. En de provincie wacht op een besluit van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. En alle partijen hopen nog op een bijdrage uit de pot van de Crisis- en Herstelwet, die beoogt de bouw te stimuleren.

Van der Meulen kan er ook niks aan doen dat het zo lang duurt, zegt een vertrouweling van hem. Hij stuit keer op keer op de kleine lettertjes van de subsidieverlening. Een keer vroeg hij 9 ton subsidie, maar de ondergrens was een miljoen. ‘En zo gaat dat maar door. Hij wilde de komende zomer al weer open, maar dat gaat denk ik niet meer lukken.’

Of de allure van weleer zal terugkeren, is de vraag. Dat hangt niet alleen af van de hoogte van de subsidie die Van der Meulen uiteindelijk zal beuren. Als de restauratie achter de rug is, zullen naar verwachting vooral de bezoekers van de nabijgelegen recreatieoorden het paviljoen aandoen. Die komen van de wat rommelige camping Hindeloopen, van appartementenboerderij De Gelukskever en camping ’t Séleantsje. Nog iets verder ligt camping Schuilenburg van Van der Meulen, waar de oude stacaravans dicht op elkaar staan.

In zijn nabijgelegen melkveehouderij kijkt Broer Sikkes (57) door het raam wat weemoedig naar het badpaviljoen verderop. Boven het grasland tussen boerderij en dijk wemelt het van de weidevogels. Wulpen op doorreis, zegt hij.

Sikkes laat zijn zoon Eele (15) op de computer wat oude foto’s van het badpaviljoen tevoorschijn toveren. ‘De danszaal leek wel wat op die van de Titanic. Kijk, die meisjes met strikken in het haar en die lange rokken. En die palm. Prachtig. Het was hier een komen en gaan van mensen. Dat is nu allemaal weg.’

Zelf kent Sikkes het badpaviljoen vooral uit de discotijd. ‘Toen ik de stappersleeftijd had, stond daar een lokale jongen plaatjes te draaien. Een ideale plek voor lawaai. Niemand heeft er last van.’

Mocht Hindeloopen zich opnieuw ontpoppen als badplaats, dan weet Sikkes wel wat er gaat gebeuren. ‘Op mooie dagen staat er nu al een kilometer auto’s geparkeerd langs de dijk.’

Wat lawaai betreft heeft het badpaviljoen nog een bijzondere periode meegemaakt. Bull Verweij, de onlangs op 100-jarige leeftijd overleden grondlegger van Radio Veronica, heeft het nog een tijd in eigendom gehad. Sikkes: ‘Hij gooide reclame voor het badpaviljoen en zijn camping Hindeloopen gewoon op de nationale radio. Iedereen dacht natuurlijk: Dat moet wat zijn, dat ze dat kunnen betalen daar in Hindeloopen. Maar ja, dat regelde Bull gewoon.’

In Hindeloopen wordt nieuw toeristenbezoek op prijs gesteld. Gauke Bootsma, directeur van het Schaatsmuseum, verkoopt er kleine meubelstukken en snuisterijen die hij beschildert met traditionele Hindelooper motieven. Hij laat een ingelijste reproductie zien. De afbeelding, die te koop is, dateert nog van voor de aanleg van de Afsluitdijk in 1932. Zuiderzeebad Hindeloopen, staat erop. ‘Rustig zomerverblijf aan de Friese Westkust.’

Meer over