De terugkeer van de wrok

Als culturele hoofdstad in 2010 zou de Hongaarse stad Pecs een trekpleister voor Oost- en West-Europeanen kunnen worden. Als het stadsbestuur niet alleen uit was op het spekken van de eigen zakken....

‘Wende, keerpunt? Iets wat daarop lijkt heeft hier toch helemaal niet plaatsgevonden?’, roept de Hongaar Tomi boos in het boek van Annemieke Hendriks. Dezelfde Tomi smeekt zijn Duitse partners om geduld, ‘alsjeblieft, want wij werken in een verre uithoek van Europa onder barre omstandigheden.’

De verre uithoek heet Pecs, een stad zo groot als Nijmegen, in het zuiden van Hongarije. Met de barre omstandigheden bedoelt Tomi de permanente tegenwerking en vriendjespolitiek van het stadsbestuur. Zijn missie is om Pecs klaar te stomen voor 2010, wanneer de stad culturele hoofdstad van Europa is, gelijktijdig met Istanbul en Essen.

Tomi had het plan helpen opstellen, met als uitgangspunt de mooie gedachte dat Pecs – ooit in Turkse handen geweest en onder de Habsburgse monarchie door veel Duitsers bewoond – zich als trait-d’union tussen Oost en West kon manifesteren en zich tot culturele trekpleister zou ontpoppen. Maar al ploeterend tijdens de voorbereidingen, verliest hij steeds meer het vertrouwen dat er van zijn oorspronkelijke ideeën iets terecht zal komen. Het stadsbestuur toont alleen belangstelling voor het deel van de plannen waarmee het de eigen zakken kan spekken. De ‘dertigprocentstaat’ is een begrip in Hongarije. Van de Europese subsidies zou zo’n dertig procent worden afgeroomd door politici, ambtenaren en hun zakenvrienden. Wie niet bij hun kliek hoort, kan het schudden. Tomi en zijn vrouw Andrea bevinden zich al jaren in de innere Emigration en het lijkt een kwestie van tijd tot ze daadwerkelijk Hongarije de rug toekeren. Hun dochter sturen ze vast vooruit om kwartier te maken in Berlijn.

De in Berlijn wonende journaliste Annemieke Hendriks kruipt dicht op de huid van de zes families die ze in haar boek opvoert als levende illustraties van de worsteling met de omwenteling in Midden-Europa na de val van de Muur. Behalve Tomi en Andrea volgt ze een ondernemend Lets-Russisch stel in Riga, een Pools-Nederlands echtpaar dat een agrotoerisme-boerderij is begonnen, het gezin van een vrouwelijke burgemeester in Noord-Roemenië, een Duits-Pools homostel in Duitsland en een Sloveense familie in Karinthië.

Wat deze burgers bij alle verschillen in leeftijd, leefstijl, opleiding en achtergrond gemeen hebben, is dat ze gemengd gehuwd zijn of uit bonte etnische verbintenissen voortkomen. Deze keuze werkt heel goed, want ze zijn in staat afstand te nemen van hun eigen groep en de werkelijkheid te beschouwen vanuit het standpunt van ‘de ander’. Ze kunnen daardoor uitleggen wat er speelt in hun streek en er een kritische blik op werpen.

De verhalen in het boek maken je ervan bewust dat van de zo gehoopte en vaak aangehaalde ‘gemeenschappelijke geschiedenis’ of de ‘waardengemeenschap’ in Europa geen sprake is. Die gezamenlijke geschiedenis is natuurlijk sowieso een theoretische constructie, want onderdrukking, verdrijving en moord beleef je niet met z’n allen. Er is een verdrijver en een verdrevene, een onderdrukker en een onderdrukte. Daarbij komt dat de daders zich ook nog eens vaak als slachtoffer zien, hetgeen bij de erkende slachtoffers weer woede opwekt. Wat de val van Muur bewerkstelligd heeft, is dat over de vers in het geheugen liggende wonden openlijk gesproken kan worden. Dat leidt nu eens tot toenadering, dan weer tot verwijdering.

Hoe ingrijpender de levens van de mensen in Midden-Europa zijn veranderd, zo lijkt het, des te conservatiever wordt hun mentaliteit. Hendriks’ families stuiten op wantrouwen, geslotenheid, diepe vooroordelen, corruptie en tegenwerking. Waren de eerste jaren na 1989 vervuld van verwachting en euforie, nu is er een enorme terugslag, terug naar boosheid, wrok en nationalisme. De harde botsing van de idealistische en ambitieuze hoofdpersonen met hun (let wel: provinciale) omgeving stemt tot somberheid, al wenst Hendriks zelf hen juist als zwaluwen in de lente te presenteren.

Tot mijn stomme verbazing – hoe heb ik het kunnen missen? – heeft het lidmaatschap van de Europese Unie niet eens op papier grondwaarden als tolerantie en minderheidsrechten weten te garanderen. Polen heeft bij de ondertekening van het Verdrag van Lissabon, een uitzonderingsregel bedongen, waardoor het niet gebonden is aan de bescherming van zijn minderheden. Ook Tsjechië heeft zich op de valreep aan de verplichting tot het respecteren van de grondrechten mogen onttrekken. Leve de waardengemeenschap! Heel leerzaam, dit boek, als contrapunt voor juichverhalen over hoe de vrijheid het van de dictatuur won en de eenheid van Europa werd hersteld.

Meer over