Ontwerp

De tentoonstelling Tijdelijk huis van thuis vertelt over de verandering van het woonhuis in de afgelopen jaren ★★★★☆

Het is een gouden greep om de dertien kamers door telkens een andere ontwerper te laten inrichten.

‘Home of Eternal Cleanliness', de installatie van Koos Breen in ‘Tijdelijk huis van thuis’ in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam. Beeld Johannes Schwartz
‘Home of Eternal Cleanliness', de installatie van Koos Breen in ‘Tijdelijk huis van thuis’ in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam.Beeld Johannes Schwartz

‘Blijf thuis.’ Dat was de dringende boodschap van minister-president Mark Rutte in maart 2020. Wat volgde was een jaar waarin het woonhuis een nieuwe betekenis kreeg in het dagelijks leven. Van veilig toevluchtsoord veranderde het in een kantoor, school, kroeg, bioscoop en voor sommigen in een gevangenis. Het balkon werd een park, de tuin een fitnessruimte. De actuele tentoonstelling Tijdelijk huis van thuis in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam zoomt in op deze en eerdere veranderingen van het woonhuis in de afgelopen jaren.

Dertien ‘kamers’ zijn ingericht door telkens een andere ontwerper; soms is er een heuse stijlkamer, dan weer staat er één video-installatie. Wat een gouden greep is, want feitelijk zie je nu dertien minitentoonstellingen die één samenhangend verhaal van het moderne thuis vertellen. Grafisch ontwerper Koos Breen en fotograaf Lonneke van der Palen (genomineerd voor de Volkskrant Beeldende Kunstprijs 2019) richtten een steriele woonkamer in, waarin alles draait om boenen, lappen en stofzuigen. De meubels hebben een gladgestreken Ikea-esthetiek en zijn uitgevoerd in frisse postmoderne kleuren. Her en der staan Tell Sell-achtige snufjes om luxaflex of fotolijstjes af te stoffen.

De ontwerpers laten hiermee fijntjes zien hoe ver de hygiënische hysterie (‘handen wassen, handen wassen, handen wassen!’) tot in ons privédomein is doorgedrongen. Tegelijkertijd is het een commentaar op de Hollandse zakelijkheid en properheid – zijn we daarin niet doorgeslagen? Dat poetsen een geruststellend, bijna bezwerend ritueel is geworden, wordt onderstreept door de ASMR-geluiden (autonomous sensory meridian response) die klinkt op de achtergrond; deze zachte klanken van knisperend papier of fluisterende stemmen zijn de afgelopen jaren de nieuwe vorm van ontspanning.

‘Home of Safety’, Larissa and Michelle Mantel. Beeld Aad Hoogendoorn
‘Home of Safety’, Larissa and Michelle Mantel.Beeld Aad Hoogendoorn

Nog zo’n bizarre trend is het exotische huisdier. Een boa in de kelder of een krokodil in de tuinvijver, wie kijkt er nog van op? Wat zegt dit over ons beeld van natuur? Die vraag stelt ontwerper Frank Bruggeman in een kamer gevuld met een ‘droogboeket’ van boomtakken en -stronken. Op videoschermen zijn maffe YouTube-filmpjes te zien van mensen over de hele wereld die voor Tiger King spelen. Het antwoord laat Bruggeman aan de kijker, maar het beeld van een leeuwenwelpje die voortdurend wegglijdt op de betegelde gang van een villa in een Amerikaanse buitenwijk zegt genoeg over de vervreemding van het buitenleven.

Het woonhuis is tegenwoordig ook een investering, mits je de financiële slagkracht hebt om er een te bemachtigen. Dat blijkt uit Funda Makeovers, een Instagram-account vol makelaarsobjecten, eerst als bouwval en daarna helemaal opgekalfaterd volgens de speculantenesthetiek van visgraatparket, witte muren en zwarte kranen. Waarna de vraagprijs kan worden verdubbeld. Onze intieme leefomgeving wordt niet langer bepaald door persoonlijke smaak of identiteit, maar door geldelijk gewin.

Het bijtendste commentaar is Home of Safety van de ontwerpzussen Larissa en Michelle Mantel. Naast zoetsappige posters in pasteltinten met al even weeïge mantra’s als ‘This home is built on love and chaos’ hangen verontrustende boodschappen als ‘Elke minuut raakt in Nederland iemand gewond in of om het huis’. Of, nog verontrustender: ‘Elk jaar wordt 3 procent van de Nederlandse kinderen mishandeld, misbruikt of verwaarloosd’. Helaas is thuis voor veel mensen een martelkamer. Waarmee het ‘Blijf thuis!’ van Rutte opeens ook een collectief wegkijken verwoordt.

Het ontwerp van het sociale

Tegelijkertijd met Tijdelijk huis van thuis is Het ontwerp van het sociale te zien in Het Nieuwe Instituut, dat sinds dit voorjaar een nationale erfgoedinstelling is geworden. Het is de belangrijkste nalatenschap van oud-directeur Guus Beumer, die per 1 juli plaatsmaakte voor de Taiwanese Amerikaan Aric Chen. Deze nieuwe status van ‘officieel geheugen van de ontwerpsector’ garandeert vaste geldstromen; zo kon dit jaar al een unieke maquette van Theo van Doesburg worden aangekocht.

Maar het schept ook nieuwe verplichtingen. Hoe kan dat wereldberoemde architectuurarchief een zichtbare en permanente plek krijgen in het tentoonstellingsprogramma van HNI? Het ontwerp van het sociale doet een zeer geslaagde suggestie. Zes thematische kabinetten, ook weer ingericht door telkens een andere ontwerper, schetsen de rol van ontwerp in sociale ontwikkelingen waarin de burger een actieve rol speelt, zoals de emancipatie van de arbeider, de kraakbeweging of de opkomst van internet. Een unieke schets van de (nooit gerealiseerde) ‘kernwoning’ van Gerrit Rietveld krijgt zo een vanzelfsprekende plek naast een fotodocument van het krakersbolwerk ADM in Amsterdam of een historisch geluidsfragment van het open platform ‘De digitale stad’ uit de jaren negentig.

Daar willen we de komende jaren graag meer van zien.

‘Het ontwerp van het sociale’ in Het Nieuwe Instituut. Beeld Aad Hoogendoorn
‘Het ontwerp van het sociale’ in Het Nieuwe Instituut.Beeld Aad Hoogendoorn

Tijdelijk huis van thuis

Ontwerp

★★★★☆

Het Nieuwe Instituut, Rotterdam. Aldaar t/m 29/5/22.