De Storm overtuigt in eenvoud, maar theateraspect stelt teleur

Het a capella Nederlands kamerkoor is in topconditie, maar helaas slaat het theatrale koorwerk soms door in flauw cabaret. De Storm is verrassend toegankelijk, met overtuigende muziek, maar het theatrale aspect stelt teleur.

null Beeld Juri Hiensch
Beeld Juri Hiensch

De laatste woorden van Humphrey Bogart in de film The Maltese Falcon (1941) zijn legendarisch, omdat ze zo fout zijn. 'The stuff that dreams are made of', bromt hij vlak voor de eindaftiteling. Wie zijn Shakespeare op een rijtje heeft weet hoe het hoort: 'We are such stuff as dreams are made on', zegt Prospero in de romance The Tempest. 'And our little life is rounded with a sleep.'

Actrice en zangeres Hadewych Minis verwijst naar deze film in de lezing/muziektheatervoorstelling De Storm, die zaterdag zijn première in Breda beleefde. Er staat geen fout in het scenario van de filmklassieker, aldus Minis, de verbastering past juist bij het personage dat Bogart speelt. Even knauwt ze zijn accent na. Zo ontstaat er een echo van een echo van een echo, want Shakespeare had ook weer literaire voorbeelden. 'Schrijven is stelen van een dief', zegt Minis dan ook.

Er galmt wel meer in De Storm, een verrassende en toegankelijke mengvorm van muziek (uitgevoerd door het Nederlands Kamerkoor), theater (met teksten van Spinvis) en een lezing, over het gelijknamige toneelstuk van de jubilaris. Tussen de muziekstukken door analyseert Minis Shakespeares meesterwerk. Ze begint braaf met een heldere structuur, maar valt steeds vaker uit haar rol in ontboezemingen over haar (zogenaamd) persoonlijke leven. De finale is een volledig doorgeregisseerde monoloog van een aanstaande bruid met trouwtwijfels en uitgelopen mascara. Want dat is het andere thema van de avond, behalve echo's: hoe het leven theater is, en wij allen acteurs zijn.

De Storm

Spel: Hadewych Minis.
Tekst: Spinvis. Muziek: Nederlands Kamerkoor olv Manoj Kamps.
14/5, Chassé Theater Breda. Tournee t/m 16/6.

Grootste troef van de avond is het a capella Nederlands Kamerkoor, dat eerder deze maand al bewees in topconditie te zijn. Onder leiding van Manoj Kamps - de jonge dirigent voor wie het woord 'belofte' reeds een maat te klein is - blijkt dat opnieuw. De eerste maten, Trois chansons de Charles d'Orléans van Debussy, doen je meteen rechtop zitten: zwoel en sereen tegelijk, dankzij subtiele glissandi en een sensuele frasering. Minis, toch vooral bekend als popzangeres, neemt de solo voor haar rekening en overtuigt door eenvoud.

Het laatste werk op het programma is een première van kwajongen Rob Zuidam, ook genaamd De Storm. Op teksten van Spinvis ('jij lul' en 'o liefde, o satan') bauwen de sopranen elkaar na en stamelen de bassen. Het koorwerk heeft dramatische momenten, zoals wanneer die droomverzen geciteerd worden, maar vaker slaat het door in flauw cabaret: de slotnoten worden uitgeluid met cartoonesk gesnurk. Dat legt het manco bloot van deze dramaturgie. Theater wordt ingezet als lokkertje, om je bij de les te houden, maar stijgt daar niet bovenuit.

Meer over