De stilte na Sarah

Snijd het vlees in kleine stukjes

Ineke van den Bergen

Een schrijver pijnigt al een paar dagen zijn hoofd over een eerste zin. We kwamen naar New York met vier volle koffers en twee lege harten. Is de eerste zin een sleutel die het verhaal moet openen? Of werkt het zo niet. Moeten verhalen continu op iedere pagina worden gevoed met pijn en soms vreugde, regel voor regel, en zonder sluiproutes. De schrijver heeft zich voorgenomen op deze manier zijn leven van de voorafgaande jaren tot nu te beschrijven.

Zijn naam is Erik Steinbeck, 38 jaar. Sinds tien jaar schrijver, vijf tamelijk succesvolle romans, waarvan er twee zijn verfilmd. Zijn vrouw, Winnie, is beeldend kunstenaar. Ze zijn zeven jaar getrouwd. Zeventien maanden geleden verdween hun vierjarige dochter Sarah. Daarom zitten ze nu in New York en zijn ze vreemden voor elkaar geworden.

Op 25 november 1999 gaf hij ter promotie van zijn derde boek, De horizon van de hovenier, een aantal lezingen. In de stad Aarlach werd hij tijdens het voorlezen van een fragment ineens blind. De tekst verdween voor zijn ogen, gelukkig kende hij hem uit zijn hoofd, na circa twee minuten kwam zijn gezichtsvermogen terug. Even later spreekt een vrouw hem aan. Heeft hij het gedicht in het boek zelf geschreven? 'zes voet onder de grond/ houden bij het dagkrieken twee blinde wormen halt/ luisteren verbaasd naar de stemmen van boven/ veranderen van richting en ontmoeten elkaar bij toeval'. Voordat ze zijn vrouw wordt, vertelt ze dat ze in dezelfde tijd als hij precies dezelfde dichtregels heeft opgeschreven.

Nu schildert zij op hun zolderetage in Carmine Street. En schrijft hij in een dependance van de New York Public Library. Hij kijkt naar de mensen, alle rassen, alle leeftijden, alle temperamenten, hoek Bleecker Street, de oude Rus met zijn manke hond, Mr. Mo, de Chinees die de wasserette runt. Praat en eet met Mr. Edwards - 'net als alle Amerikanen heeft hij zijn vlees in kleine stukjes gesneden en daarna zijn mes weggelegd' -, die ook schrijft, twintig jaar bij de politie werkte en twintig jaar privédetective was.

Hij wil schrijven over Sarah, hoe ze verdween. Ze speelde op het gras voor hun huis, lente in de lucht, op straat stopte een middelgrote groene auto, een man van bijna middelbare leeftijd stapte uit, zei een paar woorden, ze stapte bij hem in. De vader sloeg het gade voor het raam op zo'n 25 meter afstand. Een minuut? Ze is ontvoerd, beseft hij.

Zij schildert, steeds opnieuw, haar beeld van de gebeurtenis. Het gazon, de brievenbus, de auto, Sarah in haar korte blauwe jurkje, de man - hij heeft geen gezicht, de datum, het tijdstip. Klopt het? vraagt ze. Ja, zegt hij.

Sarah was een gelukkig kind, denkt hij, omgeven door zorgeloosheid en opgewektheid. Twee dagen na haar verdwijning probeerde Winnie zichzelf van het leven te beroven. 'Ik weet dat ze leeft', zegt ze nu, in New York, 'nu weet ik het eindelijk.'

Ze begint steeds vreemder gedrag te vertonen, liegt tegen hem. Dan verdwijnt ze zelf.

Een bezoek van Winnie's Amerikaanse familieleden maakt op wrede manier duidelijk dat ze over haar vorige huwelijk - man en dochtertje zijn verongelukt - niet de waarheid heeft verteld. De raadsels stapelen zich op. Via een onwaarschijnlijke aanwijzing leidt er een spoor naar het plaatsje Meredith, in de staat New York, vlak boven het natuurreservaat Catskills.

De stilte na Sarah (Maskarna på CarmineStreet) is van de Zweedse auteur Håkan Nesser, vooral bekend door zijn succesvolle (ook verfilmde) serie rond de eigenzinnige politiecommissaris Van Veeteren. Is dit een spannende roman? De spanning ligt opgeslagen in de zinnen, de gedachten. Zuivere taal, mooie sfeertekeningen van New York, de ontsluiering van persoonlijke geheimen en drama's. Een gewelddadige ontknoping en een prachtig, stil einde.

Meer over