De sound is dik in orde, maar echt goede songs ontbreken

Matige liedjes overheersen de goede presentatie van de finalisten van de Grote Prijs Van Nederland. Vooral daarom krijgt Left de troostprijs – ondanks de massaal meegereisde fans....

Paradiso is nog zo goed als leeg wanneer donderdagavond om half negen We vs. Death moet beginnen, de eerste van vier finalisten van de Grote Prijs Van Nederland. De organisatie is coulant: de bussen met fans van Left uit Eindhoven zijn verlaat. Niet dat die fans in anderen geïnteresseerd zijn overigens. Het bij binnenkomst verkregen muntje, waarmee bezoekers hun bijdrage kunnen leveren aan de publieksprijs, gooien zij meteen in de bus bestemd voor Left.

Zo, die prijs is alvast binnen. En het moet gezegd: dankzij Left ontstaat er nog iets van sfeer in het met sponsornamen op immense videoschermen ontsierde Amsterdamse Paradiso. Hoofdsponsor Grolsch heeft voor één avond het huismerk Paradiso verdrongen en dat zullen we weten. Maar waar zijn toch alle nieuwsgierigen, de neutrale toeschouwers, voor wie de Grote Prijs Finale ooit tot het vaste decembervertier behoorde? In betere tijden was Paradiso weken van tevoren uitverkocht en leek er echt een strijd gaande. Maar toen waren er ook zes finalisten, nu slechts vier. Zo houd je de avond weliswaar korter, en kan Paradiso om twaalf uur het nieuwe danspubliek welkom heten, maar het gaat beslist ten koste van de sfeer.

Die wordt bepaald door de bands, hun aanhang en een enkele beroepsmatige bezoeker. En dat terwijl het niveau behoorlijk is. We vs. Death brengt sferische soundscapes. IJle gitaarlijnen, ritmisch spannend aangekleed, met hooguit een iets te nadrukkelijke, te hard ingemixte trompet. Silence Is Sexy (namen bedenken blijkt niet de sterkste kant van de finalisten dit jaar: ze klinken allemaal als slechte verzinsels uit een sleutelroman over de alternatieve Nederpop begin jaren tachtig) brengt mooi verzorgde postpunk-liedjes. Geheel van deze tijd, met referenties aan Editors en The Bravery.

Om het wegvallen van de dance-finale (de genres hiphop/r & b en singer/songwriter kennen dezer dagen nog wel een eigen strijd) te compenseren, staat Oxide 9 als derde finalist op het hoofdpodium. Live drum & bass, moedig gespeeld en knap neergezet, maar toch ook gedateerd, en alle ratelende beats ten spijt ook ten onder gaand aan slecht songmateriaal.

Dat laatste blijkt voor iedereen te gelden. De presentatie is steevast goed doordacht, de sound dik in orde, de uitstraling okay, maar echt goede songs ontbreken. Het meest valt dit op bij Left. Dit pittige powerrock-trio heeft goed naar Green Day gekeken en je begrijpt waarom ze zo’n grote schare fans meekrijgen. Maar liedjes schrijven blijkt niet Lefts beste kwaliteit.

Dat doorziet de jury goed. Die negeert de intimiderende aanwezigheid van de Left-fans en kiest voor de band met de beste songs: Silence Is Sexy. De afdeling Eindhoven blijft beteuterd achter met de troostprijs voor Left (1000 euro). Silence Is Sexy krijgt vijf keer zoveel geld, studiotijd en een jaar lang professionele begeleiding.

Die zou de winnaar van vorig jaar Lemonseven ook goed hebben gedaan. Dat deze alle kanten uitwaaiende, nikszeggende pompeuze rockmuziek ooit is bekroond, is een raadsel. Tijdens het juryberaad donderdagavond speelt Lemonseven een uiterst zouteloze set, die je ernstig doet afvragen of het winnen van de Grote Prijs Van Nederland wel ergens goed voor is.

Meer over