beeldvormers

De sneeuwkanonnen van China doen terugverlangen naar de Winterspelen van weleer

Skibaan in Beijing met op de achtergrond koeltorens. Beeld Ng Han Guan / AP
Skibaan in Beijing met op de achtergrond koeltorens.Beeld Ng Han Guan / AP

De eerste beelden uit China van de locaties waar volgende maand de Winterspelen worden gehouden, laten zien dat een natuurlijk winterlandschap ver te zoeken is.

Redactie

Nee, niet nostalgisch worden, die emotie is een vooraankondiging van de dood. En de staat van ontbinding is wel het laatste waaraan je wilt denken bij de ultieme viering van wat de mens op sportief gebied kan bereiken: deelnemen aan de Olympische Spelen. Volgende maand worden de Winterspelen in en rondom Beijing gehouden en in aanloop daar naartoe kwamen deze week talrijke foto’s naar buiten van de locaties vanwaar straks het langlaufen, schansspringen, snowboarden en slalommen worden beoefend. Bij het bekijken moest ik met een diepe zucht de hang naar een ver verleden onderdrukken.

Niet terugverlangen naar het eindeloos witte dak van de wereld waar skiërs naar beneden roetsjen. Naar schaatsbanen waar tijdens de wedstrijd stramme bebontmutste mannen met schuivers voor zich uit het ijs schoonvegen en de vers gevallen sneeuw gebruiken als belijning tussen de banen. Niet toegeven aan de valse Anton Pieck-achtige romantiek die me deed geloven dat schaats en ski nog echt iets met winter te maken hebben.

Beijing 2022 zijn beslist niet de eerste Spelen die het, zoals op de recente persfoto’s valt te zien, zonder natuurlijk uit de hemel gevallen sneeuw moeten stellen. Al sinds 1980 (de Spelen in het Amerikaanse Lake Placid) worden sneeuwkanonnen ingezet omdat de weerspannige natuur zich niet in het gareel van de organisatie laat dwingen. Ook de Spelen in het Russische Sotsji (2014) en het Zuid-Koreaanse Pyeongchang (2018) zouden zonder de wittepoedermachines stroeve aangelegenheden zijn geworden.

Kurkdroog klimaat

Een verwijzing naar eerdere edities van het sportevenement maakt de aanblik van de pistes in Beijing evenwel niet minder absurd. Ook bij de keuze in 2015 voor Beijing als de locatie voor de Winterspelen was duidelijk dat het klimaat ter plekke weliswaar koud maar ook kurkdroog is. Dat is goed te zien: alleen de pistes, geflankeerd door in totaal vele honderden sneeuwkanonnen, zijn wit, de berghellingen tonen rotsen, gruis maar ook veel (jonge) sparrenbomen.

De Engelse krant The Guardian becijferde dat er zo’n 185 miljoen liter water, ruim zeventig Olympische zwembaden, nodig is – een hoeveelheid die het voorstellingsvermogen te boven gaat – om de dorstige machines hun werk te laten doen. Over hoe duurzaam deze Spelen zijn, lopen de berichten uiteen. China zegt te streven naar een klimaatneutraal evenement. Maar wat is die mededeling van een dictatuur waard? Wetenschappers plaatsen vraagtekens bij de haalbaarheid daarvan. ‘Het zouden wel eens de minst duurzame Winterspelen kunnen worden die ooit zijn gehouden’, zei bijvoorbeeld de geograaf Carmen de Jong van de Universiteit van Straatsburg tegen de krant.

Los van dat vraagstuk kan iedereen die de Spelen op televisie volgt straks zelf vaststellen hoe de trotse Chinezen erin slagen met hun technologie een functioneel winterlandschap neer te vleien. Niet fijn wellicht als het besef doordringt dat we ons bij het aanschouwen van de sportieve topprestaties behalve om mensenrechten ook nog moeten bekreunen om ecologische kwesties. Tegelijk maken de beelden uit China onverbloemd zichtbaar hoezeer de klimaatcrisis, wintersport en industrialisatie met elkaar zijn versmolten. De barre aanblik van de skibaan tegen de achtergrond van schoorstenen en koeltorens doet in dat opzicht de realiteit meer recht dan een winters droomlandschap uit het voltooide verleden. Onontkoombaar en ontnuchterend inzicht, onbedoeld vermoedelijk, geleverd door een land dat niet om zijn openheid bekendstaat.

Tot begin februari verwachten meteorologische diensten een verwaarloosbare 0,3 mm neerslag in Beijing, en temperaturen die langzaam oplopen van matige vorst nu, tot lichte dooi begin volgende maand.

Niet dat het iets uitmaakt, hoor.

Meer over