De schoonheid schuilt in het groeiproces

Sinds hij op plateauzolen lid was van Roxy Music, heeft Brian Eno zich ontwikkeld tot een veelzijdig kunstenaar. Het Holland Festival dat zaterdag losbarst, presenteert vooral Eno's toevoegingen aan de hedendaagse muziek....

Halverwege een zorgvuldig verwoorde bespiegeling over hoe belangrijk het is dat kunstenaars de periferie opzoeken, buigt Brian Eno zich plots over de rand van het balkon en wijst naar beneden. Daar loopt, in de richting van het Leidseplein, een meisje in een korte okerkleurige broek, hand in hand met haar vriendje.

'Kijk eens naar die stevige benen, kijk eens naar dat achterwerk', zegt de kunstenaar goedkeurend. Ten overvloede: 'Ik kan niet ontkennen dat zoiets me interesseert. Wat denk je: komt die uit Nederland? Voor zo'n uitzicht ben ik hierheen gekomen.'

In zijn drie jaar geleden verschenen boek A year (with swollen appendices) schreef Eno al uitgebreid over zijn belangstelling voor vrouwenbillen. Toch is het even wennen om de popprofessor zo nadrukkelijk zijn street credibility te horen etaleren.

Brian Peter George St John Baptiste de la Salle Eno, zoals hij 51 jaar geleden gedoopt werd, switcht graag tussen filosofische bespiegelingen en bouwvakkersobservaties, tussen het precieuze van museale kunst en het effectbejag van popcultuur. Dat dat geforceerd over kan komen, neemt hij voor lief. Wham Bam, Eno is glam. En al zijn de plateauzolen uit zijn jaren bij Roxy Music al lang geschiedenis, Eno wil niet doorgaan voor een nerd die de hele dag achter de computer zit om geluidjes uit te vinden die eigenlijk niemand wil horen.

Zijn bezigheden getuigen van die veelzijdigheid. De hoofdgast van het Holland Festival was vorige week nog in Dublin, waar hij aan de nieuwe cd van U2 werkte. Bij aankomst op Schiphol heeft hij alvast de plek geïnspecteerd waar zijn Music for Airports gespeeld zal worden. In het Stedelijk Museum wordt intussen gewerkt aan een audiovisuele installatie van zijn hand. Andere recente activiteiten: War Child, het muziekcentrum in Mostar, bedoeld om door de oorlog getraumatiseerde kinderen soelaas te bieden; de gong voor een reeks reusachtige Long Now Clocks, die verspreid over de aarde worden opgesteld en tienduizend jaar zullen blijven tikken, om ons eraan te herinneren dat onze daden van nu tot in lengte van dagen gevolgen hebben. Een tweeënhalf meter hoog prototype verrijst dit jaar in de woestijn van Californië. Het verzoek om een paviljoen in te richten op de wereldtentoonstelling van Hannover volgend jaar heeft hij na rijp beraad afgewezen. 'Daarvoor zou veel overlegd moeten worden. Het leven is te kort om achter vergadertafels door te brengen.'

Het Holland Festival vergist zich als het denkt met zo'n popveteraan een jong publiek te trekken, zo werd geschreven. Dat verwijt negeert het feit dat Eno zich na Roxy Music, begin jaren zeventig, tot een veelzijdig kunstenaar heeft ontwikkeld. Hij exposeerde op de Biennale van Venetië en in het Centre Pompidou in Parijs, ontwikkelde een parfum, produceerde artiesten als de Talking Heads en James, hielp David Bowie bij Low en Heroes, ontwierp kaarten om muzikanten te helpen een impasse tijdens opnamesessies te overwinnen ('Herhaling is een vorm van verandering', 'Ga naar buiten en doe de deur dicht', 'Koester je vergissing als een verborgen bedoeling') en schreef een boek waarin hij onder andere zijn visie op cultuur uiteenzet: everything you don't have to do. Al met al genoeg om hem professoraten in Londen, Plymouth en Berlijn te bezorgen.

Van die veelzijdigheid zal tijdens het Holland Festival niet veel te merken zijn. Zijn aandeel is toegespitst op zijn twee wezenlijke toevoegingen aan de hedendaagse muziekcultuur. De ene bestaat uit Ambient Music (omgevingsmuziek), een inmiddels ingeburgerde term, in 1978 door Eno gelanceerd met de plaat Music for Airports, vier ijle, vooral uit flarden echoënde piano en zang bestaande muziekstukken, bedoeld om ten gehore te brengen op vliegvelden. Die muziek was Eno's antwoord op de producten van de firma Muzak Inc. Zijn eigen omschrijving: it must be as ignorable as it is interesting. Ambient is dank zij groepen als The Orb inmiddels uitgegroeid tot een belangrijke stroming in de popmuziek. Tijdens het Holland Festival wordt Music for Airports live uitgevoerd op Schiphol, door de Bang On A Can All Stars.

De laatste jaren houdt Eno zich bezig met Generative Music, wat vrij vertaald kan worden met 'vruchtbare muziek'. Muziek die zich, volgens door de componist/programmeur vastgestelde richtlijnen, zelf verder ontwikkelt. Een dergelijke 'compositie' - voor zover dat woord dan nog van toepassing is - zal klinken bij zijn installatie in het Stedelijk Museum.

De uitvoering van Music for Airports op Schiphol Plaza is een paradoxale onderneming. Muziek die niet bedoeld is om op te vallen, zal voor de duur van het concert alle aandacht krijgen. Daar komt bij dat de zes musici de oorspronkelijk met elektronica opgenomen composities op akoestische instrumenten spelen.

'Het wordt een andere compositie, maar met hetzelfde geluid. De inspanning van de muzikanten zal in de waardering betrokken worden. Het concert geeft het werk een psychologische dimensie', is de gevolgtrekking van Eno.

Eno herinnert zich nog de geboorte van het idee voor Music for Airports. 'Het was op een Duits vliegveld, Keulen, meen ik. Een prachtige plek, grappig genoeg ontworpen door de vader van Ralf Hütter van Kraftwerk. In dat met zo veel zorg en toewijding ontworpen gebouw, klinkt er shit uit de boxen, een oude tape die toevallig bij iemand in de auto slingerde. Die muziek verpestte de hele ervaring. Niemand dacht na over wat geluid met ruimte doet.'

Music for Airports is een functionele compositie, toegesneden op de kenmerken van een vliegveld. 'Een vertrekhal is akoestisch vreselijk. Droog, niet resonerend geluid valt er in het niet. Bij deze muziek maakt het niet uit of er nog meer galm bij komt. Ook onderbrekingen vanwege alle aankondigingen die je nu eenmaal hebt op vliegvelden, storen niet.'

Eno omschrijft de muziek als het resultaat van technische, pragmatische en esthetische overwegingen. Ook de hoeveelheid hertz is daarbij betrokken. 'Mensen kopen tickets, gaan naar de taxfree, begroeten bekenden, nemen afscheid; op een vliegveld wordt veel gepraat. De muziek bevat hoge en lage frequenties, maar de toonhoogte van de menselijke stem heb ik ongebruikt gelaten. Anders zou het als storend worden ervaren.'

Op vliegveld La Guardia bij New York diende Music for Airports twee maanden als begeleiding van videotapes van Eno. En onlangs werd de muziek live op Stansted bij Londen vertolkt. Maar afgezien daarvan is Music for Airports zelden ter bestemder plaatse ten gehore gebracht.

Eno is niet teleurgesteld. 'Ik had ook niet verwacht dat dat zou gebeuren. Mij ging het om het wezen van achtergrondsmuziek. Muziek werd tot dan gemaakt om geconcentreerd naar te luisteren, zonder iets anders aan je hoofd. Mijn ervaring was een andere. Men zet muziek op, en gaat vervolgens een boek lezen of de afwas doen. Op die luistergewoonte wilde ik inspelen.'

Toch is Eno later niet aan Music for Reading of Music for Washing the Dishes toegekomen. 'Ik hou er niet van variaties te onderzoeken. Anderen hebben het idee verder gebracht. Dat ligt nu eenmaal besloten in de aard van de cultuur als gezamenlijke onderneming.'

Music for Airports vertegenwoordigt in het denken van Eno het ene uiterste van onze mate van concentratie op muziek. Het andere uiterste is een zeer intensieve omgang met muzikale bronnen.

'We zijn er zo aan gewend dat het mogelijk is muziek precies hetzelfde opnieuw te horen, dat we er niet meer bij nadenken. Toch is exacte reproductie pas sinds een eeuw mogelijk. Een serieus muziekliefhebber kon voordien, als hij geluk had, tien keer in zijn leven de vijfde van Beethoven horen. En elke keer klonk die anders. Dat vergt een heel andere concentratie. Ik denk graag dat dit tijdperk van opgenomen muziek historisch gezien als een afwijking zal worden beschouwd, een tussenfase op weg naar een veel minder statische tijd.'

Die dynamiek kan op allerlei manieren worden bevorderd. 'Een vriend in New York is geobsedeerd door vroege rock 'n' roll. Hij koopt studiotapes uit de begintijd op, bestudeert alle takes van Great Balls of Fire, hoort de gesprekjes tussen de nummers door, kan achterhalen wat de drummer als ontbijt at. Dat idee van een archeologie van de popmuziek fascineert me.'

Ook tijdens de recente opnamen met U2 bekroop hem het gevoel dat het jammer is dat de luisteraar niet de stappen en zijsporen kan volgen die aan het eindresultaat voorafgingen. 'Het idee dat alleen die ene versie van de song perfect zou zijn, is ouderwets. Ik zou cd's willen maken waarop een deel van de muziek vast staat, en een ander deel beweeglijk is. Een dergelijke fijnmazige benadering heeft de toekomst.'

Ter verduidelijking komt hij met het verhaal - 'het is van een filosoof, ik denk Bergson of zo' - over een stok die in de sloot wordt gegooid. Na verloop van jaren groeien er kristallen op, en verandert de stok in een wonderschoon object.

'De schoonheid school niet in de stok, maar in het groeiproces. In de popmuziek gebeurt dat steeds weer; iets triviaals wordt in de poel van de cultuur gegooid en begint te groeien. Marilyn Monroe was niet aantrekkelijker dan veel andere vrouwen, maar toen de aandacht eenmaal gevangen was, groeide het kristal. Dat is de wet van de toenemende meeropbrengst.'

Dat groeien kan wat hem betreft niet letterlijk genoeg worden genomen. De generative music waarmee hij sinds 1996 experimenteert, vergelijkt hij met een levensvorm, die een eigen ontwikkeling heeft. Muziek op het snijpunt van cultuur en agricultuur, met de componist als zaaier van noten, die tot wasdom komen volgens procedures die hij in gang zet, maar niet volledig beheerst.

Het project begint met het vastleggen van de parameters van de muziek: klankkleur, toonhoogte, wederzijdse beïnvloeding, toegestane variaties, evenals de waarschijnlijkheid waarmee ze voorkomen. Bijvoorbeeld: deze zes noten zijn mogelijk, maar de een heeft een kans van zeventig procent, de andere van vijf. En een op de tien keer wordt de reeks een octaaf hoger. Dat resulteert in muziek die telkens verandert en alleen bestaat op het moment van beluistering.

De geliefde vergelijking van Eno is die met tuinen. 'De parken van Versailles zijn een voorbeeld van dominantie over de natuur. Veel mensen geven in plaats daarvan de voorkeur aan een zekere samenwerking. Generative music werkt op die manier. De muziek maakt een eigen ontwikkeling door, die net als die van planten niet helemaal te voorspellen is. De instructies staan vast, maar de uitkomst is ongewis.'

Als zijn muziek groeit als een tuin, is het de luisteraar dan gegeven de compositie tot wasdom te laten komen? Is Eno te porren voor een muzikale tamagotchi? Hij lacht bij het idee. 'Zo sophisticated is het programma nog niet. En waarmee zou je het moeten voeden? Met ideeën, met melodie en ritme, met nieuwe instrumenten?'

Daar komt bij dat Eno geen vertrouwen heeft in interactieve kunst. 'Om een betekenisvolle verandering door te voeren, moet je in staat zijn complexe beoordelingen te maken. Daarvoor moet je het proces doorgronden. Dat kost veel tijd. Ik heb in het verleden interactiviteit gebruikt: geluid dat harder of juist zachter klinkt als je nadert. De meeste interactieve processen zijn zo simpel. Dat is niet interessant. De mooiste vorm van interactiviteit blijft het lezen van een boek.'

Ook wat zich afspeelt in de kamer met beeld en geluid die hij inricht in het Stedelijk Museum, is niet afhankelijk van de bezoeker. Wel zijn beeld en geluid beide generative. De muziek bestaat uit drie lagen: de ene wordt ter plekke door een computersysteem gemaakt, de tweede bestaat uit in de studio gemaakte geluidsfragmenten die in willekeurige volgorde worden gespeeld. Door Eno vertelde verhalen vormen het derde niveau.

'Wat je daar ziet en hoort, is uniek voor dat moment', verzekert hij. 'Al zal elke combinatie ooit opnieuw voorkomen. Maar wij maken dat niet meer mee. Althans, ik niet.'

Meer over