De Saints zijn terug

Een jaar geleden symboliseerde de Superdome in New Orleans het lijden en de ellende van de orkaan Katrina. Maandag werd er, sneller dan verwacht, een American football-feest gevierd: ‘Een kans om onze toekomst weer beet te pakken.’..

De American football-wedstrijd was nog geen twee minuten bezig, toen New Orleans zijn eerste touchdown scoorde. De oorverdovende ontlading van energie spatte zelfs in New York van het televisiescherm.

New Orleans Saints, de lokale footballclub, keerde maandagavond terug naar huis, naar het stadion waar zich ruim een jaar geleden afgrijselijke taferelen hadden afgespeeld.

Eind augustus 2005 was de Superdome een natte, hete plek waar mensen trachtten te overleven. De orkaan Katrina had hun stad verwoest. Dertigduizend mensen zochten er beschutting, zes mensen stierven er. Voor het oog van de wereld symboliseerde de Superdome het menselijk lijden en het complete falen van alle bestuurslagen.

‘Dit was onze versie van Ground Zero’, zei stadionmanager Doug Thornton, refererend aan de plaats in New York waar het World Trade Center stond.

Precies 56 weken later werd het stadion weer gebruikt waarvoor het gemaakt was: topsport, een feest voor bijna 70 duizend supporters én afleiding.

Vooral die afleiding was welkom. Want terwijl alles aan het voor 185 miljoen dollar opgeknapte stadion schitterde en glom, terwijl New Orleans tegen Atlanta achteloos zijn derde overwinning op rij boekte (23-3), liggen grote delen van de stad er nog steeds kapot en verlaten bij.

De bezoekende footballsupporter die verder keek dan het nabijgelegen French Quarter, kon de verwoesting gewoon zien. In het Quarter, het toeristische hart van de stad, klinkt de blues en jazz allang weer. De bars en hotels zijn open. Maar de rit naar de Lower Ninth Ward, Lakeview of St. Bernard is kort. In die wijken stinkt het nog steeds naar nat hout en dood. Daar woont nog steeds bijna niemand, want wat moet je zonder elektriciteit, winkels, scholen? Wat kun je zonder een huis?

Niemand vergat maandag dat New Orleans nog steeds een schaduw van zichzelf is, een stad die de helft van de bevolking mist. Maar het idee van de eerste thuiswedstrijd was juist om die werkelijkheid een paar uur terzijde te schuiven. En om een geest van wedergeboorte te projecteren. ‘Wij zijn terug’, riep een spandoek.

‘Het is een kans om onze toekomst weer beet te pakken’, zei de lokale historicus Douglas Brinkley. ‘Om te laten zien dat New Orleans nog steeds pijn lijdt, maar ook vooruit gaat. Mensen zijn niet blij met de manier waarop de dingen gaan, maar iedereen is voor de Saints.’

Voor afleiding en optimisme diende de sport, maar ook de muziek. Zoals bij elke professionele sportwedstrijd klonk eerst het volkslied. Het werd gezongen door Irma Thomas en Allen Toussaint, twee lokale muzieklegenden. Droge ogen waren op dat moment moeilijk te vinden.

Daarvóór was er de ‘pre-game show’, een live muziekconcert op het veld dat normaal gesproken wordt bewaard voor de Super Bowl: de finale van het footballseizoen. De rockbands U2 en Green Day traden samen op, begeleid door blazers uit New Orleans. De gitarist van U2, The Edge, helpt muzikanten in New Orleans, die vaak hun instrumenten zijn kwijtgeraakt, met zijn organisatie Music Rising.

‘Jazz, r & b, rock-’n-roll, alles begon in dit kleine gebied’, zei The Edge. ‘Ik denk dat elke muzikant die geld verdient door te doen wat hij doet, iets aan New Orleans verschuldigd is.’

De footballspelers delen die betrokkenheid. Tijdens de uitzending op sportzender ESPN zag je ze op bezoek in getroffen buurten. Quarterback Reggie Bush speelde met kinderen op een schoolplein dat met zijn geld was aangelegd. Joe Horn, ook een aanvaller, werd verwelkomd door een supporter. De man liet zijn verwoeste huis aan hem zien en wees de plek waar ooit een foto van Horn hing. De speler keek hulpeloos, met stomheid geslagen.

Het is een onontkoombare reactie voor wie de ravage voor zich ziet. Maar niet voor de bezoeker van de Superdome een jaar later. Wie het geluk had gehad om kaartjes te bemachtigen, zag Bush, Horn en hun ploeggenoten passen en scoren, juichen en dansen in de ‘eindzone’. Ze zagen burgemeester Ray Nagin, rapper Snoop Dogg, oud-president George Bush en filmmaker Spike Lee genieten.

De krant van New Orleans, The Times-Picayune, vatte het zeldzame geluksgevoel dinsdag samen: ‘Zelfs naar de standaarden van grote evenementen in New Orleans was het een avond die nog jaren herinnerd zal worden, niet alleen door het spektakel maar ook door de emotie en energie, waardoor de bijeenkomst op momenten vooral als een kerkdienst voelde.’

Meer over