tv-recensiearno haijtema

De roze revolutie viert de humor en vrolijke provocatie van de lhbti-emancipatie

null Beeld

In Paolo Sorrentino’s onvolprezen Netflix-series The Young Pope en The New Pope onderhouden veel pausgetrouwen in het Vaticaan homoseksuele relaties. Alles stiekem, uiteraard, want het celibaat staat beroepsgelovigen geen seks toe en homoseks, gepleegd buiten de ijzeren kaders van het door Rome goedgekeurde traditionele gezin, is de Allerhoogste een gruwel.

Tedje en de Flikkers, opname uit 'De roze revolutie' van Michiel van Erp. Beeld VPRO
Tedje en de Flikkers, opname uit 'De roze revolutie' van Michiel van Erp.Beeld VPRO

Michiel van Erps De roze revolutie, een vierdelige, persoonlijk getinte terugblik op de moderne lhbti-geschiedenis, deed me denken aan Sorrentino’s heimelijke clericale avonturen. Niet in sfeer: de vrijgevochtenheid van de lhbti-gemeenschap van Van Erp contrasteert met het Vaticaanse geniep. Wel in thematiek: de (vergeefse) pogingen van gezagsdragers en moraalridders om de menselijke driften te beteugelen.

Het eerste deel van Van Erps serie, maandag op NPO2, ging terug naar 1969, naar de eerste demonstratie van zo’n honderd homo’s op het Binnenhof. Terwijl hetero-Nederland van de seksuele bevrijding proefde, liepen lhbti’ers te hoop tegen een wetsartikel dat seks tussen meerderjarige homo’s en minderjarigen verbood. (De strafrechtelijke leeftijdsgrens lag destijds op 21 jaar.) Geen dode letter: een van de veertig door Van Erp geïnterviewden vertelde dat hij maanden in de cel had doorgebracht, nadat de zedenpolitie hem als 23-jarige met zijn toen 19-jarige vriend had betrapt.

Het middeleeuws aandoende wetsartikel 248-bis werd in 1971 weliswaar geschrapt, maar de strijd voor homorechten en de erkenning van wat intussen de lhbtiqa+-identiteit is gaan heten, was daarmee natuurlijk niet gestreden. Constanten in die strijd: de humor en doorgaans vrolijke provocaties waarmee de ‘roze’ revolutie werd gepredikt en de verbetenheid van de conservatieve tegenaanval.

Zanger Martin van de roze punkband Tedje en de Flikkers (1977-1980) blikte terug op de jaren dat het COC ‘fatsoenlijk’ streefde naar gelijkwaardigheid, en van uitgesproken homo-identiteit niets wilde weten. Emeritus hoogleraar genderstudies Maaike Meijer vertelde over de radicaal lesbisch-feministische groep Paarse September waartoe ze behoorde. Een naam die verwees naar Zwarte September, de Palestijnse terreurgoep die dood zaaide onder Israëlische atleten op de Olympische Spelen van 1972 in München. ‘Hoogst smakeloos’, noemde Meijer de naam nu, maar hij joeg veronderstelde onderdrukkers wel ‘de stuipen op het lijf’.

Ontroerend was de getuigenis van dragqueen Victoria False over de eerste Roze Zaterdag in 1979. Bisschop Jo Gijsen van Roermond had zich in een interview vijandig uitgelaten over homo’s en in reactie daarop demonstreerden duizenden met de leus ‘Gijsen, flikker op’ in zijn stad. False: ‘Tot dan mocht je niet extravagant zijn. Maar daar dacht ik: we zijn met zó veel. Sindsdien ben ik nooit meer bang geweest.’

Met de oerconservatief Gijsen kwam het niet meer goed. In Sorrentino’s Vaticaan worden onwelgevallige bisschoppen verbannen naar onherbergzame oorden als Alaska of Kabul. Gijsens werdegang kent een parallel met hun lot. Zijn actieve loopbaan eindigde als bisschop van Reykjavik, in een land met minder dan tienduizend katholieken. Dat moet hem een gruwel, en voor menig demonstrant van weleer een zoete wraak zijn geweest.

Meer over