De rituele kunst van het vlees Relaas van dertig jaar performance-kunst, evenementen en happenings in Wenen

Performers verkennen grenzen, en in de jaren zestig en zeventig leek het wel alsof 'destructie' hun gemeenschappelijk credo was. Joseph Beuys sloot zich op in een kooi bij een uitgehongerde prairiewolf; Chris Burden schoot een kogel in zijn arm; Otto Mühl, Günter Brus en Carolee Schneemann verminkten zichzelf....

PAUL DEPONDT

OP HET orgiastische feest vloeiden duizenden liters hardrode Prinzendorfer wijn en meer dan duizend liter dierlijk bloed. Er werden stieren en varkens geslacht, er klonk muziek en dagenlang gingen toneelspelers en naakte figuranten met massa's vlees en darmen aan de slag.

In 1957 bedacht de Oostenrijkse kunstenaar Hermann Nitsch zijn Orgien Mysterien Theater. Sindsdien liet hij geregeld een fragmentje of een motiefje uit zijn Sechs-Tage-Spiel zien, op tentoonstellingen, evenementen of biënnales, 'voorbereidende stadia van mijn theater' - in de woorden van Nitsch, 'niets dan generale repetities'.

Hij kocht in 1971 het kasteel Prinzendorf in Neder-Oostenrijk, 'het museum van het orgiastisch Nitsch-spektakel', en werkte er als een bezetene aan zijn 'definitieve theater', het langste stuk ter wereld, een zesdaagse choreografie met vlees, ingewanden, kruisen, bloed en wijn, schreeuwkoren en lawaaiorkesten. Het orgie- en mysteriespel werd deze maand - augustus 1998 - 'in besloten kring' opgevoerd op Nitsch' landgoed Prinzendorf.

Tijdens het zes-dagen-spel, onder regie van de als een dorpspastoor ogende Nitsch, trokken spelers en musici door het kasteel, de tuin, het omringende landschap en de Prinzendorfer wijnkelders. De televisie was er; je kon de orgie op het Internet volgen. Brigitte Bardot, die opkomt voor 'de rechten van het dier', hield een persconferentie. Het Oostenrijkse volk, zei ze, moet 'de moorden van de heer Nitsch' boycotten. Ze riep de Oostenrijkers op zich te verzetten tegen het rituele slachten van drie stieren.

De katholieke kerk had het mysterie-spel ook al fel bekritiseerd omdat Nitsch gebruik maakt van religieuze symbolen en attributen, het kruis, altaren en kazuifels. Ook de extreem-rechtse politicus Jörg Haider protesteerde en op gezag van Landesrat Hans Jörg Schimanek van de extreem-rechtse FP & Ouml; werd de performance 'als publiek evenement' beëindigd, wegens 'het ontbreken van een vergunning'. Alleen oude vrienden en leden van de vereniging ter ondersteuning van het Orgien Mysterien Theater konden het bloedige dramaspel zien.

Het Österreichisches Museum für angewandte Kunst in Wenen toont deze zomer in Out of actions 'een geschiedenis' van het Weense Aktionismus, de dramaturgen van het Orgien Mysterien Theater, van body art en van performance, '1949 tot 1979'. Geschiedenis wil zeggen 'sporen' uit vervlogen tijden, herinneringen, nauwelijks autonome kunstwerken (want het zijn slechts 'handelingsrelicten'), wel veel overblijfselen. De expositie is het relaas van dertig jaar performance-kunst, evenementen en happenings die met behulp van video's, films, foto's, documenten en Aktionsobjekten worden geëvoceerd. Bij elk voorwerp hoort een vertelling, een verslag van de activiteit, de herrie en de commotie, zoals bij de 'generale repetities' van Hermann Nitsch.

Antonin Artaud is 'mijn geestelijke broer', zegt hij. Je treft in het werk van Nitsch net zo'n slagveld aan als in Artauds tekeningen en geschriften, zijn 'theater van de wreedheid'. Artaud bewerkte tekeningen met sigaretten of brandende lucifers. Het waren voor hem 'sensaties', pijnlijke krampen, beproevingen en bezweringen. Zijn oeuvre is een danteske afdaling in de hel, een 'voodoo-poppen-ritueel', zoals ook het Orgien Mysterien Theater.

Veel performers hebben een opvallende belangstelling voor medische rekwisieten: pipetten, kolven, slangen, trechters, prothesen, chirurgische scharen en pincetten, en bloed. Het lijkt wel alsof 'destructie' hun gemeenschappelijk credo is. Bij de ingang van de tentoonstelling, die eerder in het Museum of Contemporary Art in Los Angeles was te zien, hangt een schilderij van Jackson Pollock. De 'Jack the Dripper' van de naoorlogse Amerikaanse kunst performde een schilderij. Het doek lag op de grond, een gevechtsmat, en Pollock strooide kwistig de verf over het linnen. Hij blesseerde het schilderij. Lucio Fontana ging nog een stap verder: hij kerfde met een mes in het doek, hij verwondde het, of maakte er gaten in. Kazuo Shiraga vocht letterlijk met de materie. Hij wierp zich op de verf, wreef met zijn hele lichaam over het schilderij. En Georges Mathieu maakte van zijn Bataille de Bouvines een theatervertoning. De schilder werd een toneelspeler; zijn schilderij een bühne.

Ze radicaliseerden het surrealistische concept van het ongecontroleerde automatisme. Niet zij schilderden; de verf of de materie gaf het doek vorm. Het was geen constructie meer, een schilderij dat vooraf en schetsmatig was bedacht, maar 'een schildersgebaar'. Het kunstwerk werd iets theatraals, een liturgie zoals Nitsch' obsessionele Orgien Mysterien Theater waarbij met bloed en wijn en ingewanden schilderijen of taferelen worden gemaakt.

Yves Klein, de God of de hogepriester van het nouveau réalisme, schilderde met naakte modellen. Hij werkte met levende penselen in een galerie met publiek en een strijkorkestje, een dolkomische en theatrale afrekening met het abstract expressionisme van Pollock of de 'vlekkenkunst' van Mathieu. Zijn medestander Jean Tinguely ontwierp zijn méta-matics, machines met tekenstift of penseel die konden schilderen of tekenen.

Performers verkennen grenzen. Hoever kun je gaan? Rebecca Horn, die in haar atelier 'optrad' met de meest uitzinnige hulpstukken (hanengevederte, vingerhandschoenen, een Bleistiftmaske met stekelige potloden) heeft ooit een film gemaakt over haar grote idool Buster Keaton. In Buster's Bedroom, een absurd reisverhaal naar een sanatorium voor geesteszieke filmsterren, rijdt in de openingsscène een vrouw met een blauwe blinddoek door de woestijn. Het is in het werk van Horn een van de vele verwijzingen naar Keaton: op de rand of op het koord balanceren, net zoals Buster Keaton gevaarlijke of riskante situaties opzoeken.

Joseph Beuys sloot zich in een kooi op bij een uitgehongerde prairiewolf; Chris Burden schoot een kogel in zijn arm; Marina Abramoviè liet het museumpubliek 'alles met haar doen'; Valie Export ging op wandel met 'haar hond' Peter Weibel aan de leiband; Otto Mühl, Günter Brus en Carolee Schneemann verminkten zichzelf. En Orlan liet zich door iedereen kussen (Introduire 5F, le baiser de l'artiste. Merci.) en liet haar lichaam via plastische chirurgie veranderen naar de modellen van Mona Lisa en Venus, een regelrechte 'rituele kunst van het vlees'.

Kunst werd meer en meer spektakel, voorstelling en vertoon. Het werd ook gefilmd. Installatie-kunst, zoals de Gesamtkunstwerken van Ilya Kabakov, is tegelijk ook coulissen-kunst: het publiek loopt als toeschouwer door het decor en langs de rekwisieten. De kunstenaar is regisseur van een klein theaterstuk waarbij het publiek soms ook participeert. In de happening, bedacht door Allan Kaprow, werden de toeschouwers aangesproken en zelfs aan het werk gezet. Iedereen werd letterlijk - in de woorden van Beuys - een kunstenaar; alles was kunst.

Het is allemaal in de geest van Fluxus en van het neo-dadaïsme, 'een fusie tussen Spike Jones, vaudeville, grappen, kinderspelletjes en Marcel Duchamp': het grote schildersgebaar, de messentrekkerij van de zelfverminkers, de bespottelijke stoeterijen van performer-van-het-eerste-uur James Lee Byars, goeroe Beuys in gesprek met een dode haas of 'de parende geliefden beplakt met smakelijke koteletjes' van Fluxus-koning Wolf Vostell.

Veel performances en happenings die in de jaren zestig en zeventig een Umwertung aller Werte waren, zijn op een wazig discours gebaseerd. Gefrutsel, gefröbel en jaren-zestig-maniertjes. Niet alles, maar wel veel. De parades en vertoningen van de kunstenaarsbent Fluxus waren misschien vroeger fascinerend of grensverleggend, maar uiteindelijk lijken het nu fratsen van jongens-onder-elkaar.

Het gebeurde in augustus 1966. John Latham, gastdocent van de Londense St. Martin's School of Art, leende in de bibliotheek de gebundelde kritieken Art and Culture van Clement Greenberg. Hij organiseerde, samen met Barry Flanagan, een feestje met als motto: 'Still and Chew.' Ze vroegen hun gasten op een uit het boek van Greenberg gescheurde pagina te kauwen, op een chewing gum van kunstkritiek, om vervolgens het propje 'Greenberg' in een emmer te kieperen. Ongeveer een derde van Art and Culture werd door de gasten uitgespuugd. Latham bewaarde de pulp.

Hij kreeg een aanmaning van de bibliotheek: Student zoekt Art and Culture van Clement Greenberg. En Latham bezorgde 'een pot Greenberg', werd ontslagen en sindsdien zijn de pot en de overige pagina's van het boek bezit van het New-Yorkse Museum of Modern Art: Art and Culture (1966-69), verworven met de steun van de Blanchette Rockefeller Fund. Pot en boek van Latham's action zijn 'handelingsrelicten'.

De Weense tentoonstelling is net zo'n gebottelde Aktion, een grote doos met herinneringen aan performances. Over twee verdiepingen zijn honderden objecten, foto's en documenten uitgestald: de 'antropometrieën' van Yves Klein, Jean Tinguely's schildermachines en de pistoolschilderijen van zijn vrouw Niki de Saint-Phalle, de ingeblikte poep van Piero Manzoni, 'le coin du restaurant' van Daniel Spoerri, The Store van Claes Oldenburg, de stropdas van Nam June Paik, het schoolbord en de honingpomp van Joseph Beuys, de Water Music van John Cage en de Aktionsphotographien van Hermann Nitsch.

Het is weliswaar geen roerloos kerkhof, want je hoort zuchten en schreeuwen, en toch zijn die souvenirs d'artistes 'begraven' kunstwerken. Het is slechts het residu van een kunstwerk, de performance of de Aktion; het zijn overblijfselen die pas tot leven worden gewekt als je het ook zelf herinnert - omdat je het ooit zag - of op zijn minst door middel van een relaas eraan herinnerd wordt.

Bij een Beuys-retrospectief vraag je je af of de museale Beuys, opgebaard in vitrines, geprojecteerd op een beeldscherm, wel even interessant is als de sjamaan Beuys van de tientallen Aktionen, installaties en opmerkelijke discussies. Kan de vorm wel zonder de vent?

En achteraf vraag je je ook af: waar draaide het allemaal om? Op festivals werden tientallen violen kapotgeslagen, naakte meisjes en stropdassen over het papier gesleept, lucifers opgegeten, piano's 'geprepareerd', klompjes boter over de vloer gesmeerd en konijnen aan een schoolbord opgehangen. Wat overbleef, werd gemusealiseerd.

Het Orgien Mysterien Theater van Nitsch, een obsessionele en orgiastische rebellie tegen de Oostenrijkse gezapigheid, werd gecensureerd: het spektakel werd van het Internet verwijderd. Het zesdaagse feest in Prinzendorf werd een besloten bijeenkomst voor kunstkenners en vrienden.

De opstandigheid en de obsessies van de performers worden gedomesticeerd, een soort Rückkehr ins Bürgertum, veilig en keurig opgeborgen in de collectie van een museum, het mausoleum van de kunst. 'Het doel was de reis', verzuchtte Willem de Ridder - die in de jaren zestig zelf zulke fratsen verzon, 'maar helaas werd het kunst'.

Out of actions, 'Aktionismus, body art & performance, 1949-1979'. Tot en met 6 september in het Österreichisches Museum für angewandte Kunst, Wenen. Van 15 oktober tot en met 6 januari 1999 in het Museu d'Art Contemporani, Barcelona.

Meer over