Zwart activisme

De revolutie zag er niet eerder zo cool uit: hoe de Black Panthers films en hiphop hebben geïnspireerd

Judas and the Black Messiah vertelt het verhaal van een FBI-infiltrant bij de Black Panthers. Het radicale zwarte activisme uit de jaren zestig en zeventig is keer op keer een rijke inspiratiebron voor de popcultuur.

Beeld uit de film Judas and the Black Messiah  Beeld
Beeld uit de film Judas and the Black Messiah

De voorzitter in de speelfilm Judas and the Black Messiah speecht zo geïnspireerd dat de vonken ervan afspatten. Fred Hampton, de leider van de Black Panther Party-afdeling van Illinois, jut zijn toehoorders op met de retoriek van de revolutionair: ‘Je kunt een vrijheidsstrijder vermoorden, maar je kunt de vrijheid niet vermoorden.’

Gejuich.

De instemming van Hamptons gehoor groeit, het geroezemoes wordt rumoer. En uiteindelijk schalt het eensgezind door de zaal.

Voorzitter: ‘I am...’

Publiek: ‘I am...’

Voorzitter: ‘...a revolutionary!’

Publiek: ‘...a revolutionary!’

En dat een paar keer achter elkaar, totdat de menigte verandert in een maalstroom van gelijkgestemdheid.

De scène typeert de politieke beweging die met radicale middelen streefde naar een vrij en gelijkwaardig bestaan van de Afro-Amerikaanse bevolking van de Verenigde Staten. Regisseur Shaka King laat in Judas and the Black Messiah zien hoe de FBI deze militante beweging van binnenuit wilde vernietigen door middel van infiltratie en spionage .

Judas past daarmee in het rijtje films die met het zwarte zelfbewustzijn van nu kijken naar het zwarte zelfbewustzijn van toen. Regisseur Regina King liet in One Night in Miami (2020) Muhammad Ali, Malcolm X, Sam Cooke en footballspeler Jim Brown discussiëren over wat het betekent om zwart en succesvol te zijn in Amerika. Mangrove (2020), van regisseur Steve McQueen, uit zijn serie Small Axe, behandelt het showproces tegen de Mangrove Nine, een groep demonstranten die werd opgepakt nadat ze protesteerden tegen politie-intimidatie van de zwarte eigenaar van een Londens restaurant. En in The Trial of the Chicago 7 (2020) van Aaron Sorkin, ook over een historisch showproces, komt eveneens zwart activisme voorbij, in de vorm van het verhaal van Black Panther-verdachte Bobby Seale.

De films geven allemaal inzicht in het zwarte activisme van de jaren zestig en zeventig. Met name die toespraakscène uit Judas zegt luid en duidelijk: ‘Dit is hoe het radicale zwarte bewustzijn van de jaren zestig eruitzag.’ En dan hebben we het niet alleen over die vlammende speech van de boze, maar kalme zwarte man, die gekomen is om misstanden te benoemen. Nee, hier gaat het net zo goed over de uiterlijkheden waaraan je het zwarte Amerikaanse activisme kon herkennen: de zwarte leren jasjes, de baretten op de afro’s, de zwarte coltruien en de geüniformeerde strengheid waarmee Hampton en zijn cordon bewakers zich hebben gesierd. De revolutie zag er niet eerder zo cool, zo funky uit.

Dat is wat we ons herinneren van de Black Panthers, het tienpuntenprogramma met onder meer de eis tot eerlijke rechtspraak voor Afro-Amerikanen ten spijt: het zijn de jasjes, de baretten en de koele ongenaakbare discipline die zijn blijven hangen. Dat, en de vage notie dat de Panthers weliswaar voor een goede zaak streden, maar dat dat altijd met veel geweld gepaard leek te gaan.

De symbolen hebben hun plek veroverd in het collectieve culturele bewustzijn en manifesteren zich nu nog. Herinnert u zich dat optreden van Beyoncé tijdens de rust van de Super Bowl in 2016? Tijdens het nummer Formation droegen de zwarte danseressen zwarte leren outfits met precies die zwarte baretten op hun afro’s, terwijl ze hun choreografie met militaire precisie uitvoerden. Juist, een verwijzing naar de Black Panthers.

Shaft, de succesvolste blaxploitationfilm ooit, was in 1971 al flink geïnspireerd door de trotse houding van de Panthers, zij het met financieel voorbedachten rade. Filmmaatschappij MGM bracht de film over de zwarte detective niet uit om een Afro-Amerikaans publiek te emanciperen, maar om een lucratieve markt te veroveren. Niettemin: Shaft had een zwarte actieheld! De eerste! Een met een fuck you attitude die ook nog eens wint aan het eind! Die combinatie was goud. In The Guardian noemde filmmaker en cultuurcriticus Nelson George het ‘agressieve zwarte heroïsme’ de aantrekkingskracht van zulke blaxploitationfilms.

In de film behandelt bad ass John Shaft de witte politie-inspecteur met dezelfde wantrouwende afstandelijkheid die de Panthers reserveerden voor de hen vijandige politiemacht. Een schietpartij tussen maffiosi (wit) en gangsters (zwart) wekt de suggestie van een rassenoorlog en, o ja, Shaft draagt een zwarte leren jas en een coltrui.

Zwarte radicale opvattingen en de bijbehorende parafernalia vonden niet alleen hun weg naar film, maar ook – meer nog zelfs – naar hiphop, het kruispunt van blackness en popcultuur. Hiphopcrew Boogie Down Productions maakte van het bekende Malcolm X-citaat ‘by any means necessary’ een albumtitel, en gebruikte voor de albumhoes een beroemde foto van hem. Elke song van rapper Paris, de zelfbenoemde ‘Black Panther of Hip Hop’ uit San Francisco, klinkt als een politiek pamflet.

Bij Public Enemy, de succesvolste alternatieve hiphopcrew van de jaren tachtig, sprong de nalatenschap van zwart politiek activisme het meest in het oog. Frontman Chuck D werd in de hiphopwereld al gezien als de spreekbuis voor zwart bewustzijn, iemand die zijn mening over Amerikaans racisme veelvuldig voor de micro- of megafoon declameerde. In videoclips en tijdens live-optredens bestond de taak van de S1W, de security van de crew, eruit om in legertenue en met zonnebrillen en baretten op intimiderend zwijgzaamheid uit te stralen. De norse blikken werden alleen afgewisseld met korte uitbarstingen van militaristische danspasjes.

In andere muziekgenres waren parafernalia populairder dan principes. Janet Jackson speelde in 1989 leentjebuur bij de linkse radicalen voor haar videoclip van Rhythm Nation. In het zwart gestoken, gedrilde dansers voerden een retestrakke choreografie uit. Terwijl Janets teksten – ‘Join voices in protest to social injustice’ – veilig genoeg zijn om wit noch zwart voor het hoofd te stoten.

Toch, een popster moet twee keer nadenken voordat hij of zij zomaar een zwarte baret opzet. Jezelf gratuit tooien met beladen symbolen kan je op kritiek komen te staan. Adam Szetela, schrijver voor Vice en als researcher van maatschappelijke bewegingen verbonden aan diverse Amerikaanse universiteiten, beschuldigde Beyoncé na haar Super Bowl-optreden van ‘boutique activism’. Hij vond dat de zangeres zich de symboliek van de radicale partij had toegeëigend en die, al zingend over statussymbolen, had beroofd van de revolutionaire inhoud.

Nu is het wel zuur dat juist Beyoncé, een boegbeeld van black awareness, van een vorm van culturele toe-eigening werd beschuldigd. En ongeacht of ze goede of zelfs revolutionaire bedoelingen had met haar optreden, Szetela had er wel een beetje begrip voor. ‘Het is wat gebeurt met de symbolen en betekenisdragers uit het verleden. Ze verliezen hun scherpe randjes en worden gesublimeerd, geassimileerd, en vaak ook gemeengoed.’

De tijd kan elk gevaarlijk symbool in een onschuldige meme transformeren. Vraag maar aan Che Guevara: ooit marxistisch revolutionair, nu vooral bekend als populaire T-shirt-print. Symbolen van radicale rebellie die zijn doorgesijpeld naar popcultuur bieden het beste van twee werelden. Ze hebben nog de vage connotatie van nobel ideologisch verzet, maar leveren voor de drager niet meer het bijbehorende gevaar op. Beyoncé heeft vast geen doodsbedreigingen gekregen na haar flirt met de Black Panthers, in tegenstelling tot Tommie Smith en John Carlos, de twee Afro-Amerikaanse atleten die de Black Power-groet brachten op de Olympische Spelen van 1968.

Popcultuur is niet alleen het oplosmiddel waarin schadelijke symbolen worden verdund totdat ze geschikt zijn voor massaconsumptie. Popcultuur dient ook als krachtig vehikel voor maatschappelijke sentimenten. En precies die rol had, ironisch genoeg, de Marvel-kaskraker Black Panther. Want Black Panther, zowel de stripfiguur (sinds 1966) als de daaruit voortvloeiende superheldenfilm (2018), heeft formeel niets van doen met de politieke partij. Wel creëerde Marvel destijds met de strip Black Panther de eerste zwarte superheld. Diens trotse onafhankelijke attitude als koning van een Afrikaanse heilstaat is zowel een echo van de grondhouding van de Panthers als een reflectie van de zwarte bewustzijnsbeweging in de Verenigde Staten nu. De film met zijn (bijna) geheel zwarte cast en zwarte regisseur staat hoog op de lijst van succesvolste films ooit. Een hoogtepunt in de popcultuur heeft nu grotere maatschappelijke impact dan de resten van een historische radicale subcultuur. Het was vast niet wat de Panthers voor ogen hadden, maar ze zouden niettemin trots zijn geweest op hun culturele kleinkind.

Black Panther Party for Self Defense

De zwarte panter is een dier dat niet tot de aanval overgaat, tenzij het in een hoek wordt gedreven. Dat is de reden dat Huey P. Newton en Bobby Seale, twee studenten van de Samuel Merritt-universiteit in Oakland, hun nieuwe politieke organisatie in 1966 de Black Panther Party for Self Defense noemden.

Newton en Seale vonden echter dat geweld in de strijd voor sociale rechten en burgerrechten in Amerika soms onontkoombaar was. Het onderscheidde de Panthers van andere, meer gematigde burgerrechtenbewegingen.

Foto’s waarop de Panthers duidelijk zichtbaar wapens dragen en de vele gewelddadige confrontaties met de politie hebben het beeld gevormd van een agressieve militante organisatie. Maar de Panthers waren uiteraard meer dan dat. De partij hing de power to the people-doctrine aan, een vorm van marxisme waarbij de zwarte Amerikaanse bevolking beschouwd werd als het lompenproletariaat. Hun sociale programma’s voor de zwarte gemeenschap en hun verzet tegen een racistische politiemacht maakten hen geliefd bij de zwarte gemeenschap – en daarmee een bedreiging voor de status quo. De FBI infiltreerde in de beweging met de bedoeling die van binnenuit te verwoesten. Het leidde onder meer tot de moord op Fred Hampton, zoals verbeeld in de film Judas and the Black Messiah. Door infiltratie, verraad, geweld en sabotage werd de beweging begin jaren tachtig opgeheven.

De Panthers en de nazi’s

En staaltje popcultuur dat niet zozeer is geïnspireerd door de Black Panthers, als wel hun beeldtaal gebruikt, is de uiterst curieuze nazi-blaxploitationfilm The Black Gestapo. In deze B-film uit 1975 richt de burgerwacht-generaal Ahmed een leger op (met zwarte baretten) om de zwarte inwoners van de Los Angeles-wijk Watts te beschermen. Maar dan wordt het leger overgenomen door de eveneens zwarte kolonel Kojah (met zwarte SS-pet) die de beweging verandert in een fascistische organisatie. Verwarrend.

Black Panther, de kip en het ei

Het is een populaire misvatting dat de Marvel-strip Black Panther geïnspireerd zou zijn op de Black Pantherbeweging. De strip maakte zijn debuut echter al in juli 1966. Daarmee was de fictieve Black Panther zo’n vijf maanden eerder dan de partij die Huey P. Newton en Bobby Seale oprichtten.

Meer over