Wakkerlandsjan Kuitenbrouwer

De quasi-argeloze krenking van ‘blank’

null Beeld

Meepraten voor beginners: Jan Kuitenbrouwer schrijft het woordenboek van de verbale burgeroorlog die we het ‘openbaar debat’ noemen. Deze week, onder de ‘K’: kleur.

Wij moeten het toch nog even over kleur hebben. In de bioscopen draait de prachtige documentaire Summer of Soul, over een muziekfestival in Harlem, New York, in de zomer van 1969. ‘Het zwarte Woodstock’ wordt het genoemd, maar het werd vergeten tot iemand onlangs de videobanden terugvond, met fantastische optredens van Stevie Wonder, Sly & the Family Stone, The 5th Dimension, The Staple Singers, Gladys Knight, Nina Simone, The Edwin Hawkins Singers – het is een fonkelende schat aan zwart muzikaal talent. Tussendoor wordt de zwarte Amerikaanse cultuur van die tijd geschetst. De journalist Charlayne Hunter Gault vertelt hoe zij er in slaagde om het woord —> negro in The New York Times vervangen te krijgen door ‘black’, een belangrijke overwinning van de burgerrechtenbeweging.

Een tijdlang was —> zwart een verzamelnaam voor alles wat niet wit was, maar de verzameling verengt zich. ‘Black’ wordt in Amerika sinds kort met een hoofdletter geschreven, als een etnische cultuur. Zwarten zonder hoofdletter worden steeds vaker aangeduid als ‘mensen van —> kleur’.

—> Blank mag ook niet meer, dat moet —> wit zijn. Het Frans heeft geen keuze, wit = ‘blanc’, maar wij hebben ‘wit’ én ‘blank’, met connotaties van reinheid, onschuld en edelheid. Blank-zwart is ook: onbevlekt-bevlekt. Een wit persoon is net zomin ‘wit’ als een zwart persoon ‘zwart’ is. Het is een metafoor, en metaforen werken niet omdat ze kloppen, ze kloppen omdat ze werken.

Mijn bereidheid om me te voegen naar een nieuwe taalnorm verschilt per geval. Ook op mijn sterfbed zal ik ‘media’ nog vervoegen als meervoud, ‘tot slaaf gemaakte’ in plaats van —> slaaf vind ik onzinnig, maar ‘wit-zwart’ in plaats van ‘blank-zwart’ heb ik moeiteloos overgenomen. Het heeft de charme van de symmetrie, dat helpt ook. Mensen die blijven mokken over ‘blank’ claimen vooral het recht op quasi-argeloze krenking.

‘Mensen van kleur’, is het een anglicisme? People of color, letterlijk vertaald? Waarschijnlijk.

Maar ook: minderheden willen graag een naam met ‘mens’ erin. Gehandicapten: mensen met een beperking, aidspatiënten: mensen met aids, allochtonen: mensen met een immigratieachtergrond. De redenering is dat termen als ‘patiënt’ en ‘allochtoon’ dehumaniserend zouden werken. Daar valt wel wat op af te dingen. Taal is reductief, ‘patiënt’ betekent ‘mens met ziekte’, dus dan denk je aan een mens, zoals je bij ‘koning’, ‘moeder’ en ‘dief’ ook aan mensen denkt. Die toevoeging ‘mens’ is meer een symbolische reparatie, denk ik, voor de dehumanisering die minderheden wel degelijk ervaren, niet zozeer door die naam, maar op andere manieren. ‘Mens’ is een reminder voor: achtergestelde groep.

Ook ‘mensen van kleur’ heeft z’n tegenstanders. Mensen-niet-van-kleur, bestaan die? Nee, je bent op z’n minst lichtbeige. Zo zal die ‘getinte huidskleur’ er wel ingeslopen zijn, bekend van Opsporing Verzocht en het lokale tv-nieuws. —> Huidskleur is pas een kleur als hij een tint heeft.

‘Van kleur is geen Nederlands’, zei Eddy Terstall laatst op Twitter. Dat argument hoor je vaker, maar het klopt niet. Een ‘mannequin van allure’ een ‘sommelier van statuur’, een ‘mondharpist van niks’, dat is correct Nederlands. Een ‘man van stavast’, een ‘vriend van verdienste’. Zo kun je ook zeggen: ‘een mens van kleur’.

Maar zou ‘mensen met kleur’ niet meer voor de hand liggen dan van? Ja, maar nee. Denk aan de eerder gegeven voorbeelden: mensen met aids, met een beperking. ‘Met’ is meer voor de pech.

Meer over