SerierecensieI.M.

De overtuigende en aanstekelijke lotsverbondenheid tussen Connie Palmen en Ischa Meijer ★★★☆☆

Michiel van Erp volgt de schrijver Connie Palmen zo precies dat dit vooral het personage Connie Palmen in de weg zit.

Ramsey Nasr en Wende Snijders in I.M., naar het boek van Connie Palmen. Beeld Elmer van der Marel
Ramsey Nasr en Wende Snijders in I.M., naar het boek van Connie Palmen.Beeld Elmer van der Marel

‘Mijn brakke ziel staat als een kaars te walmen, voor mijn liefje Connie Palmen.’ Ischa Meijer (1943-1995) kon beter schrijven, maar de kleine ode is veelzeggend. Het zegt veel over de grote, onvermijdelijke liefde tussen de beruchte interviewer en de succesvolle schrijver, die duurde van 1991, nadat ze bij hem aan tafel was geschoven bij zijn radioprogramma Een uur Ischa, tot zijn onverwachte overlijden aan een hartaanval vier jaar later. En het zegt veel over zijn zelfbeeld; zijn trauma, neurosen, angsten en onhebbelijkheden. ‘Mijn brakke ziel.’ De serie I.M., naar het boek van Connie Palmen uit 1998, schuwt daarvan niets en schetst een pijnlijk, maar liefdevol portret.

Een sfeervol portret is het ook, van de vroege jaren negentig in het centrum van Amsterdam: de rokerige journalistencafés, de burelen van dagblad Het Parool, het Boekenbal, de liederlijkheid en de drank. In die zin doet I.M. denken aan zijn gelauwerde voorganger Ramses, ook gemaakt door Michiel van Erp. Maar waar daar de romantisering op de loer lag, kiest Van Erp in I.M. voor nietsontziende rauwheid. Mede dankzij het bronmateriaal, uiteraard. Ook Palmen was soms grensoverschrijdend eerlijk in het delen van privédetails. Het moment bijvoorbeeld, dat ze elkaar na de door haar ingestelde ‘zeven dagen van kuisheid’ weer treffen, gretig en verliefd, vol opgehoopte verwachtingen en geilheid, en dan allebei alles laten lopen – letterlijk. Van Erp neemt die beroemde scène vrij precies over, om de schaamteloosheid en het vertrouwen tussen hen te tonen.

In het boek is het ook een mooie literaire metafoor, een illustratie van de onbetrouwbaarheid van het lichaam, en een vooruitwijzing naar zijn dood, maar dat komt op tv toch minder goed over. Zo lijdt de serie vaker onder de roman. Van Erp volgt de schrijver Connie Palmen zo precies dat dit vooral het personage Connie Palmen in de weg zit.

Maar eerst de lof. Van Erp weet de haast kinderlijke lotsverbondenheid tussen de twee in vier afleveringen overtuigend en aanstekelijk in beeld te brengen. Dansen bij het draaiorgel, op gelukzalige roadtrip door Florida, koken, roken, drank, seks, schrijven. En samen E.T. kijken in uniseks pyjama’s, terwijl Meijer het beroemde zinnetje parafraseert: ‘I.M. phone home’. Deze twee verloren zielen voelen zich thuis bij elkaar, zo wordt onomwonden duidelijk. ‘Weet je dat ik me nog nooit zo niet eenzaam heb gevoeld?’, verklaart Palmen haar soms wonderbaarlijke toewijding. Ze is vastbesloten en onverzettelijk in haar liefde, ondanks alles.

Dat is in lijn met de roman, maar in de serie moeilijker te geloven. Het boek is een postuum portret van Ischa Meijer door de ogen van zijn geliefde. Palmen is daar in feite de verteller die Meijer in woorden tot leven wekt. Hij is het onderwerp, zij is ondergeschikt. In het boek werkt die scheve verhouding, omdat Palmen ook de schepper is; het is háár verhaal. Maar in de serie is de verhouding scheef gebleven, en dat wringt. Actrice Wende Snijders krijgt vooral de rol van observator, coach en liefdevolle supporter toebedeeld, en heeft opvallend weinig tekst.

Met haast bovenmenselijke inspanning haalt ze het maximale uit deze moeilijke rol, met prachtige liefdevolle, wijze, bezorgde en begripvolle blikken, met een grote kracht en kwetsbaarheid, maar uiteindelijk is dat te weinig. Waar blijft de stem Connie Palmen? Wat vindt zij ervan, als haar man aankondigt ‘naar de hoeren te zullen blijven gaan’? Als hij uit jaloezie niet blij kan zijn voor haar succes? Als hij nachtenlang wegblijft, of ’s nachts wanhopig de koelkast leeg vreet? Waarom kiest ze voor hem, wat zegt dat over háár? We komen het niet te weten. Nooit wordt ze eens kwaad, of is ze zelfs maar kritisch. Nee, ze lacht, kijkt, incasseert.

En áls Palmen dan tekst heeft, blijft het statische boekentaal, zoals: ‘Je bent me vreemd als je met me vrijt.’ Of: ‘Ik ben bang voor alle verwoesting.’ Aan Snijders ligt het niet, maar hier is scenarist Hugo Heinen te dicht bij het boek gebleven.

Die keuze heeft tot gevolg dat Ramsey Nasr bijna te véél moet spelen. Dat doet hij overigens formidabel, met een heel palet aan wanen, neurosen en tics. Als peuter overleefde Meijer Bergen-Belsen, en na de oorlog werd hij door zijn getraumatiseerde ouders mishandeld. Met als resultaat een gehavende man die in alles een mateloos kind bleef. Meijer heeft bindingsangst, gaat vreemd, drinkt en eet te veel, is onvoorspelbaar, explosief, onaangepast en manisch. Nasr, voor de rol bekroond met een Gouden Kalf, speelt hem met een onstuitbare energie, en grote, opengesperde ogen, waarin hij steeds een kinderlijke angst en hunkering laat doorschemeren. 

De serie kent een reeks fraaie momenten en gemiste kansen, maar I.M. overtuigt uiteindelijk vooral als tragisch portret van een onmogelijke man.

I.M. 

Drama

★★★☆☆

Regie Michiel van Erp. Naar het boek van Connie Palmen. 

Met Wende Snijders, Ramsey Nasr, Majd Mardo, Guy Clemens e.a.

4 afleveringen, te zien op NPO Plus, en vanaf 28/12 dagelijks op NPO 1.

Michiel van Erp

Michiel van Erp (57) begon zijn carrière als acteur. Later maakte hij documentaires en kinderprogramma’s voor de VPRO en de Vara en werkte drie jaar bij het theatergezelschap Mugmetdegoudentand, waar hij ook verschillende voorstellingen regisseerde. Zijn grote doorbraak als filmmaker kwam in 2006 met de bioscoopdocumentaire Pretpark Nederland. In 2014 maakte hij de bekroonde serie Ramses en in 2018 debuteerde hij als speelfilmregisseur met Niemand in de stad. In dat jaar keerde hij ook weer terug bij het toneel, met een regie van Jeroen Brouwers’ roman Het hout bij Internationaal Theater Amsterdam.

Meer over