De omweg van een Duits debuut

Een onverwachte wereldpremière, zo werd donderdagavond het debuut aangekondigd van de Duits-Nederlandse schrijver Thor Kunkel. Das Schwarzlicht-Terrarium, een roman over vijf randfiguren in het Frankfurt van de late jaren zeventig werd in het Rotterdamse Goethe-Institut ten doop gehouden, nog voordat het eind maart op de Duitse markt komt....

Van onze verslaggever Peter Swanborn

De 37-jarige Kunkel vertelde dat hij aan de roman begon nadat hij in 1992 in Amsterdam was komen wonen. Vier jaar later ging de eerste versie van 1200 pagina's naar een Duitse uitgever. Deze en zo'n vijftig andere zagen er geen brood in en de laatste, de Frankfurter Verlagsanstalt, weigerde op eigen kosten het zware manuscript terug te sturen. Kunkel, die het onzin vond, om een uitgeverij van postzegels te voorzien, liet het manuscript bij de uitgever liggen.

Wat volgde was een telefoontje van de jury van de grootste Duitstalige debutantenprijs, de Ingeborg-Bachmann-Literatur-Wettbewerb. Een van hen had het manuscript ooit ingezien en vroeg het op voor de wedstrijd van 1999. Tot zijn eigen verbazing won Kunkel de tweede prijs. De volgende ochtend belde de Frankfurter Verlagsanstalt om te zeggen dat zij de roman alsnog wilde uitgeven. Inmiddels was het fameuze Rowohlt Verlag haar voor geweest.

Teruggebracht tot nog altijd meer dan zeshonderd pagina's is Das Schwarzlicht-Terrarium een tragikomische kroniek van het leven in een Duitse afbraakbuurt eind jaren zeventig. Hoofdpersoon is Anton Kuhlmann, afgekort Kuhl. Negentien jaar oud en met een mislukte leerschool als televisiereparateur achter de rug, verdient hij moeizaam de kost als nachtwaker in een parkeergarage. Hij leeft in een woonkazerne, slaapt op kratten en noemt zichzelf 'Connaisseur der Narkose.'

Het is een leven van seks & drugs & discobeat maar Kunkel, die als webmaster werkt en zichzelf een 'informatiejunkie' noemt, wilde niet alleen het levensgevoel van een verdwenen generatie beschrijven. Meer nog wilde hij laten zien dat juist in die deprimerende jaren zeventig technologische ontdekkingen werden gedaan die tot onverwacht revolutionaire gevolgen hebben geleid in de jaren negentig, van het schaap Dolly tot internet.

Dit geloof in de technologische vooruitgang zet Kunkel met veel plezier af tegen de treurige levensloop van Kuhl en zijn vrienden. Het is een soort vrolijk pessimisme dat doet denken aan de verhalen van Arnon Grunberg, al liet Kunkel weten juist deze schrijver 'helemaal niets' te vinden. Thor Kunkel gaf te kennen liever klassieke schrijvers als Büchner, Benn en Goethe te lezen dan zijn postmoderne tijdgenoten.

Een uitspraak die onder het keurige 50+ publiek enige verbazing wekte gezien Kunkels eigen postmoderne schrijftechnieken. Zo wisselt hij citaten van Céline, Cioran en Schopenhauer af met tekeningen van uitgeputte feestgangers en wordt het boek geopend met een portret van disco-eendagsvlieg Patrick-Born to be alive-Hernandez.

Momenteel voltooit Kunkel zijn derde roman, Strandvögel rück wärts, over een stel bejaarden in het Zandvoort van 2050. Door de nog altijd voortsnellende biotechnologie wordt hen het sterven onmogelijk gemaakt. Dit najaar verschijnt eerst nog een novelle, Ein Brief an Hanny Porter, over de tragische lotgevallen van een Duits echtpaar op Hawaii.

Meer over