De Nuenense glimlach

Even slikken is het minste dat je instinct je ingeeft, als je de bus hebt verlaten en Nuenen binnenstapt over het Vincent van Gogh-plein....

Kijk eens aan, de doorgang naar het beroemde adres Berg 26 heet Aardappeleterssteegje. Maar ook hier ontbreekt elk besef van historiciteit. Aan weerszijden van de steeg bevinden zich moderne winkels, en de even nieuwe woningen herbergen Naaiende boerin bij het raam noch Interieur met wever en kinderstoel, laat staan Interieur met pannekoeken bakkende vrouw - een tableau vivant waar de wethouder toerisme eens over kan denken.

Als er iets van Nuenen afstraalt, is het een soort zondagse opgeruimdheid die alle buitenissigheid weert. Vincent van Gogh kwam in 1883 weer bij zijn vader de dominee wonen in de pastorie, die hij in oktober 1885 op een herfstig olieverfdoek zette. Kom je nu voor het statige pand te staan, dan vind je rechts ervan een bordje met de tevreden tekst: 'Op deze pastorie zijn authentieke kleuren toegepast uit de tijd van Vincent van Gogh.' Waarna de naam van de firma volgt die deze prestatie leverde in stemmig donkergroen.

De pastorie en de bomen ervoor zijn behouden gebleven. Tegenover het pand bevindt zich fitnesscentrum 'Olympic body', en dát nu is weer een verdacht fenomeen. Nuenen was voor Van Gogh temeer een geschikte verblijfplaats vanwege de presentie van originele boerenkoppen en lijven die door landarbeid waren gehard. 'Er waren zeer mooie meiden, van welke de allermooiste lelijk', schreef hij in één van zijn brieven. Aan de studies voor De aardappeleters is het genoegen af te lezen waarmee Van Gogh de hoekige koppen - niet veel verschillend van de piepers die zij rooiden en jasten - weergaf in potlood, krijt en olieverf.

Die ongepolijstheid lijkt uit Nuenen te zijn weggeretoucheerd. Dat er een kunstenaar heeft gewoond, daar kunnen ze niet omheen, maar 't is alsof ze hier heimelijk opgelucht zijn, dat hij na twee jaar weer de plaat poetste. Alsof ze het betreuren dat Vincent niet in hún provincie dat lichtere palet en die door de Japanse prentkunst beïnvloede boomgaarden en korenvelden heeft gemaakt. De modder, de klompen, de spitters en de populierenlanen-bij-avond die hij in Nuenen vastlegde, fleuren je interieur niet direct op. Jammer, want hij kon het wél!

Schrijven kon hij ook, al was hij zich waarschijnlijk niet bewust hoe natuurlijk en modern, in vergelijking met het 'gepotgieter en zelfs de vandeysselarij van die jaren', zoals W.F. Hermans beweerde in Vincent literator (1990). Omstreeks 30 april 1885, De aardappeleters was nog nat, schreef Van Gogh het volgende aan broer Theo: 'Ik heb nl. wel terdeeg erop willen werken dat men de gedachte krijge dat die luitjes, die bij hun lampje hun aardappels eten met die handen, die zij in de schotel steken, zelf de aarde hebben omgespit en het spreekt dus van handenarbeid en van dat zij hun eten zo eerlijk verdiend hebben. Ik heb gewild dat het doet denken aan een gans andere manier van leven dan die van ons, beschaafde mensen. Ik zou dan ook volstrekt niet begeren dat iedereen 't zomaar mooi of goed vond.'

Zo kreeg hij het leven bij de kladden. 'Al is het dat ik dikwijls in de beroerdigheid zit', heet het in 1882, 'toch is er binnen in mij een kalme, reine harmonie en muziek. In het armste huisje, in het smerigste hoekje, zie ik schilderijen of tekeningen. En als met onweerstaanbare aandrang gaat mijn geest die richting uit.'

Met de overgang van weversdorp naar forensendorp heeft Nuenen de arme huisjes en smerige hoekjes opgedoekt, opdat er niet opnieuw een zonderling als Vincent van Gogh door de provinciaalse aangeharktheid komt klossen.

Dankzij Rob van den Dobbelsteens reisgids In het voetspoor van Van Gogh (1989) wist ik dat er nog een adres juist buiten het dorp bezien moest worden: Gerwenseweg 4, waar de familie De Groot woonde die was toegerust met een profiel dat De aardappeleters die markante knoestigheid verleent.

Het gaat nu even niet om dat huisje, onbeduidend als het is, maar om het wandelingetje terug. Vanaf het aardappeletershuisje word je omgeven door graan, een molen, en de kerktoren in de verte die door Van Gogh zo vaak is afgebeeld. Geen zaaiers, ploegers of arenlezende vrouwen op de rug gezien weliswaar, maar niettemin een beeld dat redelijk onaangetast de eeuw is doorgekomen. Nuenen binnenwandelen is zo erg nog niet. Er zijn is andere koek.

Net als ik wandelde dominee Van Gogh op 26 maart 1885 het dorp in, zij het dat hij er een verre tocht over de hei op had zitten. Hij viel op de drempel zijner woning neer en werd levenloos het huis binnengedragen. Een en ander was aanleiding voor een verhuizing van Vincents atelier, maar nadat de katholieke pastoor zijn parochianen verbood voor de schilder te poseren, vertrok hij naar Antwerpen. Hij zou nooit meer in Brabant terugkeren.

Een groot kunstenaar wordt het onderwerp van allerhande deelstudies. In Van Gogh in Brabant, de bruikbare catalogus die verscheen bij de gelijknamige Bossche tentoonstelling in 1989, wordt de totale werkende bevolking van Nuenen rond 1880 gerubriceerd, van wevers (440) en klompenmakers (18) tot bierbouwers (2) en waskaarsmakers (1).

Een bedrijfje dat er toen nog niet was, maar nu goede zaken doet, is de 'lunchette' Le Souris. Want, zo zegt de menukaart, hier wordt men altijd met een glimlach bediend.

In de bus terug naar Eindhoven zitten twee Japanners te stoven. Door de hitte of de ontgoocheling zijn zij hun glimlach kwijt.

Meer over