MuziekInterview

De nieuwe cd van Polo de Haas ontsproot aan een grote schoonmaak tijdens de lockdown

Polo de Haas in zijn huis in Amsterdam. Beeld Daniel Cohen
Polo de Haas in zijn huis in Amsterdam.Beeld Daniel Cohen

Pianist Polo de Haas (88) meanderde in zijn lange carrière langs vele stijlen en genres. Hij speelde zowel met Ramses Shaffy als met het Concertgebouworkest. Afgelopen weekend presenteerde hij zijn nieuwe dubbel-cd met improvisaties.

De nacht ervoor staat hem niet meer helder voor de geest, maar wat bleef hangen, is dat hij die bewuste ochtend wakker werd met een kater. Hij was bij een pianovriend die een studiootje had aan huis met daarin een nieuwe vleugel, een Estonia. De Haas: ‘Die kostte veel minder dan een Steinway, maar klonk net zo goed.’ Zijn vriend vroeg of hij de piano wilde inspelen. ‘Maar ik had dus die kater. Die vriend zei: ‘O, maar dan speel je des te beter. Ik ga het opnemen, we kunnen het altijd nog weggooien.’ Ik dacht: ach, ik laat die vingers gaan en we zien het wel. Zo gaat dat bij mij altijd met improviseren.’

Met geamuseerde verbazing kijkt Polo de Haas naar de muziekcassette van die katerige dag. Veertig jaar is er niks mee gebeurd. Dat er nu toch een cd van is gekomen, heeft hij te danken aan de pandemie. Het bandje kwam boven water tijdens een grote schoonmaak in eigen huis. ‘Dit lag hier dus gewoon in de gang. Zó mooi van klank.’ Het idee ontstond om er nieuwe improvisaties aan toe te voegen, zodat hij midden in de lockdown – ‘mijn concerten waren toch afgelast’ – opeens weer aan het opnemen was. De dubbel-cd 1980 & 2020, Piano Improvisations is net uit. ‘Ongewoon hè, hoe dat is gegaan, heel ongewoon.’

Polo de Haas, eind september 88 jaar geworden, ontvangt zijn bezoek liggend op de bank, gekleed in een blauwe trainingsbroek, een tie-dyeshirt en knalgroene sokken. Hij is herstellende van een ziekte die hem maandenlang weghield van het klavier. Afgelopen weekend, op 10 oktober, werd een nieuwe documentaire gepresenteerd over zijn decennialange pianocarrière. Bij die gelegenheid vierde hij zijn verjaardag. ‘Er waren wel 130 gasten.’

Klassiek, jazz, hedendaags, elektronisch, experimenteel: waar de meeste pianisten zich vastbijten in één genre, meanderde De Haas opgewekt langs meerdere muziekstijlen. Hij maakte naam met zijn improvisaties. Misschien, zegt hij, is alles wel begonnen met die improvisaties. Hij was een mannetje van 5 of 6 jaar oud, toen zijn ouders ontdekten dat hij van die leuke dingen deed op de piano. Zomaar, uit het hoofd. Ze stuurden hem op les. ‘De oorlog begon. Soms hoorden we een heel diep bromgeluid: geallieerde vliegtuigen die hun bommen op Duitsland gingen gooien. Een beetje eng vond ik dat, die lage dreun. Ik heb het altijd bij me gehouden. In de diepe tonen van de piano vond ik dat geluid terug. Je hoort het bijvoorbeeld op mijn cd Improvisations & Harmonies uit 1991.’

Op klassenfeestjes van de middelbare school werd er gedanst op muziek van jazzpianist George Shearing en van ‘ene Charlie Parker’. ‘Niet veel later liep ik eens langs een huis en hoorde ik binnen jazzmuziek. Het trok me zo aan dat ik gewoon naar binnen ben gestapt. Ik kwam terecht in de kelder, waar fantastisch mooi jazz werd gespeeld. Dat wilde ik ook. Henk van Es bleek daar de leiding te hebben, een soort legende in de Nederlandse jazzbeweging. Hij zei: ik zal het je leren.’

Studeerde hij overdag braaf Beethoven op het conservatorium, ’s avonds dook hij in het schnabbelcircuit met Van Es en diens band. Jazzmuziek zat indertijd nog in de rebellenhoek. ‘Toch een beetje griezelig was dat. Zou mijn klassieke spel niet worden aangetast door die jazz? Ik heb het opgebiecht aan mijn docent: ‘Ik speel jazz en drink daar een pilsje bij, mag dat allemaal?’ Het mocht, als de docent er maar niets van merkte.’

Polo de Haas Beeld Daniel Cohen
Polo de HaasBeeld Daniel Cohen

Als een spons zoog hij de jazzklanken op tijdens de roemruchte nachtconcerten in het Amsterdamse Concertgebouw. ‘Er kwam zo’n frêle vrouw het podium op. Ze begon te zingen met een hese stem en van die enorme glijers. Dat was toch geen zingen? Ik begreep het nog niet. Dat was dus Billie Holiday.’ Miles Davis, Oscar Peterson: er ging een wereld voor hem open en niet alleen muzikaal. ‘Van Peterson had ik opnamen gehoord. Wat kon die mooi spelen. Je had indertijd geen foto’s of beelden van de musici. Komt er een heel donkere man het podium op! Ondenkbaar nu, dat je niet weet hoe je favoriete musici eruitzien.’

Ramses Shaffy vroeg hem in de jaren zestig voor het roemruchte theaterprogramma Shaffy Chantant. Omdat hij niet als kleinkunstpianist door het leven wilde, vroeg hij carte blanche om zelf zijn muziekkeuzen te maken. Dat mocht van Shaffy, zodat tussen de luchtige cabaretscènes muziek klonk van Albéniz, Scarlatti of Pijper. En van Erik Satie in een tijd dat vrijwel niemand nog Erik Satie speelde. Later, toen hij Satie ging uitvoeren in de Kleine Zaal van het Concertgebouw, zag hij dat de Franse componist geen eigen naamschild had op de muur, terwijl Satie naar zijn smaak toch een prominente plek verdiende tussen een Bach en een Mozart. Daarom liet hij zelf een schildje maken en bevestigen in de zaal.

De Haas was zijn tijd vooruit door meerdere genres te spelen, maar hij zou nooit een man worden van de cross-over. Het was jazz náást Beethoven, swing náást Peter Schat. Die laatste componist, een vriend van hem, zette rond 1980 nog eens een gedicht van Mao Zedong op muziek. Dat werd tijdens de uitvoering in gouden letters op een rode achtergrond geprojecteerd. ‘Het was nog een mooi gedicht ook. Je kunt van Mao zeggen wat je wilt, maar dichten kon hij.’

Zijn vrolijke rebelsheid kostte hem in de roerige jaren zeventig bijna zijn baan als docent aan het Utrechts Conservatorium. In het Konsert voor piano synthesizer, stem en striptease, dat ook te zien is in de documentaire, speelt hij een nocturne terwijl een actrice om hem heen kronkelt en uit de kleren gaat. Langzaam neemt ze de piano én het stuk over. ‘De volgende dag stond er een grote foto in de krant en werd ik bij de directeur op het matje geroepen. Hij was des duivels: ‘Ik kan niet toestaan dat een docent op mijn conservatorium zoiets doet.’ Met een zucht: ‘En het was nog wel zo’n geestig stuk.’

Aan de hedendaagse kant van het muziekspectrum vormde hij decennialang het duo Fusion Moderne met basklarinettist Harry Sparnaay. Ze reisden de wereld rond en wonnen prijzen. ‘Voorspelbaarheid ontbreekt in de hedendaagse muziek. Vrijwel niets ligt voor de hand. Ik heb het altijd fijn gevonden om te realiseren wat componisten voor ogen stond, maar dat in de hedendaagse muziek veel aan jezelf wordt overgelaten, dat vind ik ook mooi. Dan kan ik er zelf wat aan toevoegen.’

Mede hierdoor werd hij een ‘pianistische duizendpoot’ genoemd, een status die scherpslijpers in de muziek weleens een wenkbrauw deed fronsen, maar daar trok De Haas zich ‘geen donder van aan’. Wat hij deed, deed hij omdat hij het leuk vond. Zonder strategie bracht hij in de praktijk wat een nieuwe generatie musici nu ijverig probeert na te streven: de muziek bevrijden uit het korset van concertzalen en conventies.

Polo de Haas organiseerde concerten aan de rand van een zwembad of gaf optredens op het dak van de Beurs van Berlage in Amsterdam. ‘Gekke dingen hebben we gedaan.’ De pandemie maakte een einde aan zijn jarenlange concertserie in de Kleine Zaal van het Concertgebouw, waar hij onder meer Indiase, Spaanse en West-Afrikaanse muziek ten gehore bracht. Hij speelde daarnaast werk van grote serieuze componisten met grote serieuze orkesten en het leek hem allemaal te komen aanwaaien, ‘maar zo’n late Beethoven, daar moet je echt een jaar op studeren. Gelukkig verveelt het nooit.’

Zijn vriend componist Simeon ten Holt kon dat dwarse in De Haas wel waarderen. Ten Holt was immers ook zo’n eigenwijs type. ‘Simeon componeerde atonale muziek, elektronische muziek ook. Op een gegeven moment kwam er een keerpunt. Hij zei: ik wil móóie muziek schrijven. Hij was aanvankelijk erg onzeker over zijn Canto Ostinato, waar ik van begin af aan bij betrokken was. Veel te mooi vond hij het, dat wil zeggen: te tonaal. Ik zei: het is ontzettend mooi. Je hebt het geschreven met overtuiging en dat hoor je.’ Canto Ostinato werd Ten Holts meest bekende werk. Polo zou het honderden malen vertolken. Zijn uitvoering met pianist Kees Wieringa leverde een gouden cd op.

De Haas speelde Canto Ostinato vaak de laatste jaren, toen de lastige stukken van Beethoven hem wat te veel werden. Improviseren doet hij ook nog. Dat gaat hem nog steeds makkelijk af. Wat in veertig jaar is veranderd aan zijn improvisatiespel, sinds die spontane opname in dat kleine studiootje? Hij zou het niet weten. Terugkijkend staat hij weleens verbaasd van zichzelf. ‘Heb ik dát allemaal gedaan? Ach, het mooie is: ik heb overal plezier aan beleefd.’

Documentaire

De nieuwe dubbel-cd van Polo de Haas ligt in de winkel en heet 1980 & 2020, Piano Improvisations. De documentaire Improvisations & Harmonies van Maartje Seyferth en Victor Nieuwenhuijs over het leven van De Haas is vandaag (woensdag 13 oktober) te zien op NPO 2 extra om 18.10 uur, gevolgd door een concertuitvoering van Canto Ostinato. De documentaire is ook online te zien.

Meer over