theater

De Nederlandse Toneeljury kiest de hoogtepunten van een gemankeerd seizoen

Op het Nederlands Theaterfestival spelen jaarlijks de beste voorstellingen van het seizoen. Uitverkoren zijn dit jaar onder andere het intelligente De zaak Shell en het caleidoscopische Laura H.

Rebekka de Wit en Anoek Nuyens in De zaak Shell. Beeld Karin Jonkers
Rebekka de Wit en Anoek Nuyens in De zaak Shell.Beeld Karin Jonkers

‘In deze toptien geen virussen, lockdowns en onlinetheater’, schreven we monter op 2 juli 2020. De krant publiceerde toen haar toptien met het beste theater van seizoen 2019-2020. Dat kon nog nét, daar we tot maart 2020 toch driekwart van een normaal toneelseizoen hadden gezien. Het ‘oude normaal’ lag nog vers in het geheugen, en de behoefte om dat te memoreren was groot.

Hoe anders is dat dit jaar.

Nu is er geen ontkennen meer aan: ’20-’21 was een kreupel theaterseizoen. Goed, in juni 2020 gingen de theaters op een kiertje open, waarna tot oktober nog aantal nieuwe voorstellingen het licht zag. Daarna hielden de meeste theaters de deuren stijf dicht, met hier en daar een kleinschalige uitzondering, zo lang dat mocht. Pas in april bracht de proef met Testen voor Toegang een kleine opleving en nu zijn de theaters sinds juni mondjesmaat open. Donderdagavond maakte ook de Nederlandse Toneeljury weer haar selectie voor het jaarlijkse Theaterfestival bekend (zie kader). En hoewel je natuurlijk eigenlijk uit zo’n onvolledig, versnipperd aanbod geen serieuze ‘best of’ kan destilleren, grijpen we dit moment aan om stil te staan bij dat bijzondere seizoen.

Het gaat dan niet over online-initiatieven, die verdienen op den duur een eigen beschouwing. Al zet de toneeljury alvast een gedurfde stap door er één te selecteren: Niemand anders van Micha Wertheim. Hij maakte een vernuftige meta-livestream die het fenomeen livestream, en ‘live’ überhaupt becommentarieert en op zijn kop zet, en gaat daarmee een stap verder dan zijn vele streamende collega’s. Het is de tweede keer dat Wertheim op het festival speelt, maar de eerste keer dat hij deel uitmaakt van de prestigieuze juryselectie – uitzonderlijk voor een cabaretier. Maar dat hij met zijn uitgekiende, conceptuele theatervorm al jaren meer tot het domein van de podiumkunst dan dat van het cabaret behoort, maakt deze selectie volkomen gerechtvaardigd.

Mischa Wertheim in Niemand anders. 	  Beeld Gijsbert van der Wal
Mischa Wertheim in Niemand anders.Beeld Gijsbert van der Wal

Maar wij beperken ons hier dus tot het fysieke live theater, en hoe actueel, vitaal en poreus die kunstvorm kan zijn: maak een voorstelling tijdens een pandemie, en die sijpelt er onmiskenbaar in door, ook als het er helemaal niet over gaat. De zuurstoffles in het decor van de voorstelling Wie heeft mijn vader vermoord van Internationaal Theater Amsterdam bijvoorbeeld: opeens een omineus beeld. Als Hans Kesting als gebroken vader naar het achtertoneel hoest en rochelt, beneemt je dat letterlijk de adem. Zijn longen zijn vernietigd door fabriekswerk, maar plotseling is daar in onze verbeelding óók dat vermaledijde virus: extra plaag voor de kwetsbaren en kansarmen. Die dubbelheid maakte de eerste voorstelling na de uitbraak, in juni 2020, meteen een van de mooiste van dit seizoen.

Het Nationale Theater koos voor haar heropening een verzameling bestaande, maar plots ongekend actuele monologen van onder anderen Beckett en Pinter, over ziekte, dood, eenzaamheid en isolatie. De toneeljury selecteerde het aangrijpende Sea Wall, een tekst van Simon Stephens gespeeld door Emmanuel Ohene Boafo, over een jongeman die een onverdraaglijk verlies te verwerken krijgt. Rick Paul van Mulligen blies met een energieke, scherpe speelstijl nieuw leven in Joop Admiraals beroemde monoloog U bent mijn moeder, over de ontmoetingen met zijn dementerende moeder in een verzorgingstehuis. Dagelijks geconfronteerd met foto’s van eenzame ouderen en familieleden achter glas, was deze virtuoze verkenning van het menselijk onvermogen des te schrijnender.

Naast vitaal en poreus is het theater razendsnel: al in september kwam De Warme Winkel met het overdonderende Alleen samen, waarin ze heel precies de nog zo nieuwe pijn onder de pandemie blootlegden. Een hilarische vivisectie van alle nieuwe hygiënevoorschriften mondt uit in een uitzinnige, vleselijke ode aan het menselijke lichaam, in al zijn fragiele en voor virussen vatbare vergankelijkheid. Hier werden zwakte, kwetsbaarheid en dood gestileerd, omarmd en gevierd.

Emmanuel Ohene Boafo in Sea Wall.  Beeld Koen Veldman
Emmanuel Ohene Boafo in Sea Wall.Beeld Koen Veldman

Performanceduo Boogaerdt/VanderSchoot ging in het najaar en recent op het Holland Festival nog een stapje verder, en spiegelde ons in twee gedurfde, levende installaties, Antibodies en Fremdkörper, alvast een futuristische, post-humanistische wereld voor.

Natuurlijk zagen we daarnaast een terugkeer van de vertrouwde maatschappelijke thema’s, in soms zeer uitzonderlijke producties. Eigentijds ouderschap in het intieme Niet de vaders van gelegenheidsduo Minoux, terrorisme en mediareflexen in het caleidoscopische Laura H. van Toneelgroep Oostpool, klimaatverandering en burgerzin in het intelligente De zaak Shell bij Frascati (alle drie geselecteerd voor het Theaterfestival).

Jade Olieberg en Tim Olivier Somer in Laura H.  Beeld  Sanne Peper
Jade Olieberg en Tim Olivier Somer in Laura H.Beeld Sanne Peper

En aan het eind van het jaar, vlak voordat de boel weer op slot ging, presenteerden twee vrouwelijke makers nog even eigenwijs een geheel eigen universum; aangenaam onthecht, en toch onontkoombaar. Naomi Velissariou rondde met Pain Against Fear bij Theater Utrecht haar meesterlijke muziektheatertrilogie Permanent Destruction af, in een theatraal popconcert dat alle wetten van het genre tart, en Caro Derkx hield in de vernuftige ‘lecture performance’ A Portrait of the Artist in Red, Yellow and Blue (Frascati) een bezielde ode aan de kunst en de verbeelding. Een hoognodig lofdicht in kunstluwe tijden.

Een laatste hoogtepunt van dit gemankeerde seizoen – dat volgens de Toneeljury al eindigt in mei, was het verpletterende Verdriet is het ding met veren in regie van Erik Whien bij Theater Rotterdam, slechts drie dagen te zien bij Testen voor Toegang in april. Gelukkig volgt volgend jaar een tournee, want nu kon slechts een handvol gelukkigen getuige zijn van deze magistrale, onstuimige rouwseance naar het boek van Max Porter, over twee jongens, hun vader, en de Rouw. Hier was een moeder verdwenen, zomaar, en opeens drong de werkelijkheid van de pandemie weer door de kieren van de zaal. Nu kunnen we (bijna) opgelucht ademhalen, maar we zullen ook nog wel even blijven rouwen. En nergens kan dat beter dan in het theater.

Het Theaterfestival vindt plaats van 2 t/m 21 september in Amsterdam. Meer info op tf.nl

De selectie voor het Nederlands Theaterfestival

De Nederlandse Toneeljury selecteert jaarlijks de beste voorstellingen van het seizoen, die vervolgens spelen op het Nederlands Theaterfestival. Ook dit jaar kwam de jury tot een (weliswaar iets kleinere) selectie. Uitverkoren zijn: De Gliphoeve van Orkater, Laura H. van Toneelgroep Oostpool, Niemand anders van Micha Wertheim, Niet de vaders van Minoux, Mount Average van Julian Hetzel, Real Boys van More Dogs ism Orkater, Sea Wall van Het Nationale Theater, en De zaak Shell bij Frascati Producties. Het Theaterfestival vindt plaats van 2 t/m 21 september in Amsterdam. tf.nl

Meer over