De Nederlandse filmbonzen top 25

Wie maken de dienst uit in de Nederlandse filmwereld? Acteurs, regisseurs, producenten, distributeurs, festivaldirecteuren, financiers en beleidsmakers stellen aan de vooravond van het Nederlands Filmfestival in Utrecht hun top 25 samen....

Ryclef Rienstra denkt niet dat zijn positie als machtigste man in de filmwereld hem meer vrienden oplevert. 'Mensen die mij haten, doen echt niet vriendelijk tegen me', aldus de directeur van het Nederlands Fonds voor de Film. 'Dat is een opmerkelijk verschil in cultuur met Straatsburg, waar ik bij het Europese coproductiefonds Eu rimages werkte. Als daar een nieuwe subsidieronde voor de deur stond, kreeg ik kisten wijn, ham en wodka aangeboden. Mijn machtspositie hier is ook maar relatief. Het fonds valt onder het strenge regime van de Algemene Wet Bestuursrecht. Als iemand denkt dat hij niet correct door mij is be handeld, dient hij een bezwaarschrift in of hij stapt naar de rechter.'

Doe alles om de Nederlandse film tot een succes te maken. Dat was de opdracht die het Fonds voor de Nederlandse Film bij de oprichting in 1993 meekreeg van het ministerie van OC & W. Dat probeert Rienstra nu te realiseren. 'Het Fonds vertegenwoordigt twintig miljoen gulden per jaar. Nu wil ik het verdelen van geld niet relativeren, maar wij doen meer. Als Filmfonds proberen we het hele traject van idee tot distributie te overzien en daar waar nodig te stimuleren. Wij zoeken goede scenarioschrijvers, steunen hen bij het aan kopen van de rechten op een boek en brengen hem in contact met een regisseur en producent. In de pre productie helpen we producenten de beste financiering te vinden. In de fase van projectontwikkeling ondersteunen we ze financieel bij het zoeken van buitenlandse coproducenten. Het zijn allemaal aan geld gerelateerde activiteiten, maar we zijn meer dan een loket.'

Nederlandse speelfilms vinden steeds moeilijker hun weg naar de bioscoop. Rienstra hoopt dat intendant Richard Woolley, die per 1 september bij het filmfonds is ingetrokken, mee kan helpen daarin verandering te brengen. Woolley moet de totstandkoming van publieksfilms stimuleren. Rienstra: 'Wij willen een pact tussen de investeringsmaatschappijen, de banken, de fiscus, fine en het Fonds om de kwaliteit van Nederlandse films te vergroten. Het doel van de nieuwe belastingmaatregel is de filmbedrijvigheid te stimuleren. Dat gebeurt alleen bij continuïteit, en die krijg je alleen door kwaliteit.

Dat door de enorme bedragen van privé-investeerders voor de Nederlandse film het belang van het Fonds zal afnemen, gelooft Rienstra niet. 'Dat ene miljoen dat wij bijdragen aan een film van twintig miljoen, trekt andere investeerders over de streep. Het werkt als een keurmerk. Veel filmmakers schelden op dat filmfonds met zijn idiote beslissingen, zijn belachelijke commissies en bespottelijke bestuur en directeur. Het grappige is dat diezelfde mensen toch waarde hechten aan onze adviezen en beslissingen.'

'Misschien is het wel heel ernstig dat ik zoveel functies in de filmwereld bekleed, maar ik heb er zelf geen pro blemen mee.' In een rommelig kantoor van Shooting Star, producent van het tv-programma Filmspot, zit Jac. Go derie (48) met Austin Powers T-shirt achter een bureau vol 'Mousehunt'-kladblokjes en andere filmfrutsels. Zelf omschrijft hij zijn beroep als zittend. 'Ik verhuur mijzelf aan de meestbiedende. Wat dat betreft ben ik net een hoer.'

Goderie is 'adviseur-programmering' van Pathé, de grootste bioscoopexploitant van Nederland, hij presenteert filmprogramma's op televisie en de radio. Hij is mede-eigenaar van het filmtijdschrift Preview en programmeert de films in de vliegtuigen van de klm en Martinair. 'Ik zie een film en doe er zes verschillende dingen mee', luidt de praktische filosofie van Goderie.

Dat Nederlandse filmverhuurders hem vragen wat hij van hun film denkt, vindt Goderie logisch. 'Bij No Trains No Planes van Jos Stelling heb ik geantwoord dat niet alle films op het witte doek thuishoren. Dat wordt me dan niet in dank afgenomen. Natuurlijk hebben we hem gedraaid, je laat zo'n film niet vallen, maar je weet bij voorbaat dat je voor een verloren zaak vecht.'

Voor veel films geldt: als Pathé ze niet vertoont, ziet het publiek ze niet. 'Maar wil je mooie kleine films blijven draai en waarvan je niet weet of ze hun geld opbrengen, dan moet je er kaskrakers naast zetten.' Pathé mag dan een groot bedrijf zijn dat winst wil maken, de bioscoopexploitant misbruikt zijn macht volgens Goderie ab-so-luut niet. Ook niet in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, de zogeheten key-cities, waar de films van de majors in première moeten gaan en Pathé een monopoliepositie heeft.

Door het doekentekort lijkt de macht van Pathé groter dan die is, vindt Goderie. 'Maar als een filmverhuurder een goeie film heeft, moet ik blij zijn dat ik hem m g draai en. Wij praten met de Nederlandse vertegenwoordigers van grote Ameri kaan se distributeurs, en die hebben niet veel speelruimte. Ik kan op mijn kop gaan staan omdat ik de nieuwe Star Wars een maand eerder wil uitbrengen, maar het gebeurt toch niet. De Nederlandse pre mièredatum wordt in Ame rika bepaald, aan de hand van mega-marketingcontracten met multinationals als Pepsi Cola, die hier campagnes hebben gepland in oktober. Dus gaat de film uit in oktober.'

Volgens Goderie wordt in Nederland een bezoekje aan de bioscoop nog altijd als iets ordinairs gezien. 'Ik probeer al twintig jaar om dat beeld bij te stellen. Ga toch eens kijken, zeg ik in mijn programma. Maar als het shit is vertel ik het ook, ook als de film bij Pathé wordt vertoond. Ik hoor er nooit iets over van de bazen van Pathé, maar misschien zien ze het wel niet.'

Tot voor kort was het 'subsidie', maar het nieuwe toverwoord in de Nederlandse filmwereld is 'durfkapitaal'. De financieringsrol van de overheid wordt overgenomen door banken. Producenten kunnen er aankloppen met het verzoek privé-investeerders op te sporen voor hun projecten. Via een slimme fiscale constructie - 'willekeurige afschrijving' gecombineerd met een commanditaire vennootschap - kunnen particulieren hun bijdrage in een filmproductie direct van hun inkomen of winst uit onderneming af trekken. De afgelopen maanden is zo ruim honderd miljoen gulden richting producenten gestroomd.

Een van de belangrijkste verantwoordelijken daarvoor is Gamila Ylstra, sinds 1 mei 1999 directeur van Fine (Film investeerders Nederland) bv. 'Uitgangspunt bij al die initiatieven was het versterken van de filminfrastructuur', vertelt Ylstra (41) in het statige onderkomen van fine aan de Amsterdamse Sarphati kade. 'Nederland heeft veel talent, creativiteit en expertise, maar er was nieuw beleid nodig en een sterke structuur. Daarom heb ik me ingezet voor één cultuurpolitiek filmfonds en een op lei dingsinstituut als broei plaats voor talent.' Haar laatste wens was een gezonde economische en financiële basis. Dat fundament is er nu. De ministers van Economische Zaken, Wijers, en later Jor rits ma, en de staatssecretaris van Finan ciën, Vermeend, besloten fine als fiscale constructie mogelijk te maken door willekeurige afschrijving voor films toe te staan.

Inmiddels is fine meer dan alleen maar een kapstok voor die financieringsconstructie. Ylstra: 'fine is nu een zelfstandige onderneming, die een intermediair vormt tussen producenten met hun filmprojecten en banken met hun private investeerders. Veel producenten komen niet gemakkelijk binnen bij een bank of hebben weinig ervaring, zeker met de constructie. Mijn taak is ervoor te zorgen dat de nieuwe maat regelen tot resultaten leiden waar de filmsector baat bij heeft.' Van Economische Zaken heeft Fine bovendien ruim twaalf miljoen gulden meegekregen om te investeren. 'Wij zijn op zoek naar Nederlandse projecten met commerciële potentie: internationale coproducties en films met een gelimiteerd budget voor de Nederlandse markt.'

Het zoeken naar de juiste projecten stemt Ylstra af met Ryclef Rienstra van het Nederlands Fonds voor de Film en intendant Richard Woolley. Bij fine beoordeelt Emile Fallaux projecten. Een collega uit de distributie/marketing sector en een ervaren producent zullen binnenkort een team met hem gaan vormen. Ylstra: 'Uiteindelijk zijn we afhankelijk van producenten. Het is aardig dat fine zo hoog op deze top 25 staat, maar zij zijn de echte machthebbers in filmland. Producenten doen het creatieve werk, pikken idee en op via hun netwerk en brengen talenten bij elkaar.'

Meer over