De Nederlandse badkamer is mij een raadsel Roberta Alexander, diva tussen twee continenten

Altijd Bess in 'Porgy And Bess' - nooit eens de Marschallin in 'Der Rosenkavalier'. De Amerikaanse sopraan Roberta Alexander kent de vooroordelen over zwarte zangeressen in operarollen....

OPEN, maar voortdurend op haar hoede, werkte ze deze zomer met de componist Lian Kirchner aan Of Things Exactly As They Are, dat vorige week vrijdag in première ging in Boston. 'Het is leuk om iets te maken wat heel moeilijk is, maar het moet wel binnen de mogelijkheden van de stem blijven. Kirchner begon met mij te vragen wat ik graag zong, en toen stuurde hij me meteen heel wat anders.'

Maanden van faxen en telefoneren gingen vooraf aan de repetities met The Boston Symphony Orchestra. Zo werden de noten van Kirchner muziek voor Alexander.

Aanstaande dinsdag zingt zij weer in Nederland, in het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg. Liederen van Schubert, Griffes, Liszt, Ives en Barber. En 17 oktober is ze in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw.

De sopraan Roberta Alexander (48), in Amerika minstens zo veelgevraagd als in Nederland, vliegt heen en weer tussen de twee continenten. Het huis waar zij woont met haar Friese echtgenoot Siebe Riedstra staat in Ouderkerk aan de Amstel, maar zij is daar nooit langer dan een paar weken achter elkaar. Meerdere keren per jaar zit zij in de keuken bij haar moeder in Yellow Springs (Ohio) en vraagt ze zich af waarom de woonkamer daar nog steeds nooit gebruikt wordt. 'Dat is nou echt iets zwart-Amerikaans: de mooie kamer waar ze nooit zitten. Vaak is het bankstel ook nog ingepakt in doorzichtig plastic.'

Vijfentwintig jaar woont Alexander al in Nederland, twee jaar langer dan ze in Amerika gewoond heeft. Omdat ze al die tijd op beide continenten werkte, blijft ze de verschillen scherp zien. 'Ik kan me in Nederland soms erg alien voelen, maar als ik dan twee weken in Amerika ben, is het wel weer genoeg geweest.'

Uiteindelijk voelt ze zich in Nederland vrijer dan in haar geboorteland, waar ze altijd verdacht is op pijnlijke confrontaties. 'Zeker als je er komt met een blanke echtgenoot en blanke stiefkinderen. In New York, midden op straat, werd ik opeens uitgescholden door een zwarte man in een driedelig kostuum. Geen zwerver of zo, nee, gewoon een man in goede doen. Ik liep hand in hand met mijn man. Dat mocht niet van hem, een zwarte vrouw met een blanke man.'

Ze heeft het gevoel dat het racisme de laatste jaren erger wordt in Amerika. 'Het verschilt per staat, maar ik kan veel plekken opnoemen waar ik geen seconde hoef op te passen als ik er met mijn moeder loop, terwijl ik er met mijn man voortdurend agressief wordt bekeken.'

In Nederland heeft ze die agressie nooit meegemaakt. 'Je hebt hier wel verborgen racisme, onder het motto ''Wij zijn niet racistisch.'' Mensen zeggen stomme dingen, maar het is nooit kwaad bedoeld.' Het heeft gesneeuwd, ze staat bij de bushalte te wachten en een wildvreemde zegt tegen haar: 'Dat ken jij niet hè, waar jij vandaan komt sneeuwt het nooit.' Het antwoord komt via het ruggemerg: 'Waar ik vandaan kom, ligt sneeuw tot je kont.' Ohio ligt in een landklimaat.

Vooroordelen over blanke en zwarte rollen - altijd Bess van Porgy, nooit de Marschallin in Der Rosenkavalier - zijn er in Nederland minder dan in Amerika. Om die reden laat ze sinds een paar jaar haar belangen behartigen door een Nederlands impresariaat. 'Mijn ex-manager, een Amerikaan, zei tegen mij: ''De Marschallin is een blanke rol.'' Dat voelt wel raar. Ik ben bij hem weggegaan want als hij zo denkt, kan hij niet voor mij vechten om de rollen te krijgen die goed voor mij zijn.'

Sommige regisseurs zijn kleurenblind, zegt ze, andere niet. Wat dat betreft staat ze nog altijd voor verrassingen. Fiordiligi uit Cosí fan tutte, een van haar glansrollen, mocht ze niet doen van de artistiek leider van de Metropolitan Opera in New York. 'Ik zei een keer tegen hem dat ik graag nog eens Cosí zou doen, voordat ik het niet meer kon. Waarop hij zei: ''Dat kun jij niet want je bent zwart.'' Nou, dat is écht van de gekke. Ik mag wél Elvira zijn in Don Giovanni, wél Vitellia in La clemenza di Tito. Maar ik mag geen Fiordiligi zijn omdat Fiordiligi in de opera een zusje heeft en de zangeres die de zuster doet toevallig blank is? Raar. Héél vreemd.'

Ze hoort liever dat ze een rol niet krijgt omdat haar stemtype toch niet helemaal past. Ook als dat een smoes is.

'Het voelt anders. Over kwaliteit van stem kun je van mening verschillen. Tegen zo'n oordeel kun je vechten, tegen huidskleur niet. Wat kan ik zeggen? Mijn kleur kan ik niet veranderen.'

Ook in Nederland krijgt ze niet alle operarollen die ze zou willen zingen, maar ze heeft hier geen bewijzen dat het aan haar huidskleur ligt. Wat Engeland betreft heeft ze heel veel bewijzen. Uit Duitsland ook, zij het minder dan uit Engeland en Amerika. Ook in Italië werd haar gezegd dat ze niet in aanmerking kwam voor 'blanke' rollen. 'Thank God for Holland', zegt ze. 'Het andere land waar ik goed mee kan leven is Australië. Daar hebben ze trouwens ook goeie badkamers.' Want nu we het toch over verschillen hebben: het is haar nog steeds een raadsel waarom in Nederland de woningen maar één badkamer hebben.'

Van huis uit was ze gewend aan twee badkamers. 'Dat is gewoon, in Amerika. Behalve voor arme mensen. Wij waren niet arm, zeker niet. Gegoede middleclass waren we. Middleclass black: dat was in die tijd een beetje ongewoon. De meeste zwarten waren arm.'

Haar vader was koordirigent, haar moeder zangeres. Ze hoorden tot de kerk van de African Methodists Episcopals, wat een stuk deftiger is dan de Baptisten. De Methodisten zingen cantates van Bach en kijken neer op de Baptisten, bij wie de muziek gebaseerd is op negro-spirituals.

'Ik zat op een zwarte lagere school. Pas bij het overgaan naar de middelbare school, die gemengd was, werd ik geconfronteerd met het verschil tussen zwart en wit. Ik had een boel vriendinnen, maar ik ben hooguit twee of drie keer bij een blank meisje thuis geweest. En zij kwamen ook niet bij mij. Je ging samen naar sportwedstrijden, maar je haalde elkaar niet thuis af. We ontmoetten elkaar bij de hamburgertent, daar kon je rondhangen en naar muziek luisteren.'

Het woord nigger - ze zegt het heel zacht, terwijl ze haar ogen dichtknijpt - werd haar voor het eerst toegevoegd toen ze acht jaar was. Na de gemengde middelbare school ging ze naar een zwarte universiteit en daarna ver van huis, naar de muziekafdeling van de University of Michigan. 'Van de tweeduizend studenten waren er daar hooguit honderd zwart. Frappant is dat je er met muzikanten onder elkaar meestal niet aan denkt. Als je maar fijn kan musiceren, daar gaat het dan om.'

Ze werd verliefd op Edo de Waart. Voor hem stak ze de oceaan over, op haar drieëntwintigste. Het huwelijk duurde maar kort. Met Siebe Riedstra, haar tweede man, is ze nu 22 jaar. 'Nederland heeft mij met open armen ontvangen en kansen gegeven. De Nederlandse Opera stichting was cruciaal in het opbouwen van mijn carrière.'

Haar vader heeft haar al jong gewaarschuwd: 'Als jij iets wil bereiken, moet je twee maal zo goed zijn als de volgende blanke. We wisten al vrij snel dat ik een goede stem heb, maar dat is niet genoeg om het in het vak te maken.'

In Nederland is het makkelijker als zangeres kansen te krijgen dan in Amerika. 'Nederland ligt heel centraal in Europa. Er is hier veel meer markt voor dit vak dan in Amerika; in Duitsland heb je in elk gat een operahuis. Hein van Royen, de vroegere manager van het Concertgebouworkest, heeft mij enorme kansen gegeven. Meer dan vijftien jaar heb ik privéles gehad van Herman Woltman - een van de beste leraren in Nederland. Er zijn zoveel banden die ik in Amerika nooit had kunnen hebben. Het gaat ook allemaal over geld: als ik schatrijk geweest was, had ik in Amerika kunnen studeren bij leraren die me nu afwezen.'

De Nederlandse bevolking, zeker die van de Randstad, is van kleur veranderd sinds Roberta Alexander hier kwam wonen. Van de Amsterdamse jeugd is nu 52 procent min of meer gekleurd. Aan haar publiek valt dat niet te zien. 'Soms valt het me op dat er niet één gekleurd mens is. Maar in een stad als Philadelphia, waar tachtig procent van de bevolking zwart is, heb je bij klassieke muziek ook niet meer dan vijf zwarten in de zaal. En in Washington DC, bijna helemaal zwart, zitten misschien twee zwarten in het orkest. Muziek wordt helemaal niet gepusht, onder zwarte kinderen. Alleen hiphop en rap.'

Ook in Nederland zal er iets moeten gebeuren om het nieuwe, niet-blanke publiek te bereiken. Opera is populair ('je merkt het aan de muziek achter de televisiereclames'), maar de kaartjes zijn duur en in de zalen zitten de goed verdienende veertigers en vijftigers.

Het Nederlands Blazersensemble gaf vorig jaar kinderen opdracht om een opera te maken, voor het Nieuwsjaarsconcert. Roberta Alexander deed mee aan de begeleiding van die kinderen. 'Hartstikke leuk. Dat soort dingen zou vaker moeten gebeuren.'

Identificatie ('die beroemde zangeres is ook bruin') kan helpen, maar niet bij kinderen met een Arabische achtergrond, bij wie de westerse muziektraditie totaal niet aansluit. Als het helpt zwart publiek te trekken, wil ze desgevraagd wel als Afro-American soprano op affiches staan. 'Dat vroegen ze me in Atlanta, voor een Mozart-recital. Het heeft wél geholpen, er waren meer zwarten in de zaal dan normaal.'

Haar eigen voorbeeld was haar moeder, die ze als klein meisje applaus zag oogsten. Zelf stond ze voor eerst op het podium toen ze acht jaar was, in een opera van Kurt Weill. 'Het jongetje dat daarin een lied moest zingen, kon zijn tekst niet onthouden. Ik wel. Ik had mijn ouders met hem horen repeteren en ik zong het zó uit mijn hoofd. Ik wou dat ik nog steeds zo makkelijk teksten kon onthouden.'

Leontyne Price, zwarte zangeres van de generatie van haar moeder, was haar grote idool. 'Daar was ik hoteldebotel van. Ze zong prachtig en was helemaal in evenwicht met zichzelf. Zij had het zwaar, niet te vergelijken met mijn generatie. Zij heeft echt de deur opengedaan.'

Toen haar in Atlanta werd gevraagd zich als Afro-Amerikaans te afficheren, reageerde ze aanvankelijk met: 'Nee, ik ben gewoon Amerikaans. Maar toen ik er even over nagedacht had, vond ik het wel oké. Als het niet is om te vernederen maar om de zaal vol te krijgen, kan het nuttig zijn. Waar ik ben opgegroeid, in Ohio, was men niet zo bezig met Afro, Asian en Hispanic. Iedereen wilde Amerikaans zijn.

'Nu is er een soort backlash waarin iedereen weer per ras wordt ingedeeld. Ik las pas ergens een artikel over bevolkingsregisters. Er zijn mensen die niet meer in de hokjes passen die je daar in moet vullen, omdat ze tot te veel verschillende categorieën tegelijk behoren. Tiger Woods, een jongen van 21 die de grootste golftoernooien van de wereld wint, noemt zich Ablasian. Daar zit African en black en Asian in, maar het is ook een woordspeling op Caucasian en dat betekent blank. Vroeger was Caucasian het woord dat iedereen in de Verenigde Staten gebruikte voor blanke mensen.'

Zingen is tenslotte ook maar een beroep, zegt ze. 'Je moet uitkijken dat the stupid voice niet je hele leven overneemt. Het is fysiek een veeleisend vak. Ook beroemdheden als Pavarotti en Domingo zijn nog dagelijks bezig met zo goed mogelijk hun vak uit te oefenen.' Ze heeft tegenover Placido Domingo gestaan, in Les contes d'Hoffmann van Offenbach. Eerst in New York, daarna in Japan. 'Ik vond het enig om mee te maken: kijk nou, ik sta tegenover Domingo en we zingen een duet. Ongelooflijk. Hij was heel normaal. Dat zijn de meesten, tegenover hun collega's. Dat imago van de maestro en de diva. . . ach, er zijn er maar een paar die zich zo gedragen. Volgens mij is het vooral zelfverdediging.'

Zolang sterrendom binnen het theater blijft, vindt ze het best. 'Glamour hoort bij het podium. Daar moet je een mooie jurk aan hebben en een goede make-up. Vroeger maakte ik me ook op om naar de supermarkt te gaan. Dat is erg Amerikaans: the whole nine yards, anders zeggen ze: ''Heb je Roberta Alexander gezien? Die zag er toch uit zeg. Als een dweil.'' In Nederland lopen actrices en zangeressen buiten het theater gewoon op gympjes en zonder make-up. Dat heb ik overgenomen en dat doe ik nu ook als ik in Amerika ben.'

Roberta Alexander treedt dinsdag op in Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht (liederen van Schubert, Liszt, Barber, Ives en Griffes, begeleid door de pianiste Tan Crone); 17 oktober in het Concertgebouw, Amsterdam (Ives, Hindemith, Griffes en Barber, met Tan Crone).

Meer over