De mores van het weblog

Nog maar een keer over het grote weblog van de Volkskrant. Inmiddels zijn er ruim tweeduizend bloggers die hun mening geven over van alles en nog wat....

Vorige week werd op mijn eigen weblog de redactie al doodgewenst, nu zag ik dat de correspondent in Frankrijk moet worden ontslagen naar aanleiding van zijn berichtgeving over de rellen in de voorsteden, dat die in de Verenigde Staten vanuit zijn luie stoel zijn verhalen over de orkaan Katrina bij elkaar graaide en dat een verslaggever die sportcolumns schrijft de grens tussen journalistiek en commercie niet in acht neemt.

Weer een ander wordt beticht van ondeskundigheid en onfaire journalistiek, allemaal op de website van de Volkskrant, allemaal betwistbaar en allemaal zonder weerwoord van de betrokkenen. Want het journalistieke adagium van hoor en wederhoor, geldt kennelijk niet voor bloggers. Van sommigen weet ik niet eens wie ze zijn. Wie verschuilt zich achter het blog dagboek MP? De auteur wil zijn gegevens niet kenbaar maken. Stuur maar een e-mail. Fijne openheid. Moeten niet ook bloggers met open vizier strijden, net zoals al die journalisten die ze zo graag publiek de les lezen?

En dan is er nog de blogger die er een gewoonte van maakt om de door de krant gesignaleerde en gecorrigeerde fouten nog eens op het net te zetten, liefst met de naam erbij van de journalist die in de fout ging. Wat is daarvan in vredesnaam het nut? Zullen we de redactie nog even verder in de stront trappen? Is dat de hoge journalistieke prijs van het blog?

Na mijn column van vorige week bleek er een tweedeling onder de lezers. De bloggers vinden het veelal onzin dat de redactie op het internet nog enige journalistieke normen en waarden wil aanhouden; alles ligt immers toch op straat. Nu inclusief de volledige naam van Volkert van der G., met dank aan weer een leuke blogger.

Lezers van de papieren krant spreken zich uit voor het hooghouden van journalistieke normen en waarden, inclusief de bescherming van de privacy van verdachten, veroordeelden en slachtoffers. Ik heb ook nooit van een lezer te horen gekregen dat mijn voortdurende hameren op de noodzaak van hoor en wederhoor niet deugt. Maar moet dat dan niet óók gelden voor wat Jan en alleman op het web mag zeggen en doen?

Een lezer die over alles en iedereen een mening heeft en kritiek niet uit de weg gaat, beklaagt zich bij de ombudsman dat hij op het web door de journalistieke beheerder van het Volkskrant-weblog een `zeurpiet` is genoemd. Over de grens vindt hij, hij geeft immers altijd inhoudelijke kritiek en speelt niet op de man. Bovendien is de beheerder van het weblog geen gewone blogger, maar een journalist. Dat zijn ongelijke posities.

Ik heb het opgezocht in mijn Van Dale uit 1976 en daar staat over zeuren: langdurig of telkens op vervelende toon of lastige wijze over iets spreken. Dat komt aardig in de richting. Deze lezer is van de aanhoudende soort. Niks mee mis, moet kunnen, hij gebruikt in ieder geval zijn eigen naam. Maar mag je hem een zeurpiet noemen? Ik denk wel.

Die lezer heeft wél een ander punt: op het net zijn de verhoudingen ongelijk. Hij kan ongestraft van alles en nog wat roepen, net als de beheerder. Maar die laatste zegt dat hij zich in zijn speelruimte als blogger belemmerd voelt, juist omdat hij ook beheerder is. Hij heeft inmiddels besloten dat webloggers voortaan `eigenaar` zijn van hun log en zelf kunnen bepalen welke reacties ze toestaan. Ze voldoen al niet aan hoor en wederhoor en kunnen nu ook nog gaan censureren. Jan mag wel op mijn blog, Piet niet.

Ik begrijp dat besluit, maar vind het erg gevaarlijk. Eerst trekt de redactie de doos van Pandora open en geeft de internetlezer ruim baan op de website, nu wordt die ruimte begrensd door webloggers censuur toe te staan op hun blog.

Dat is handig om stalkers van je blog te weren, maar hoe controleert de redactie op basis van welke normen bloggers anderen de toegang tot hun stukken ontzeggen? En is het wezen van internet nou niet juist dat je overal bij kunt? Het zijn fijne vragen voor onder de kerstboom. Volgende week krijgt u antwoorden, althans dat hoop ik.

Thom Meens

Meer over