De mooie liedjes van Steve Earle hebben geen poespas nodig

Steve Earle solo, dat betekent brood mee. Niet gehinderd door muzikanten met een oog op de klok, staat hij dan al snel een kleine 3 uur op het podium, vertelt verhalen en kiest lukraak uit zijn immense repertoire....

Gijsbert Kamer

Daarvan was donderdag in een vol Paradiso geen sprake. Earle had zijn set zorgvuldig gepland. De zaal kreeg hij snel aan zijn lippen met twee van zijn oudste en beste liedjes Devil’s Right Hand en My Old Friend The Blues. Hij bewees wederom nog altijd tot de allergrootste singer/songwriters van zijn tijd te horen met liedjes over de kant van de Amerikaanse samenleving waar de klappen vallen. En dan, na een uurtje genieten van tijdloze Americana, komt producer John King het podium op om plaats te nemen achter een heuse dj-set. De liedjes van Earles meest recente plaat Washington Square Serenade worden door King voorzien van een beat en ingekleurd met samples. Is dat nou nodig, zie je het publiek denken. Steve Earle met dansbeats, dat is vloeken in de kerk. De meerwaarde is inderdaad beperkt, maar veel schade richt King ook niet aan. Earle wil onderstrepen dat hij nog altijd zoekende is naar manieren om zijn liedjes te vertolken. Daartoe nodigde hij ook zijn vrouw Allison Moorer uit voor liedjes als Days Aren’t Long Enough. Aardig, maar het mooist klonk hij toch alleen. Earle bracht een gevarieerd avondje luisterplezier, waarin hij de concentratie 2,5 uur vasthield. Toen hij tegen het slot Little Rock ‘n’ Roller met een ontroerende inleiding opdroeg aan zijn zoons, was alle twijfel weg. Met of zonder dj bood Earle nog altijd troost met wonderschone liedjes over echte mensen met echte emoties.

Meer over