reportage

De Mexicaanse kunstenaar Frida Kahlo werd na haar dood een fenomeen. Een reis naar het epicentrum van de Kahlo-aanbidding

 Frida Kahlo in 1938.  Beeld Nickolas Muray Photo Arch
Frida Kahlo in 1938.Beeld Nickolas Muray Photo Arch

Met een jaar vertraging is de grote Frida Kahlo-expositie in het Drents Museum er nu toch. Redacteur Rutger Pontzen en fotograaf Latoya van der Meeren reisden vorig jaar in Mexico-Stad langs ankerpunten in leven en werk van Kahlo en haar man Diego Rivera.

Centrum Mexico-Stad, 9 maart 2020

‘Violador’, ‘Asesinos’, ‘Mujer armata’, ‘La policia no me cuida’ (verkrachter, moordenaars, vrouw bewapen jezelf, de politie zorgt niet voor me). Het zijn maar een paar van de duizenden slogans waarmee de straten in de binnenstad van Mexico-Stad zijn beklad; in alle kleuren van de regenboog, maar vooral paars en groen, de combinatie waarmee al sinds 1908 de eis van vrouwengelijkheid wordt uitgedragen.

Een dag eerder, 8 maart, Internationale Vrouwendag, hebben Mexicaanse vrouwen het centrum veranderd in een oorlogsgebied. Overal aan gort geslagen gevels en kapot vensterglas. De woede is diepgeworteld. Driekwart van de vrouwen boven de 15 jaar zijn slachtoffer van geweld tegen vrouwen, voortkomend uit het machismo dat met name in Mexico zo levendig is. Met tien doden per dag is het land kampioen vrouwen vermoorden. En de daders zijn in de meeste gevallen ook nog eens bekenden: hun man, vader of broer.

Tussen de duizenden graffiti-oproepen tot verzet en wraak bevindt zich een bekende naam. Frida.

Museo Frida Kahlo, Casa Azul, Coyoacán, Mexico-Stad, 10 maart

Buiten, voor de toegangsdeur, staat een lange rij toeristen te wachten. Binnen de muren heerst, iets voor het openingsuur, een oase van rust. Casa Azul, het Blauwe Huis, is het epicentrum van de Frida Kahlo-aanbidding. Dichterbij de gevierde en getormenteerde kunstenaar kun je niet komen. Hier staat het bed waarin ze is gestorven (met in een gedrapeerde omslagdoek haar dodenmasker). Hier bevindt zich het atelier, uitziend over de binnenplaats met tuin. Hier staat de schildersezel waaraan ze tot op het laatst aan het werk was, in een rolstoel, nadat een jaar voor haar dood in 1954 haar rechteronderbeen was afgezet.

Hier overzag Frida in de geel-blauw betegelde keuken hoe de kok de guacamole, eend, gevulde pepers, quesadilla’s en tortilla’s voor haar echtgenoot, schilder Diego Rivera, bereidde, met wie ze tweemaal trouwde. En hier had ze haar eigen buitenechtelijke relaties, met vrouwen en mannen, onder wie de gevluchte Russische communistenleider Leon Trotski, die onderdak bij haar vond, de ramen uit vrees voor een aanslag liet barricaderen en die twee jaar later en enkele straten verderop met een pikhouweel werd vermoord.

Het is onvermijdelijk dat in deze afgesloten wereld van sfeervol ingerichte kamers en uitbundige vegetatie Frida Kahlo als vanzelf het middelpunt wordt. De heldin die haar fysieke ongemakken overwon: vanaf de dag, 17 september 1925, dat de bus waarin de toen 18-jarige scholiere zat door een tram werd geramd en haar lichaam werd ‘vernietigd’: gebroken ruggewervels, sleutelbeen, twee ribben, rechterbeen en rechtervoet; de linkerschouder uit de kom, een ijzeren leuning dwars door haar bekken. Ai.

Frida overleefde het ongeluk op miraculeuze wijze, kreeg van haar vader een verfkist en deed vanaf dat moment in olieverf minutieus verslag van haar leven: de gevolgen van het ongeluk, de drie miskramen, haar liefdesverdriet, de promiscue Rivera (die het ook met Frida’s zuster Christina aanlegde), de talloze operaties en het besef nooit kinderen te zullen krijgen.

De gebeurtenis maakte van een al eigenzinnige en eigengereide jonge vrouw een nog eigenzinnigere en eigengereidere kunstenaar: vastbesloten, energiek, kritisch, veeleisend, emotioneel, impulsief, zelfbewust, onafhankelijk, liefdevol en empathisch. Een imago waaraan ze zelf uitbundig heeft bijgedragen. Door haar zelf gecreëerde beeld van de Mexicaanse vrouw, gehuld in weelderige jurken, het hoofd getooid met een bloemenkroon, haar niet weg geëpileerde ‘unibrauw’, de foto’s waarop ze loom een sigaret rookt, het filmpje waarin ze opzichtig een vrouw verleidt.

Een leven dat zich op meerdere locaties heeft afgespeeld, maar het meest in de blauwe woning in de buitenwijk van Mexico-Stad, Coyoacán, waar de Frida-mythe en het Kahlo-universum ontstonden en nu nog zorgvuldig worden bewaakt. Bewijs: de twee groene badkamer- en kastdeuren waarachter Rivera, na Frida’s dood in 1954, haar korsetten en andere intieme artefacten had opgeborgen, om de beginnende heiligverklaring van Kahlo als gevierde schilder niet te verpesten.

De deuren zouden pas in 2004 worden geopend, als de schatkamer van Toetanchamon. Daarachter lag haar correspondentie van honderden (liefdes)brieven, garderobe van 300 jurken, een verzameling van 6.000 foto’s, haar korsetten en een bebloed nachthemd; objecten die nu verderop in het blauwe huis worden geëxposeerd, tegen een smetteloos witte tegelmuur. Een deel ervan zal worden getoond in het Drents Museum in Assen in een tentoonstelling die, naast jurken, sieraden en andere persoonlijke spullen, met 42 schilderijen en tekeningen uit haar omvangrijke oeuvre groots is opgezet. Een prestatie, gezien de constante stroom aan Frida-tentoonstellingen, zoals dit jaar (2021) ook in het Cobra Museum in Amstelveen, waar een bonte dwarsdoorsnede van haar werk (en dat van andere Mexicanen) was te zien.

Museo Dolores Olmedo, Xochimilco, Mexico-Stad, 11 maart

Hij had haar op jonge leeftijd weleens ontmoet, in haar slaapkamer. Met innemende pretogen vertelt Carlos Olmedo over zijn eerste, enige en vooral korte ontmoeting met Frida Kahlo. ‘Het was enkele maanden voor haar dood. Ze lag in bed, depressief, en ze had duidelijk veel pijn. Ik was 15. Ze wilde snel dat ik vertrok. Ik vond dat prima, omdat ik toch meer geïnteresseerd was in jonge vrouwen dan in oude.’

Carlos’ moeder Dolores was bevriend met Rivera – ‘Nee, ze waren geen minnaars’ – en beheerde uit diens naam de erfenis van het kunstenaarsechtpaar, na de dood van Rivera in 1957. Reden waarom de familie Olmedo beschikt over de grootste collectie van beide kunstenaars ter wereld. De erfenis bestaat, naast de 26 Kahlo’s en 184 Rivera’s, opmerkelijk genoeg ook uit een roedel Mexicaanse naakthonden die Frida en Diego koesterden, Xoloitzcuintle, dertien olifantgrijze exemplaren die met hun stugge vette huid niet bepaald een feest zijn om te aaien, weet uw verslaggever.

Dolores Olmedo was degene die, in het Blauwe Huis, de geheime erfenis van Kahlo zo lang achter de twee groene deuren verborgen hield. Rivera wilde de schatten voor vijftien jaar opsluiten, Dolores hield de deuren uiteindelijk dertig jaar langer dicht, wellicht ook omdat de twee vrouwen elkaar het licht in de ogen niet gunden, beiden strijdend om de gunst van Rivera. Carlos daarover: ‘Mijn moeder was heel beslist. Ze zei: ‘Het is niet aan mij om openbaar te maken wat Diego heeft opgeborgen’.’

Dat zoon Carlos twee jaar na zijn moeders dood die twee deuren wel zou openen, wijt hij aan de veranderende tijd. ‘Mexico was tot 2002 te conservatief en religieus, niet rijp voor die liberale houding van haar. Het werd tijd Frida uit de geheimzinnigheid te halen.’

Het lommerrijke familie-onderkomen van de Olmedo’s, opgetrokken in koloniale stijl, in een buitenwijk van de Mexicaanse hoofdstad, stamt uit de 16de eeuw en wordt bewaakt door een legertje gewapende agenten in kogelvrije vesten. Een bezoek is een must voor elke rechtgeaarde bewonderaar van het kunstenaarsduo Kahlo-Rivera.

Het Museo Dolores Olmedo herbergt, naast een prachtige verzameling kleurig geglazuurd aardewerk, de (vermoedelijke) zilvercollectie van de vroegere keizer Maximiliaan en de uitvergrote huwelijksfoto van Kahlo en Rivera (ogend als Laurel & Hardy), enkele van Kahlo’s meest geliefde schilderijen. Daaronder De gebroken kolom, waarin Kahlo haar geruïneerde ruggengraat afbeeldde als een gebarsten zuil. En het lugubere Henry Ford Hospital, uit 1932, over een van haar drie miskramen, waarbij ze zichzelf naakt en bebloed afbeeldde in een bed, omringd door herinneringen en verwijzingen, waaronder haar (kapotte) bekken en de te vroeg geboren foetus.

Al even luguber, maar vooral ook pijnlijk actueel is het schilderij Unos cuantos piquetitos, een paar kleine steekjes. De eufemistische titel staat voor de talloze inkervingen in het naakte vrouwenlijf dat op bed ligt, toegediend door een man met bebloed mes. De verwijzing naar het machistische geweld in Mexico, geschilderd in 1935, is ook pijnlijk machteloos: vrouwen gaan nog elk jaar de straat op om zich te beklagen. In het ‘bloed’ op de schilderijlijst blijkt een vingerafdruk van Kahlo te staan.

Je kunt betwisten of Frida Kahlo een begenadigd schilder was – bij haar geen kloppende anatomie, ambachtelijke verfbehandeling, ruimtelijke verbeelding, dat soort klassieke kwalificaties. Maar wat niet valt te betwijfelen: dat ze een gepassioneerde kunstenaar was en een effectieve verhalenverteller. De stijl is een mengeling van anekdotiek en outsiderkunst, en van folklorisme dat is doordrenkt van symbolisme. Deze geschilderde autobiografie, inclusief alle dramatiek, bepaalt voor het grootste deel de populariteit en permanente aandacht voor Kahlo.

Overigens, mocht Kahlo als autodidact ergens schatplichtig aan zijn, dan aan de Mexicaanse ex voto-voorstellingen. Schilderijtjes waarop huiselijke taferelen zijn afgebeeld (met tekstuitleg) van ellende en geluk, als boetedoening of dankbetuiging aan een heilige. In het uiterst religieuze Mexico is het een populair genre. Kerken en woonhuizen hangen er vol mee, in het Blauwe Huis had Kahlo er de muren mee gedecoreerd.

Talent had Kahlo zeker, waarschijnlijk van haar vader. De Duitse fotograaf Wilhelm Kahlo verhuisde in 1890 naar Mexico, veranderde zijn naam in Guillermo en aquarelleerde in zijn vrije uren zoetsappige landschapjes. Frida zelf heeft in haar perfectionisme altijd een verwantschap met de fotografie van haar vader gezien. Niet ten onrechte. Een van de schitterendste voorbeelden: Guillermo’s fotoportret van de 19-jarige Frida, zittend als een renaissancesculptuur te midden van uitbundige plantengroei; even bedachtzaam en gestileerd als in haar eigen eerste schilderij, Zelfportret in rode fluwelen jurk, uit 1926.

In het Olmedo-museum hangt ook haar laatste schilderij, met groen-rode watermeloenen, waarin ze met een wat slordig handschrift de titel penseelde: Viva la vida, leef het leven. Een tranentrekkend opschrift natuurlijk, denkend aan de erbarmelijke toestand waarin ze enkele weken voor haar dood verkeerde: veelal in bed, zonder rechteronderbeen, verslaafd aan de pijnstillers, drank en sigaretten, nauwelijks in staat te schilderen.

Museo Casa Estudio Diego Rivera y Frida Kahlo, San Angel, Mexico-Stad, 13 maart

In alles contrasteren de twee betonnen gebouwen op de hoek van Calle Diego Rivera en Avenida Altavista met de pittoreske, koloniale omgeving. Ze contrasteren ook met het traditionele, romantische beeld dat we van Kahlo hebben. En toch woonde ze ook hier: in een van de twee woningen die Diego voor hen beiden liet bouwen, met elkaar verbonden door een luchtbrug.

De bouwstijl is ongewoon functionalistisch voor Mexicaanse begrippen, zeker in de jaren dertig, toen het werd gebouwd; eerder een product uit de koker van Le Corbusier. Wat niet zo vreemd is. De Mexicaanse architect, Juan O’Gorman, was een fan van de Franse sterachitect en bouwde in een even strenge vormgeving: hoekig, kaal, spartaans en niet onbelangrijk, goedkoop. Alles overeenkomstig zijn communistische opvattingen.

Die communistische ondertoon sloot aan bij de wereld van Rivera en Kahlo. Beide kunstenaars waren lid van de communistische partij, hoewel Rivera als wispelturige kameraad zijn lidmaatschap kwijtraakte. Kahlo had aan haar voeteneind in Casa Azul vijf portretfoto’s hangen van Mao, Lenin, Engels, Marx en Stalin (ze gaf eens toe laatstgenoemde graag bij hem thuis te willen opzoeken). Op een van de laatste foto’s van Kahlo zit ze in haar rolstoel met een gebalde vuist, tijdens een demonstratie tegen de Amerikaanse inmenging in Guatemala.

Feitelijk was het duo-huis meer voor Rivera bedoeld dan voor zijn vrouw. Rivera’s atelier is een lust voor het oog: hoog en licht, aan de muren hangen skeletten van papier-maché en er staan rekken vol precolumbiaans beeldhouwwerk. In weerwil van de bekendheid die Frida nu geniet, zou je haast vergeten dat in haar eigen tijd, grofweg tussen 1920 en 1955, het juist Diego was die als gevierd kunstenaar bekend stond.

Als veel gevraagd muralist beschilderde hij het ene na het andere gebouw met zijn communistische beelden van opstandige arbeiders, gebalde vuisten en draaiende machinerie. Uit alle metershoge beeltenissen straalt een idealistische hang naar een arbeidersbestaan en een geïdealiseerd verlangen naar de vroegere, precolumbiaanse samenleving. Opmerkelijk is dat Rivera zelfs in de kapitalistische Verenigde Staten beroemd was.

In tegenstelling tot Rivera kende Kahlo tijdens haar leven slechts een bescheiden succes. In Mexico kreeg ze welgeteld één tentoonstelling, in 1953, een jaar voor haar dood. Kahlo bezocht de opening horizontaal: tegen het advies van haar dokter in, werd ze vanuit een ambulance op een stretcher binnengedragen en daar voor haar schilderijen op een bed gelegd, van waaruit ze iedereen verwelkomde in volledige uitdossing.

Achteraf is het wel begrijpelijk dat Kahlo maar weinig tijd in de hoekige betonbouw aan de Calle Diego Rivera verbleef. Het atelier dat Diego voor haar had bedacht is klein en de hoge trappen moeten voor haar door pijn verwrongen lijf een crime zijn geweest. Bovendien is het interieur, met hier en daar een peertje aan het plafond, op geen enkele manier sfeervol in te richten. De tuin ligt vol kiezels en wordt omzoomd door metershoge cactussen. Twee jaar zou Kahlo er verblijven, waarna ze definitief naar haar eigen blauwe onderkomen terug verhuisde.

Museo de Arte Moderno, Mexico-Stad, 13 maart

De binnenkomst alleen al is overweldigend: boven je hoofd strekt zich een gouden koepel uit van zeker 40 meter doorsnee, als een stralend hemelgewelf. Het museum werd in 1964 geopend en herbergt sindsdien de fine fleur van de Mexicaanse schilderkunst, een wonderlijke mix van hardcore socialistisch realisme en bedompt expressionisme. Gloriërend middelpunt van de collectie is het schilderij De twee Frida’s. Het dubbelportret, met gezond én gebroken hart, laat Kahlo’s twijfel zien, na de (korte) scheiding van Rivera in 1939.

Het dubbele Kahlo-schilderij is ook het beeld dat je nu nog, 65 jaar na haar dood, van haar hele leven zou kunnen hebben: als autobiografische ex voto-schilder én als onafhankelijke vrouw. Een imago dat velen aansprak: feministen in de jaren zeventig, Madonna die een paar schilderijen kocht, actrice Salma Hayek in haar biopic Frida, Beyoncé die zich in een Frida-jurk liet fotograferen.

Ook bijgedragen aan Kahlo’s roem heeft de eerste biografie, in 1983, met uitgebreide passages uit haar brieven en dagboeken. Plots wisten we alles over haar verschillende liefdes, haar tanende gezondheid, haar doktoren (‘klootzakken’), haar aspiraties, haar afkeer van het artistieke milieu (‘ze zitten uren in de cafés en kletsen onophoudelijk over ‘cultuur’, ‘kunst’, ‘revolutie’ enzovoort’) en over haar blijvende liefde voor Diego (‘Je raapte me op toen ik stuk was en je maakte me opnieuw tot een geheel’).

Leven en werk liepen door elkaar, net als branding en zelfpromotie; ingrediënten die uiteindelijk tot de Frida-manie hebben geleid. Jaarlijks komen een half miljoen bezoekers naar haar geboortehuis en er staan rijen bij elke tentoonstelling. De ‘experience of Frida’, zoals de directeur van het Casa Azul, Hilda Trujillo, Kahlo’s magnetische aantrekkingskracht enkele dagen eerder typeerde.

Zócalo plein, centrum, Mexico-Stad, 13 maart

Een halve week eerder oogde de binnenstad nog als een slagveld. Nu, vier dagen later, zijn de meeste beschadigingen hersteld. Met een brandspuit worden, op het immense Zócalo plein, de opschriften en graffiti van het wegdek gespoten. Namen zijn niet meer te lezen. Door het centrum rijden gewoon weer de bussen, beplakt met de beeltenis van Frida Kahlo, de toeristische icoon met de doorgetrokken wenkbrauw. Het groen en paars hebben plaatsgemaakt voor de kleurrijke bloementooi in haar kapsel.

Aanvullende noot, oktober 2021.

Het is inmiddels anderhalf jaar later. Niet dat ondertussen het aantal vermoorde vrouwen in Mexico is afgenomen. Reden genoeg ook dit voorjaar, op Internationale Vrouwendag, ondanks de verordening van de Mexicaanse president López Obrador om muren en hekken rond de belangrijkste monumenten te zetten, weer massaal de straat op te gaan en de binnenstad in groen en paars onder te spuiten met de namen van vrouwen die dit jaar zijn vermoord.

Viva la Frida! Life and art of Frida Kahlo. Drents Museum, Assen. 8/10 t/m 27/3.

Uitgesteld

De schrik zat er goed in toen directeur van het Drents Museum, Harry Tupan, tijdens de persreis in Mexico-Stad in maart vorig jaar de eerste berichten hoorde over een lockdown door de net uitgebroken coronapandemie. Moest de tentoonstelling over Frida Kahlo, die toen gepland stond voor oktober 2020, worden uitgesteld? En kon hij nog wel op de bruiklenen rekenen die hem door het Museo Frida Kahlo en Museo Dolores Olmedo waren toegezegd? Het bleek van wel. Een jaar later dan gepland opent de expositie met het oorspronkelijke aantal bruiklenen.

Meer over