De mens als dier tussen andere dieren

null Beeld .
Beeld .

'Mannen verdwijnen in roodverlichte huizen, katers glippen door keldervensters.' Niet moeilijk te bedenken wie wat waar gaat doen. In de roman Jacht beschrijft Elvis Peeters een wereld waarin de mens als dier tussen andere dieren wordt geportretteerd.

Pratende dieren

Verhalen over dieren komen al snel terecht in het spoor van fabels, of erger, in dat van de kindertelevisie. Een sprekend paard, een woedend hert, een verliefde rottweiler; het vraagt nogal wat. Zowel van schrijver als van lezer. Zie het maar eens geloofwaardig te krijgen. En in omgekeerde richting, probeer het je maar eens voor te stellen zonder geplaagd te worden door visioenen van My Little Pony.

Al eerder vertrouwde Elvis Peeters, pseudoniem van het Belgische schrijversduo Jos Verlooy en Nicole Van Bael, op samenwerking met de lezer. In Dinsdag (2012) bijvoorbeeld, maakte Peeters gebruik van suggestie. Een deel van het verhaal bleef onuitgesproken, moesten we zelf maar bedenken, waardoor de omvang van de catastrofe alleen maar groter werd. In Jacht is er van realistisch drama geen sprake. Eerder wordt er iets ter discussie gesteld: de allesoverheersende mentaliteit van mensen.

Ongemak

Een van de sterkste scènes uit de roman is die waarin we kennismaken met amateurjager Erik. We lezen hoe Erik het bos in trekt en daar een hertenpaar met jong ontwaart. De jager schiet een paar maal. Hij treft het vrouwtje en haar jong. Als hij de prooi wil binnenhalen, komt in briesende vaart de hertenbok tevoorschijn. Van schrik lost Erik een schot en slaat hij op de vlucht in zijn gehavende auto. Hotsebotsend rijdt hij het bos uit, achternagezeten door een ziedend hert.

Behalve Erik leren we ook zijn buren kennen: Josee, een weduwe die een curieuze verstandhouding ontwikkelt met een jonge vos, Karla, de kille secretaresse van de steengroeve. En dan zijn er nog tal van dieren, waaronder een groep honden. Zij bewaken de rust als een opstand uitbreekt in de steengroeve, verlenen hand en spandiensten. Een van hen, een rottweiler, begint een affaire met Karla. Dat is beslist een spektakel. Alsof het een doodnormale opbloeiende liefdesrelatie is, zo beschrijft Peeters het. Het ongemak manifesteert zich pas in tweede instantie. Vooral bij de lezer. Is het schrijversduo er weer in geslaagd onrust te stoken, precies zoals in eerder werk.

Moraal

Het is en blijft hun kunst om lezers op sensationele wijze te confronteren met een bepaalde moraal. Vragen borrelen vanzelf op. Is de mens de natuur de baas? Is het redelijk zo te overheersen? En is het gevaarlijk, of niet? Waarin onderscheiden mensen zich eigenlijk van dieren? Taal? Een beter denkvermogen? Boeiende vragen. Peeters beantwoordt ze niet expliciet, wel biedt het dierenperspectief mooie invalshoeken om verder te denken. Zo merkt een paard op dat 'een ziel economisch gezien overbodig is'. En dat we 'het leven niet persoonlijk moeten opvatten'. Het paard komt aan deze wijsheid door zijn verhouding met een muildier, een lief maar onvruchtbaar wezen. Aandoenlijk om te lezen hoe hij probeert te glimlachen maar zijn lippen niet in de juiste plooi krijgt. Hij bewondert het muildier omdat zij haar lot van lastdier 'niet ondergaat, maar aanvaardt'. Het is van een Toon Tellegiaanse uitzichtloosheid, met nu en dan een haast christelijke ondertoon.

Alles in stelling gebracht. En dan is er ook nog die heldere schrijfstijl. Alles in orde, maar toch ontbreekt er deze keer iets. Een steviger wending? Meer drama? Hoe goed gedaan ook, Elvis Peeters toont in Jacht slechts de bouwstenen voor een opvatting. Niet het bouwsel zelf. Jammer, dat hadden we hem best toevertrouwd.

Meer over