beeldvormers

De medaillespiegel is de barometer van het land in barre tijden

De rubriek Beeldvormers onderzoekt hoe een foto onze kijk op de werkelijkheid bepaalt. Deze week: het medaillespiegeldenken.

Annemiek van Vleuten ontvangt haar zilveren medaille voor de olympische wegrit. Beeld Klaas Jan van der Weij / Volkskrant
Annemiek van Vleuten ontvangt haar zilveren medaille voor de olympische wegrit.Beeld Klaas Jan van der Weij / Volkskrant

Voordat we naar Tokio gaan, keren we nog even terug naar een Londense spoorwegovergang op 29 juli 2017. Vlak buiten het treinstation North Sheen zet een man zijn fiets over de gesloten spoorbomen en wurmt zichzelf er tussendoor. Omstanders proberen de man op andere gedachten te brengen, maar hij schreeuwt: ‘I don’t fucking care, mate!’, vlak voordat de trein voorbij raast, die hem op een haar na mist. De scène werd gefilmd en het filmpje ging viral. De man werd ­begin 2018 veroordeeld door een Britse rechtbank en kreeg een boete van 130 pond.

Het filmpje blijft online op ­gezette tijden terugkeren, steeds verder verwijderd van de oorspronkelijke context of die zomerdag in 2017 bij North Sheen. Begin deze week ging het weer eens viral en werd het in ­ieder geval op Nederlandse ­sociale media breed gedeeld en becommentarieerd.

Veel mensen gingen ervan uit dat, omdat zij het filmpje voor het eerst zagen, het ook net was gebeurd, én dat het in Nederland plaatsvond, hoewel de ­auto’s in beeld links stonden en de passerende trein van vervoersbedrijf South West Trains was. Maar ja, het staat in míjn tijdlijn, dus het gaat over mij.

Veel mensen zagen er vooral een treffende weergave van het nationale gemoed in, ons nationale gemoed. Die woedende man die de regels – en daarmee zijn veiligheid – aan zijn laars lapte, zou vast ook niet gevaccineerd zijn (wat niet onwaar was) of hij leek sprekend op Arnold Karskens, de voorman van Ongehoord Nederland, of het hele ­tafereel ‘zei veel over onze tijd’.

Kan een cultuur aan narcisme lijden? Dat je het gevoel hebt dat elk beeld dat voorbijkomt over het nationale humeur gaat, of, specifieker, over het eigen ­humeur? Dat de gebrekkige communicatie bij de wielerwegwedstrijd van de vrouwen of de tekortschietende kennis over de omstandigheden op de mountainbikeroute (plankjesgate) iets te maken zou hebben met falend coronabeleid of ­gefnuikte vakantieplannen. Of, erger, dat de medaillespiegel een soort nationale barometer is.

Dat medaillespiegeldenken is officieel Nederlands sport­beleid. Na de spelen van Rio in 2016 keek chef de mission ­Maurits Hendriks terug op de Spelen en deelde zijn teleur­stelling over de medailles en de Nederlandse sporters: ‘Vier jaar geleden waren het er in totaal nog twintig, nu blijven we op ­negentien steken.’

Wat mogen we blij zijn dat Klaas Jan van der Weij, de beste sportfotograaf van Nederland, die voor deze krant onder uiterst lastige en door corona gedicteerde omstandigheden in Tokio zijn werk doet, van het hele sportdrama houdt, van winnaars en verliezers. Hij stond er (natuurlijk) naast toen fietser ­Mathieu van der Poel aan zijn val begon en legde die hele spectaculaire buiteling in een reeks ­foto’s vast.

Hij was er ook bij toen Annemiek van Vleuten de zilveren medaille kreeg, nadat ze aan de eindmeet even had ­gedacht dat ze goud had. Misschien gaat dat door haar hoofd als ze de zilveren plak bekijkt, die ze onder de omstandig­heden ook nog eens zelf moest ophangen. Redacties hebben nogal eens de neiging om een dergelijk beeld emotioneel in te vullen en het dan in het onderschrift over ‘een mistroostige blik’ te hebben. Maar misschien dacht Van Vleuten op dat ­moment: ‘En morgen goud.’

Ergens op dinsdag leek het slechte Olympische nieuws voor Nederland een dieptepunt te bereiken. Er leek meer aandacht voor de stoelindeling van vlucht KL861, verbonden aan een aantal coronabesmettingen, dan voor de wedstrijden.

Maar toen, zoals dat gaat in topsport, werd het woensdag. En braken we een negentig jaar oud record door op één dag acht medailles te winnen (met een gouden voor dezelfde Van Vleuten), één meer dan op 11 augustus 1928, op de Spelen in Amsterdam. Het opmerkelijkste van dit breed uitgemeten record was dat er nog nooit iemand van had gehoord, waarmee het op zijn minst een zeer geslaagde pr-coup was om het slechte nieuws te verjagen.

Op donderdag stond Annemiek van Vleuten met een portret in de krant (van fotopers­bureau AP). Ze houdt haar ­gouden plak voor beste tijdrit vast en schreeuwt het uit van vreugde. Verslaggever Rob ­Gollin noteerde ter plekke haar gedenkwaardige woorden: ‘Het was wel een uitdaging om de negativiteit te parkeren. Het was time to shine.’

Meer over