Schrijvers & piemels

‘De man ritste zijn gulp open en bood me zijn geslacht aan. Het rook naar haring. Ik had liever witlof’

Jacques Koch
null Beeld Getty
Beeld Getty

De eerste keer dat ik een piemel in mijn mond nam ging ik haast over mijn nek. Het was in een rode auto. Het was voor het huis van mijn ouders. Het was laat. Ik herinner me dat ik moe was, dat ik eigenlijk wilde slapen. De man in kwestie ritste zijn gulp open en bood me zijn geslacht aan. Het rook naar haring. Ik had liever witlof.

Uit: Leonieke Baerwaldt, ‘Bloot’, kort verhaal in Papieren Helden, 2020.

Proeve van bekwaamheid in staccatostijl, van de auteur die vorige maand debuteerde met het betoverende Hier komen wij vandaan. Baerwaldt maakt korte metten met het eeuwige schrijverscliché en verplaatst het vissenaroma van vrouwenschoot naar mannelijk lid. De wat verbolgen tot uitdrukking gebrachte voorkeur voor witlof in plaats van haring is de kers op de taart. Het vissige lid duikt overigens ook op in de bundel De baldadige walvis (2014), waarin de Vlaamse dichter Delphine Lecompte een penis serveert die ruikt ‘naar opgepotte narwalblubber en naar toekomstig kruisboogsmeer.’

Meer over