De man die loopt als de donder

Inmiddels heeft Sheers zijn tweede boek gepubliceerd: Het Afrikaanse dagboek van Arthur Cripps (The Dust Diaries). Het is een nogal hybride werk: deels reisverhaal, deels biografische schets, deels roman. 'Ik wilde iets nieuws doen', verklaarde de auteur tegenover de Britse pers. 'Ik weet dat dat nogal ambitieus klinkt, maar daar is toch niets mis mee?'

De oorsprong van Sheers' boek ligt in het moment dat hij op de studeerkamer van zijn vader een boekje aantrof over zijn overoudoom Arthur Shearly Cripps, een man die aan het begin van de vorige eeuw als missionaris afreisde naar Mashonaland in Zuid-Rhodesië, het huidige Zimbabwe.

Cripps, zoveel is Sheers al wel duidelijk, was geen dertien-in-een-dozijn-missionaris. Dat blijkt al uit de namen waaronder hij bij de plaatselijke bevolking bekend werd: 'de man die loopt als de donder' of 'de man die de aarde doet trillen onder zijn voet'. Bovendien werd Cripps, die in 1952 overleed, begraven met de eredienst die hoort bij een opperhoofd van de plaatselijke Shona-stam. De predikant was uit bijzonder hout gesneden, in elk geval in de ogen van de mensen te midden van wie hij leefde.

Sheers raakt zozeer door zijn voorouder geïntrigeerd, dat hij besluit alles wat door en over hem is geschreven te traceren, in zijn voetspoor te reizen en mensen te spreken die Cripps nog hebben gekend. Dus trekt hij, vijftig jaar na diens dood en honderd jaar nadat Cripps zelf naar Mashonaland vertrok, naar een totaal veranderd Afrika.

Het portret van Arthur Cripps dat uit Sheers' boek naar voren komt, is dat van een ascetische, eigenzinnige, bevlogen en zeer bij de plaatselijke bevolking betrokken figuur, met sympathieën voor Franciscus van Assisi en een grote voorliefde voor Keats. Een man die - kenmerkend detail - bij de ingang van zijn rieten kerkgebouw graag thee en sandwiches met pindakaas mocht uitdelen aan zijn parochianen.

Cripps leefde als de Afrikanen, was een romanticus in de beste Multatuliaanse traditie en schuwde (derhalve) de confrontatie met de autoriteiten niet.

In het Nationaal Archief van Zimbabwe ontdekt Sheers een ongepubliceerd manuscript van zijn overoudoom, getiteld An Africa for Africans, waarin Cripps de onrechtvaardige landverdeling door de British South Africa Company bekritiseert - oprichter Cecil Rhodes en de zijnen pikten uiteraard het beste land in - en zich opwindt over de lankmoedige houding van de Anglicaanse kerk ten opzichte van deze praktijken. 'Dit onontwaakte ras beseft nog niet welk onrecht het is aangedaan. Maar op een dag zal het zich verheffen, mondig worden. . . en dan. . .?'

Hoe visionair deze woorden waren, blijkt ook uit Sheers' boek. Hij maakte zijn reis door Zimbabwe toen de land onteigeningspraktijken van zogenaamde 'veteranen' uit de onafhankelijkheidsstrijd op hun hoogtepunt waren. Als gevolg van deze door president Robert Mugabe geïnitieerde acties verloren 3900 van de 4500 blanke boeren in Zimbabwe hun bedrijven, die vervolgens ernstig werden verwaarloosd. De twaalf miljoen inwoners van het land, dat ooit bekend stond als 'de broodmand van Afrika', worden nu bedreigd met de ernstigste hongersnood uit de Zimbabwaanse geschiedenis.

In de houding van de kerk, constateert Sheers cynisch, is in de loop der jaren weinig veranderd. Sterker: de Anglicaanse aartsbisschop van Harare is een van de grootste profiteurs van de land grab-campagne.

Arthur Cripps werd als gevolg van zijn voortdurende verzet tegen de politiek van zijn superieuren uit de Church of England gegooid. Hij vervolgde zijn Afrikaanse bestaan als 'onafhankelijk missionaris'. Voor Europeanen werd hij in toenemende mate 'die dwaze oude priester'. Voor zijn Afrikaanse parochianen was hij medicijnman, regenmaker, tovenaar en spiritueel opperhoofd ineen.

Sheers geeft het portret van Cripps nog een extra dimensie door zijn terloopse verwijzingen naar de motivatie van zijn overoudoom om naar Afrika af te reizen. In het Victoriaanse Engeland van de late 19de en vroege 20ste eeuw had hij uitstekende vooruitzichten op een materieel aanzienlijk gerieflijker loopbaan. De beginscène van het boek, waarin Cripps op zijn sterfbed ligt, geeft een eerste indicatie:

'Het is zijn laatste dag op aarde. Hij is drieëntachtig jaar. Hij luistert naar zijn eigen ademhaling en telt terug.

'Tien jaar sinds hij blind werd.

'Zevenendertig jaar sinds hij ten oorlog trok.

'Achtendertig jaar sinds hij de kerk bouwde.

'Eenenvijftig jaar sinds hij naar Afrika kwam.

'Vijfenvijftig jaar sinds hij verliefd werd.'

Zoals zo vaak lag ook bij Arthur Cripps een liefdesgeschiedenis ten grondslag aan zijn beslissing om een geheel ander leven te gaan leiden dan voor hem leek uitgestippeld. Een liefdesgeschiedenis waaruit zelfs een kind voortkwam. Sheers weet de kleindochter van zijn overoudoom te traceren en ontsluiert het raadsel van een ascetische, zelfopofferende weldoener die zijn geliefde en kind geen levenspartner of vader kon schenken.

Hoewel het verhaal dat hij te vertellen heeft intrigerend en boeiend is, kan Owen Sheers' poging om 'iets nieuws' te doen maar ten dele een succes worden genoemd. Hij slaagt erin de structuur van twee verhaallijnen - zijn eigen reiservaringen anno 2000 en het levensverhaal van Arthur Cripps tussen 1900 en 1952 - maximaal te benutten. Vooral het gegeven dat de uitbuiting en zelfverrijking hetzelfde zijn gebleven, met een hooguit veranderde rolverdeling, maakt deze structuur uiterst functioneel en geeft het boek een krachtige ironische ondertoon.

Minder succesvol is Sheers in zijn keuze om het verhaal van Cripps in romanvorm op te schrijven. 'Dat verhaal is als fictie geschreven, de fictie die ik voor mezelf heb bedacht om Arthurs leven beter te begrijpen', schrijft hij ter verklaring in de proloog.

Zijn opzet wordt echter onderuitgehaald door de journalistieke hoofdstukken in Het Afrikaanse dagboek van Arthur Cripps. Zonder die hoofdstukken zou een geromantiseerde biografie van de eigenzinnige missionaris kunnen overtuigen. De afwisseling met non-fictiefragmenten roept telkens de vraag op welke gebeurtenissen uit Cripps' levensbeschrijving nu feit zijn, en welke verbeelding. Dat geeft dit overigens fascinerende boek iets onevenwichtigs.

Owen Sheers: Het Afrikaanse dagboek van Arthur Cripps.
Vertaald uit het Engels door Gerda Baardman en Marian Lameris.
Anthos; 374 pagina's; euro 21,95.
ISBN 90 414 0794 4.

Meer over