De man die Hitlers bom niet vond

De Nederlandse natuurkundige Samuel 'Sam' Goudsmit (1902-1978) leidde kort na D-Day een geheime speurtocht naar een Duits atoomwapen. Martijn van Calmthout bekeek de archieven en schreef Goudsmits levensverhaal.

Martijn van Calmthout
Sam Goudsmit (links) in overleg op het hoofdkwartier van Alsos in Heidelberg, voorjaar 1945 Beeld Brookhaven National Laboratory
Sam Goudsmit (links) in overleg op het hoofdkwartier van Alsos in Heidelberg, voorjaar 1945Beeld Brookhaven National Laboratory

Op zondag 9 maart 1947 zit de New Yorkse journalist Edwin Seaver duizelend van de verhalen op het kantoor van de natuurkundige Samuel Goudsmit in Evanston, een noordelijke voorstad van Chicago. Twee dagen lang hebben de mannen in het bijzijn van een stenograaf gesproken over de bloedstollende avonturen die Goudsmit, een Nederlander die in de jaren twintig als veelbelovende jonge fysicus naar de States is gehaald, in de oorlog heeft beleefd. In Europa, als hoofd van een geheime verkenningsmissie die jaagde op Duitse fysici die mogelijk betrokken waren bij Duitse pogingen om een atoombom te bouwen. Goudsmit heeft verteld hoe ze optrokken met het geallieerde front, nu en dan zelfs per ongeluk er ook wel eens voor uit, eerst in Frankrijk, daarna ook in het geblakerde, capitulerende Duitsland.

Laboratoria werden doorzocht, instituten opengebroken, archieven gelicht, installaties opgespoord, bestudeerd en ontmanteld. Alle grote namen van de Duitse natuurkunde heeft Seaver genoteerd, en hoe ze zich, soms opgelucht, soms bokkig en steil, aan de Amerikaanse verkenners hadden overgeven. Mannen als Otto Hahn, Max Born, Von Weizsäcker. Tot aan Werner Heisenberg toe, de onbetwist grootste theoretisch fysicus van zijn generatie, die zich in de laatste oorlogsdagen op de fiets naar zijn bergvilla in Beieren had gespoed, een lab met een halfvoltooide kernreactor en uraniumvoorraden achterlatend.

En ook de crux van Goudsmits wonderbaarlijke oorlogsverhaal heeft Seaver opgetekend in bijna tweehonderd getypede vellen transcriptie, die nog altijd in een Washingtons archief worden bewaard: dat de Duitsers weliswaar in 1939 de ontdekkers waren geweest van de splijtbaarheid van de atoomkern, maar dat ze die kennis uiteindelijk niet hadden weten te gebruiken voor het creëren van een nucleair gruwelwapen.

Martijn van Calmthout

Sam Goudsmit - De jacht op de atoombom van Hitler

Meulenhoff; 288 pagina's; euro 24,99. Verschijnt op 4 oktober.

Vrijheid van denken

Voor Goudsmit was de reden duidelijk: de Duitse wetenschappers, voor de oorlog gezien als de beste ter wereld, hadden zo aan de leiband van de nazi-autoriteiten gelopen dat er geen ruimte voor echt wetenschappelijk denken meer was.

Vrijheid van denken, heeft Goudsmit een aantal malen op dicteersnelheid aan zijn interviewer verteld, is essentieel voor baanbrekende wetenschap. Hij zal het zijn leven lang blijven herhalen. Ook over de Amerikaanse wetenschap, ook in de Koude Oorlog.

Reporter Seaver is bij Goudsmit in opdracht van uitgever Henry Schumann uit New York. Schumann is aangeslagen op de verhoren in de Senaat kort na de oorlog, waar Samuel Goudsmit getuigde over de vraag in hoeverre Duitsland in de oorlog werkelijk een atoomgevaar had gevormd. En de vraag of dat het Amerikaanse Manhattan-project had gerechtvaardigd, en de atoomaanvallen op Hiroshima en Nagasaki. Het verhaal van Goudsmit, realiseert de uitgever zich, is niet alleen politiek van belang. Het is ook een spannende vertelling van wetenschappers die midden in het oorlogsgeweld hun ingewikkelde speurwerk doen.

null Beeld .
Beeld .

In de verhoren voor de Senaat had de leider van de zogeheten Alsos-missie verteld dat hij eind 1944 al zeker wist dat er geen sprake was van een geheim Duits kernwapenprogramma. Bij de verovering van Straatsburg hadden documenten en archieven van de Duitse universiteit daar dat duidelijk uitgewezen. Maar Goudsmits rapporten waren in Washington met enige argwaan ontvangen. Wat als de gevonden documenten een Duitse valstrik waren? En wat als Goudsmit en zijn mannen, gefixeerd als ze waren op de Grote Duitse Fysici die ze vaak persoonlijk kenden van voor de oorlog, bijvoorbeeld een ander, militair gerund atoomprogramma over het hoofd zagen?

De verhoren hebben met name onrust gewekt onder de duizenden wetenschappers die tussen 1942 en 1945 bij het Amerikaanse Manhattan-programma betrokken waren geweest. Velen werkten daar vooral aan mee uit vrees voor een Duitse atoombom. Niemand die ze vertelde dat daarvan geen sprake was - totdat de Amerikaanse atoombom een feit was.

Elektronspin

Later dat jaar, in oktober 1947, worden de gesprekken van Seaver en Goudsmit in een uitgewerkte versie gepubliceerd als boek, kortweg Alsos genoemd. Volgens afspraak staat alleen Goudsmit als auteur op het omslag. Het is zijn verhaal immers, en de licht ironische, relativerende toon is ook echt wel de zijne. Voor de oorlog staat Sam Goudsmit onder collega's bekend als een jongen vol humor.

Na de oorlog drukt wat hij in Europa heeft meegemaakt zwaar op hem. Erover praten doet hij zelden. Als hij al in de 60 is, schrijft hij voor het eerst een lange brief aan zijn dochter Esther. 'Omdat iemand het verhaal van de Goudsmits moet onthouden.'

Sam Goudsmit, geboren in 1902 in een Joods Haags middenstandsgezin, is in 1927 als jonge fysicus naar Michigan vertrokken op uitnodiging van de Universiteit van Ann Arbor. Hij heeft in Leiden gestudeerd bij de befaamde natuurkundige Paul Ehrenfest, de opvolger van Hendrik Lorentz en een persoonlijke vriend en bewonderaar van Albert Einstein. In 1925 verwerft student Goudsmit, samen met studiegenoot George Uhlenbeck, in één klap wereldroem als de twee, jongemannen nog, de inwendige draaiing van elektronen ontdekken. Door theoretisch het bestaan van een dergelijke spin te veronderstellen, vallen allerlei vreemde aspecten van het atoom opeens op hun plaats.

Het Alsos-team ontmantelt de Duitse testkernreactor in Haigerloch, april 1945. Goudsmit nam de foto Beeld Brookhaven National Laboratory/ AIP Emilio Segre Visual Archives
Het Alsos-team ontmantelt de Duitse testkernreactor in Haigerloch, april 1945. Goudsmit nam de fotoBeeld Brookhaven National Laboratory/ AIP Emilio Segre Visual Archives

De elektronspin is sindsdien een van de essentiële bouwstenen van de fundamentele natuurkunde. In latere jaren levert het de twee natuurkundigen tientallen nominaties op voor een Nobelprijs, blijkt decennia later als de archieven het Nobelprijscomité in Stockholm opengaan. Goudsmit zelf mag op latere leeftijd zijn prestaties en capaciteiten graag wat relativeren. De ontdekking van de elektronspin, zegt hij dan, was eigenlijk een toevalstreffer. Een wilde, in feite haast simplistische gedachte om de atoomspectra te kunnen doorgronden. Maar die toevallig dus wel fysisch correct bleek, en uiterst bruikbaar.

Goudsmit en Uhlenbeck varen in 1927, nadat ze overhaast zijn gepromoveerd en getrouwd met hun respectievelijke liefdes, naar New York en reizen van daar naar Ann Arbor. Ze zullen er de spil vormen van een nieuwe afdeling theoretische natuurkunde, een vak waar de Amerikanen dan zelf nog niet zo in thuis zijn maar waarin Europa toonaangevend is. In de jaren dertig begint dat te veranderen, mede doordat Goudsmit en Uhlenbeck in Ann Arbor legendarische summer schools beginnen te organiseren, waar ze de theoretische kopstukken uit Europa naartoe halen. Goudsmit vult fotoboeken met groepjes vooraanstaande fysici die zich op de gazons van de universiteitscampus hebben gevlijd, ontspannend tussen de discussies en college's door. Onder hen Nederlanders als Ehrenfest en Hendrik Kramers, maar ook Duitsers als Werner Heisenberg, het wonderkind dat in 1925 eigenhandig de quantumnatuurkunde van de kleinste deeltjes in zijn moderne wiskundige vorm heeft gegoten.

Vondst van door de Duitsers begraven uraniumblokken; Goudsmit rechts naast de stapel Beeld Brookhaven National Laboratory
Vondst van door de Duitsers begraven uraniumblokken; Goudsmit rechts naast de stapelBeeld Brookhaven National Laboratory

Reddingspoging

Het zijn onder meer de Duitsers van die zomerscholen die ook voorkomen op de namenlijsten van de Alsos-missie die in 1944 in Goudsmits bagage zitten als hij kort na D-Day in Frankrijk landt. Als de Duitsers sinds 1940 aan kernsplijting hebben gewerkt, dan moeten die mannen er zeker bij betrokken zijn geweest. Wanneer de Alsos-missie in april 1945 in het Zuid-Duitse plaatsje Hechingen in een oude wolfabriek het geïmproviseerde kantoor van Werner Heisenberg aantreft, staat er op het bureau een ingelijste foto uit 1939 die is gemaakt in Ann Arbor. Hoofdgast Heisenberg in het midden. Helemaal links, in een opvallend wit zomerkostuum, kijkt Samuel Goudsmit tevreden naar het poserende gezelschap.

Het is dezelfde Heisenberg die in 1943 een rol speelt in het oorlogsdrama van de familie Goudsmit. Eind 1942 worden Sams ouders, met talloze andere Haagse Joden, opgeroepen voor transport naar Westerbork. Sam weet in Amerika van niets, maar zijn Groningse vriend en collega Dirk Coster stelt alles in het werk om Isaac Goudsmit en Marianne Goudsmit-Gompers te redden. Hij schrijft een brief aan Heisenberg, dan directeur van het Kaiser Wilhelm-Instituut voor Natuurkunde in Berlijn, met de vraag om diens hulp.

Pas na de oorlog verneemt Goudsmit van de reddingspoging, en ook hoe die op niets is uitgelopen. Heisenberg schrijft in februari 1943 in een wezenloos briefje terug aan Coster dat hij Sam goed kent en als collega zeer waardeert, en dat hij hoopt dat diens ouders niets zal overkomen, 'waardoor dan ook'. Of Heisenberg ook officieel iets onderneemt, blijft onduidelijk. Vermoedelijk niet. Het is hoe dan ook te laat. Isaac en Marianne zijn weken eerder al vergast bij aankomst in Auschwitz, Polen.

Sam Goudsmit kent, ingelicht door Berlijnse officieren, al wel het tragische lot van zijn beide ouders als hij op 23 september 1945 in de vroege ochtend in een Amerikaanse jeep Den Haag binnenrijdt. De oorlog en vooral de hongerwinter hebben de inmiddels bevrijde stad gehavend. Bomen zijn gekapt, huizen gesloopt. Op het Malieveld versperren Duitse tankgrachten nog steeds de doorgang, maar de Koninginnegracht richting Scheveningen is begaanbaar.

Schuldgevoel

Voor huisnummer 137, waar de weg net wat omhoog begint te hellen, stopt Sam. Zijn hart krimpt bij wat hij aantreft. Het woonhuis met zijn schuine stenen bordes, ooit het toneel van zomeravonden vol Brahms, Beethoven en Schubert en uitgelaten verhalen met vrienden en familie, is gesloopt. Ramen zijn ingeslagen, houten deuren, kozijnen, trappen en lambriseringen verdwenen. Zelfs de tengels zijn uit de plafonds getrokken: alles wat op te stoken was, is verdwenen. Zijn vroegere jongenskamer is bezaaid met papieren, Goudsmit vindt op de grond zijn oude schoolrapporten en studieboeken, die zijn ouders na zijn vertrek naar de States in 1927 kennelijk altijd hadden bewaard. Door het raam ziet hij beneden in de binnentuin de sering, die als door een wonder is ontsnapt aan de sprokkelwoede van de laatste oorlogswinter.

Goudsmit voelt haast fysiek hoe het besef bij hem inzinkt dat alles verloren is. En het schuldgevoel dat daarbij tegelijk omhoog kolkt. Wat als hij niet pas eind 1939 een inreisvisum voor de VS voor zijn ouders had aangevraagd, in plaats van zich in Ann Arbor in de wetenschap te begraven? Wat als ze net vóór de Duitse inval in Nederland hadden besloten om naar Michigan te komen? En omgekeerd, wat als hijzelf in 1939 was ingegaan op het aanbod om de leerstoel van Nobelprijswinnaar Pieter Zeeman in Amsterdam over te nemen? Wat zou er dan in de oorlog van hem, van zijn vrouw Jaantje en hun Esther zijn geworden?

Goudsmit aan het stuur van een jeep bij de opmars in Duitsland Beeld Malcolm Thurgood/ AIP Emilio Segre Visual Archives
Goudsmit aan het stuur van een jeep bij de opmars in DuitslandBeeld Malcolm Thurgood/ AIP Emilio Segre Visual Archives

De antwoorden weet hij ook. Zijn ouders zijn vermoord. En hij, Samuel Abraham Goudsmit, fysicus te Michigan, leeft. Thuis wachten zijn vrouw en kind op hem.

Duizelend van wroeging en machteloosheid loopt hij het onttakelde pand uit, de straat over en start de jeep. De rest van zijn leven, als hoogleraar in Evanston en later Brookhaven en Reno, als gewiekste uitgever van het machtige toptijdschrift Physical Review Letters, als onvermoeibaar pleitbezorger ook van wetenschappelijke openheid, zal hij op formulieren als doodsoorzaak van zijn ouders hetzelfde simpele woord invullen: nazi's.

Meer over