Aard van het beestje

De machtige zeearend, een spektakelsoort, heeft zijn plek gevonden in het veranderde deltalandschap

Iedere week schrijft Caspar Janssen over een dier in zijn habitat. Wat typeert het dier en waarom doet het juist nu van zich spreken?

Caspar Janssen
Zeearend Beeld Margot Holtman
ZeearendBeeld Margot Holtman

Eigenlijk probeer ik de spektakelsoorten een beetje te mijden. De kleinere, wat minder zichtbare diersoorten zijn vaak zeker zo mooi en interessant, en belangrijk. Toch sta ik op deze zonnige ochtend op een doodlopend weggetje nabij de Galamadammen in Friesland naar een uitgesproken spektakelsoort te kijken: de zeearend. Naar vier zeearenden tegelijk zelfs, op een nest. ‘Nu is het beste moment,’ had Martijn de Jonge, fotograaf en schrijver van het boek De zeearend in Nederland, me opgepord. ‘En een nest met drie jongen is echt heel bijzonder.’ We zijn er inderdaad op het beste moment, zo blijkt. Niet alleen zit de moeder op het nest, maar ook de drie jongen staan fier overeind. Ze springen zelfs af en toe op, en slaan met hun imposante vleugels. ‘Vliegoefeningen’, zegt De Jonge opgetogen. Over een week gaan ze uitvliegen, schat hij. Vandaar dus al die zichtbare activiteit op het nest. Met een beetje geluk gaan we ook het mannetje nog zien. ‘Die zit vermoedelijk in een boom aan de andere kant van het bosje, met goed zicht op de Fluessen, een meer waar hij kan jagen op vis.’

Je zou de zeearend een nieuwe soort in Nederland kunnen noemen. Tot 2004 was ‘de vliegende deur’ – met een spanwijdte tot tweeënhalve meter de grootste roofvogel van Europa – slechts als wintergast te bewonderen. Maar in 2006 ging een paar zeearenden in de Oostvaardersplassen tot broeden over, het eerste broedpaar sinds eeuwen en mogelijk zelfs het eerste ooit. In de jaren erna volgden broedparen in andere grote, natte natuurgebieden. Inmiddels zijn er jaarlijks meer dan twintig nestelende broedparen. De Nederlandse zeearenden maken deel uit van de inmiddels weer florerende Duitse populatie. Zeearenden waren aan het begin van de vorige eeuw door vervolging zowat verdwenen uit veel Europese landen. De overgebleven kleine populaties kregen halverwege de vorige eeuw een nieuwe klap door chemische verontreiniging en het gebruik van pesticiden. Na de inperking van het pesticidengebruik volgde sinds de jaren zeventig het herstel. Dat de zeearend zich vervolgens in Nederland vestigde heeft ook te maken met de veranderingen in het Nederlandse landschap. Martijn de Jonge: ‘Grote, natte natuurgebieden zoals de Biesbosch en het Lauwersmeer waren tot halverwege vorige eeuw nog vrijwel boomloos.’ Goede nestbomen in visrijke gebieden ontbraken, maar dat veranderde, zeker toen de deltawerken het getijdenlandschap deels deden verdwijnen. De zeearend profiteert vermoedelijk ook van de schaalvergroting, zowel in landbouwgebieden als in sommige natuurgebieden. Het ruime aanbod van ganzen in de uitgestrekte eiwitrijke raaigraslanden – ganzen zijn de enige vogelsoorten die dit gras eten – speelt ook een rol. Voedsel genoeg.

Het plaatje voor ons. In het grasland net voor het bosje loopt een ree met haar kalfje, waarschijnlijk net onzichtbaar voor moeder zeearend op het nest. ‘Ik vrees toch voor het leven van het kalfje’, merkt Martijn de Jonge op. Want ook reekalfjes staan wel op het menu. Nog meer spektakel: het mannetje verschijnt boven het bosje, komt zo’n beetje pal voor ons langs, en vliegt verder met die machtige vleugelslagen en die opvallende witte stuit. Nog nooit zag ik een zeearend van zo dichtbij. Hij blijft cirkelen in de omgeving, een buizerd die erboven vliegt valt in het niet, de reeën hebben zich schielijk in het bosje teruggetrokken. Dan keert het mannetje terug naar het nest, posteert zich naast het vrouwtje en het lijkt wel alsof hun gele haaksnavels elkaar even raken. Het hele gezin compleet, vijf zeearenden groot, pal voor onze neus. Twee dagen later meldt De Jonge dat het eerste jong is uitgevlogen.

Meer over