RecensieMosquito

De macht van een nietige mug ★★★☆☆

De wereldgeschiedenis zou er radicaal anders hebben uitgezien zonder de mug, schrijft Timothy Winegard. Slavernij, kolonisatie, wereldhandel: allemaal zijn ze beïnvloed door een klein insect.

Aan de malariamug hadden Hollandse zeelieden het in 1652  te danken dat bij Kaap de Goede Hoop slechts een handvol Khoisa-Afrikanen leefde. Beeld Getty Images
Aan de malariamug hadden Hollandse zeelieden het in 1652 te danken dat bij Kaap de Goede Hoop slechts een handvol Khoisa-Afrikanen leefde.Beeld Getty Images

Toen zeelieden van de VOC in 1652 aan land gingen bij Kaap de Goede Hoop, troffen zij een inheemse bevolking aan die maar droevig weinig tegenstand kon bieden aan de goed bewapende Nederlanders. De rest is geschiedenis: uit die eerste Nederlandse voet aan de grond aan het zuidelijke puntje van Afrika ontsproot het latere Zuid-Afrika. In de tussentijd speelde de Kaapkolonie als bevoorradingspost een onmisbare rol in de Nederlandse exploitatie van Oost-Indië.

Dat was volgens Timothy Winegard, hoogleraar geschiedenis aan de Amerikaanse Colorado Mesa-universiteit, heel anders gelopen zonder het nietige insect de malariamug. Daaraan, schrijft hij in het vuistdikke Mosquito, hadden de Hollanders het te danken dat bij de Kaap slechts een handvol Khoisa-Afrikanen leefde. Deze jagers-verzamelaars werden uit centralere, vruchtbare delen van Afrika verdreven door Bantoe-volken als de Zoeloes. De landbouwende Bantoes hadden goedgeorganiseerde legers en wapens van staal, en hadden de Nederlanders veel meer weerstand geboden.

Winegard verklapt waarmee Bantoe-boeren de Khoisa vooral verdrongen. Niet met hun wapens en legers, maar met een geheim wapen van Moeder Natuur. Het sikkelcelgen, dat volgens de wetenschap zo’n zevenduizend jaar geleden voor het eerst opdook in een Bantoe-vrouw, beschermde de Bantoes tegen malaria. Paradoxaal genoeg waren het de Bantoe-volkeren zélf die deze de ziekte steeds verder in het zadel hielpen. Want landbouw en irrigatie leiden tot stilstaand water, de ideale kraamkamer voor de larven van malariamuggen. De niet-beschermde Khoisa moesten wel vertrekken, of ziek worden.

null Beeld Thomas Rap
Beeld Thomas Rap

Malaria en andere ziekten waarvoor muggen de ‘vector’ zijn, zo hamert Winegard er in zijn boek van meet af in, hebben vanaf de vroegste geschiedenis van de mens ontzaglijk huisgehouden. Malaria doet dat op veel plaatsen in de wereld nóg. De ziekte doodde in 2018 ruim achthonderdduizend mensen. Een duizelingwekkende tweeënvijftig miljard stierven er sinds de eerste mensen in contact kwamen met steekmuggen van het geslacht Anopheles en Aedes, ofwel malariamug en tijgermug (deze laatste brengt onder meer gele koorts over). Vrouwtjessteekmuggen hebben bloed van zoogdieren of vogels nodig voor de ontwikkeling van hun eieren. Als vliegende injectiespuiten doen zij met hun steeksnuit meerdere bloeddonoren aan – meestal ’s nachts en in de schemering, wanneer veel dieren rusten. Parasieten en virussen springen zo van gastheer naar gastheer. Helaas, in het geval van Anopheles en de eencellige bloedparasiet Plasmodium, en bij Aedes en zijn vracht van gelekoortsvirussen en een klein arsenaal andere ziekmakers, óók van mens naar mens.

De helse koortsen en bij zware infecties uiteindelijk dodelijke milt- en leverproblemen die de plasmodium-parasiet in gang zet, hebben een ingrijpende invloed gehad op de wereldgeschiedenis, is Winegards boodschap. Net zoals in het geval van de Hollandse kolonisten van Zuid-Afrika, stond de mug keer op keer aan de basis van beslissende wendingen die onze wereld vormgaven – en niet militaire overmacht of tactisch vernuft van briljante generaals, zoals de geschiedenisboeken meestal willen. De Indiase campagne van Alexander de Grote liep vast in moerassig terrein dat wemelde van de muggen. Soldaten stierven bij bosjes aan malaria en gele koorts en nog grotere aantallen lagen door ziekte uitgeschakeld op hun britsen. Hannibals veroveringsleger strandde in de van muggen vergeven Pontijnse moerassen ten zuiden van Rome. Na uiteindelijk te zijn drooggelegd werden diezelfde moerassen in 1943 door de Duitsers weer onder water gezet, als ‘biologische oorlogsvoering’ tegen de geallieerden.

Winegard dist het ene na het andere voorval uit de geschiedenis op, waarin volgens hem ‘Generaal Anopheles’ de beslissende hand had. Misschien nog het interessantst zijn de gebeurtenissen na de zogeheten columbiaanse uitwisseling, waaraan Winegard veel aandacht besteedt. Columbus en de Europeanen in zijn kielzog brachten malariaparasieten en gelekoortsvirussen naar de Nieuwe Wereld. Met overweldigende gevolgen als de gehele of bijna-uitroeiing van niet daartegen opgewassen inheemse volkeren en de snelle opmars van deels voor malaria immune Spaanse veroveraars. Zelfs speelden muggen een essentiële rol in de opkomst van de slavernij in de zuidelijke staten van de kersverse VS. Afrikanen waren nou eenmaal beter bestand tegen in de tabaks-, suiker- en katoenplantages loerende, door muggen overgebrachte ziekten.

Winegard brengt in zijn boek opnieuw het bekende verhaal van door veroveraars en kolonisten meegebrachte ziekten en de gevolgen daarvan. Het levert een boeiende tour op door de wereldgeschiedenis, ondanks Winegards kokervisie – het valt te betwisten of, zoals hij beweert, die muskiet altíjd de hoofdrol speelde.

Timothy Winegard: Mosquito. Uit het Engels vertaald door Dennis Keesmaat en Maarten van der Werf. Thomas Rap; 556 pagina’s; € 29,99.

Meer over