De machinaties van de KGB

EEN RAADSELTJE om mee te beginnen: wat heeft kardinaal Willebrands gemeen met invloedrijke westerse politici als Harold Wilson, Giscard d'Estaing, Willy Brandt, Oskar Lafontaine en Cyrus Vance?...

De absurde wervingspogingen mislukten uiteraard stuk voor stuk, maar illustreren de alomvattende, paranoïde poging van de KGB om vat te krijgen op de westerse publieke opinie.

Dankzij Vasili Nikititsj Mitrochin krijgen we nu uit de eerste hand een blik in de keuken van de KGB. Als hoofdarchivaris van de KGB van 1972 tot zijn pensionering in 1984 had Mitrochin onbeperkt toegang tot de archieven van de buitenlandse tak van de KGB, het Eerste Hoofddirectoraat. Heimelijk en met gevaar voor eigen leven smokkelde hij twaalf jaar lang duizenden velletjes met notities uit de meest geheime dossiers naar zijn datsja, waar hij ze onder meer in melkbussen onder de vloer verstopte.

De nu 77-jarige Mitrochin vluchtte in 1992 met hulp van de Britse geheime dienst naar Engeland, liefst zes koffers met aantekeningen met zich meenemend. The Mitrokhin Archive bevat een eerste selectie uit deze documenten, gemaakt in nauwe samenwerking met de Britse historicus en inlichtingenspecialist Christopher Andrew.

Deze schreef eerder samen met een andere overgelopen KGB-officier, Oleg Gordievski, een drietal onthullende boeken over de activiteiten van de KGB in het Westen. Hun bekendste werk, de bestseller KGB - The Inside Story, is nog steeds het standaardwerk over de geschiedenis van de buitenlandse activiteiten van de KGB.

The Mitrokhin Archive vormt daarop een welkome aanvulling. Anders dan de titel doet vermoeden is het boek geen verzameling documenten en notities. Waarschijnlijk ter wille van de leesbaarheid zijn Mitrochins notities ingekleed in een vlot lopend verhaal, dat voornamelijk en vakkundig is geschreven door Andrew.

De SVR, onder welke afkorting het Eerste Hoofddirectoraat sinds eind 1991 zelfstandig voortbestaat, heeft de afgelopen jaren krampachtig gepoogd zijn imago op te poetsen. Dit gebeurde vooral door westerse historici inzage te geven in voorheen geclassificeerde stukken en de geschiedenis van de buitenlandse tak van de KGB af te schilderen als die van een 'normale' inlichtingendienst.

Zo zou het Eerste Hoofddirectoraat weinig tot niets van doen hebben gehad met de vervolging van dissidenten en overlopers. Dat behoorde tot de taken van de binnenlandse afdelingen, die nu opgenomen zijn in de FSB, waarvan tot voor kort de huidige premier Poetin aan het hoofd stond. Veelzeggend genoeg distantieert de SVR zich niet van de KGB, maar identificeert zich ermee en maakt goede sier met de resultaten ervan.

Er was echter, zo bewijzen de aantekeningen van Mitrochin, weinig normaals aan de activiteiten van de KGB, op welk terrein dan ook. De KGB was 'schild en zwaard' van de revolutie, een typering die letterlijk moet worden genomen. Van de bewering dat het Eerste Hoofddirectoraat niet betrokken zou zijn geweest bij de repressie van dissidenten, blijkt weinig tot niets waar te zijn. Zo werd op tal van manieren gepoogd de carrières van gevluchte coryfeeën als de balletdanser Noerejev en de cellist Rostropovitsj kapot te maken. Tijdens Noerejevs eerste belangrijke optreden in het Westen waren gefluit en boegeroep niet van de lucht. Stukjes glas werden op het podium gegooid om Noerejev te intimideren. Later werden zelfs plannen bedacht, maar nooit uitgevoerd, om een van zijn benen te breken.

Op uitgekiende wijze werden de Nobelprijswinnaars Solzjenitsyn en Sacharov zwartgemaakt door ze bijvoorbeeld in de jaren zeventig in westerse media in verband te brengen met de Chileense dictator Pinochet. Zo schreef Le Monde in 1975 dat 'Solzjenitsyn het betreurt dat het Westen tijdens de laatste wereldoorlog samen met de Sovjet-Unie tegen de nazi's vocht', waarna hij op één lijn werd gezet met Pierre Laval, de tweede man achter maarschalk Pétain in Vichy-Frankrijk, en Franse fascisten.

Met name Le Monde en het Franse persbureau AFP werden in het bijzonder door de KGB gebruikt om in de westerse pers desinformatie te verspreiden. Binnen AFP had de KGB zes agenten en twee vertrouwelijke contacten. Bij Le Monde 'werden twee vooraanstaande journalisten en verscheidene medewerkers gebruikt, in de meeste gevallen ongetwijfeld zonder het zelf door te hebben, om KGB-desinformatie te verspreiden'. Bovendien blijkt dat er veel meer politici, journalisten en wetenschappers door de KGB zijn gerecruteerd als agent dan tot nu toe werd aangenomen.

Het Mitrochin-archief is nog om een andere reden belangrijk. De SVR heeft nog geen documenten vrijgegeven die betrekking hebben op spionage-activiteiten vanaf de vroege jaren zestig. Andrew en Mitrochin daarentegen geven uitsluitsel over KGB-operaties tot aan de pensionering van Mitrochin in 1984.

Daar komt bij dat de originele documenten die hij zo nauwgezet heeft gekopieerd, mogelijk niet meer bestaan. Bekend is dat het lijvige dossier van Sacharov is vernietigd. De kans is derhalve groot dat Mitrochins archief als enige bron uitsluitsel kan geven over tal van zaken.

Daarom is het des te belangrijker dat er zorgvuldig met zijn archief wordt omgesprongen en er niet te snel conclusies worden getrokken. Het moet gezegd dat Andrew zich voortreffelijk van zijn taak kwijt. Er is nergens een hang naar sensatie te bespeuren. De toonzetting is rustig en zeer genuanceerd. Het boek maakt in zijn geheel een solide en betrouwbare indruk. Er wordt keurig vermeld wanneer Mitrochins informatie onvolledig is en waar geen uitsluitsel is te geven.

The Mitrokhin Archive bevat een stortvloed aan vaak sensationele feiten en onthullingen. Om er enkele te noemen: de geheime opslagplaatsen voor wapens en communicatie-apparatuur, een vanwege het overlijden van Stalin ter elfder ure afgelaste moordaanslag op Tito, de vele honderden miljoenen dollars die Moskou ondanks een schaarste aan vreemde valuta naar communistische partijen waar ook ter wereld stuurde, en de wijze waarop de KGB de orthodoxe kerk in zijn greep hield en de agenda van de Wereldraad van Kerken stuurde.

Wat echter het meest opvalt is dat vrijwel alles de aandacht van de KGB trok. Het gevaar loerde overal; zelfs Michael Jackson, Pink Floyd en andere popmuzikanten werden gezien als potentiële bedreigingen voor het regime.

Opvallend is verder de enorme discrepantie tussen de hoge kwaliteit van de door de KGB ingewonnen inlichtingen en de wijze waarop daarmee werd omgesprongen door de politieke top. Informatie die ideologisch niet lekker lag, werd vernietigd. Zo werden geheime Amerikaanse documenten, waaruit bleek dat Amerikaanse veiligheidsdiensten niets van doen hadden met de Praagse Lente, door de leiding van de KGB in Moskou vernietigd nog voordat ze de politieke top konden bereiken.

Omgekeerd leverden een overspannen vijandbeeld en de neiging overal een complot te ontwaren een zwaar vertekend beeld van de werkelijkheid op. Naarmate de situatie gespannener werd, nam de paranoia toe. Dus kon het gebeuren dat de KGB meende dat tijdens het eerste bezoek van paus Johannes Paulus II in juni 1979 aan zijn geboorteland Polen arbeiders uit Krakau van zins waren de communisten uit het zadel te gooien. En was Sovjet-leider Andropov er heilig van overtuigd dat Ronald Reagan bezig was het Amerikaanse volk voor te bereiden op een nucleaire oorlog. Bovendien kon hij maar niet begrijpen waarom de Sovjet-burgers 'geen vertrouwen hebben in het humanisme van de KGB'.

Het duiden van informatie mag dan van abominabele kwaliteit zijn geweest, op andere terreinen was de KGB uiterst effectief en van levensbelang voor het voortbestaan van het regime, een belang dat nogal eens wordt onderschat. Op politiek gebied werd gedecideerd afgerekend met iedere minuscule vorm van oppositie, terwijl door de zeer succesvolle wetenschappelijk-technologische spionage de Sovjet-Unie decennialang de wapenwedloop met de Verenigde Staten kon volhouden.

Alle door Andrew en Mitrochin gepresenteerde nieuwe feiten vormen waarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg. Mitrochin had immers geen toegang tot de archieven van de directoraten die zich bezighielden met binnenlandse spionage. Bovendien is er een tweede deel in voorbereiding. Menige reputatie zal nog een flinke deuk oplopen, want het einde van de beerput is nog niet in zicht. Dat bleek onlangs in Italië, waar een door Mitrochin opgestelde lijst voor flinke opschudding zorgde. Even deed zelfs het gerucht de ronde dat oud-premier en ex-president Cossiga op de loonlijst van de KGB zou hebben gestaan.

Hopelijk zal in de Nederlandse vertaling meer staan over de activiteiten van de KGB in Nederland en de rol van de CPN daarbij. Als Mitrochin iets te melden heeft over de communistische partijen van grootmachten als Cyprus, Libanon en Noord-Ierland, moet er zeker iets in zijn notities over de CPN te vinden zijn. Andrew heeft in interviews al aangegeven dat er ten minste één CPN-lid van de Tweede Kamer op de loonlijst van de KGB stond.

Meer over