De lokroep van een Twentse troubadour

Willem Wilminks zestigste verjaardag wordt gevierd met een opera in de Enschedese schouwburg. Hij moet het wat kalmer aan doen na de hersenbloeding die hem anderhalf jaar geleden trof....

VANUIT de werkkamer van Willem Wilmink kijk je uit op een islamitische basisschool. Daar was tot voor kort de Willem Wilmink-basisschool gevestigd, maar die is naar een ander deel van de stad verplaatst. De tekstdichter en kinderboekenschrijver woont in de Javastraat, in het hart van een Enschedese arbeiderswijk. Vader Wilmink kocht lang geleden in diezelfde Javastraat een huisje, nadat hij zich had opgewerkt tot personeelschef in de textielfabriek.

Intussen is de samenstelling van de wijk heel wat bonter geworden. Voor Wilmink maakt dat weinig uit: 'Als ze Grolsch drinken, en dat doen de meesten, dan zijn het echte Twentenaren. En gelukkig wordt het in Amsterdam ook steeds meer gedronken.'

Zo gaat dat continu in een gesprek met Willem Wilmink: de afstand tussen Enschede en Amsterdam, de twee steden die hem na aan het hart liggen, is in zijn hoofd niet meer dan een hink-stapsprong. Hij is geboren en getogen in Enschede, studeerde en werkte in Amsterdam en belandde na wat omzwervingen weer in Twente, op een steenworp van het ouderlijk huis. De hoofdstad komt nu via Het Parool binnen.

Dezer dagen viert hij zijn zestigste verjaardag. Uitgeverij Bert Bakker nodigde Jean Pierre Rawie uit een bloemlezing van zijn werk samen te stellen, die vandaag feestelijk wordt gepresenteerd in de Twentse Schouwburg. Daar is ook - in besloten kring - een korte versie van Offenbachs opera Hoffmanns Verhalen te zien. De jarige bewerkte zelf het libretto van Jules Barbier, over een schrijver die wel wat van Wilmink weg heeft en consequent op verkeerde vrouwen valt.

De opera is een nieuwe stap in Wilminks literaire carrière, die in 1955 in Tubantia begon. In het regionale dagblad schreef hij een wervend stukje om textielfabriek Holland, de werkgever van zijn vader, aan vrouwelijk personeel te helpen. Vrouwen ambieerden in die tijd eerder een positie als winkelmeisje dan in zo'n stoffige fabriek. Vandaar dat de debuterende schrijver vooral de douches in de fabriek aanprees. Meisjes met schone oren vielen nou eenmaal beter bij de jongens. De lokroep had succes.

Wilmink doceerde letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en zijn werk - goed om een niet al te klein uitgevallen boekenplank mee te vullen - is veelvuldig bekroond. Toch is hij zijn achtergrond nooit ontgroeid.

Met Harry Bannink, die uit hetzelfde Twentse milieu komt, stapte hij een keer in Frankrijk een twee-sterrenrestaurant binnen. De componist trakteerde om Wilmink te bedanken voor de prettige manier van samenwerken. Samen hebben ze veel liedjes gemaakt voor de Stratemakeropzee Show, Het Klokhuis en diverse cabaretprogramma's.

'Harry is een heer die in zo'n restaurant past. In zo'n omgeving voel ik me ongemakkelijk. Dan voel ik die mensen denken: het is dat hij met die heer meekomt, maar eigenlijk moeten wij die vent hier niet. Pas als ik in een klein achteraf-café terecht kom, voel ik me gelukkig.'

In zijn Amsterdamse tijd was Wilmink vaste klant in het inmiddels verdwenen Jordanese café Randeraat, waar je elk kwartier de Wester hoorde. Daar vond hij de zorgzaamheid die hij van de Enschedese arbeiderswijk kende. 'Er komt bijvoorbeeld een vent een borrel drinken. Hij bestelt er nog een, en nog een. Daarna geeft hij zijn autosleutels aan de baas, die ze aan een spijkertje hangt. De volgende dag komt die vent terug om zijn sleutels terug te halen. Borreltje erbij, en nog een. En dan laat hij die sleutels maar hangen.'

Laatst las hij een interview met 'die man die nou in die kar zit, eh, Koos Alberts'. Die had uitvoerig verteld over hoe zijn opa zich vroeger stond te scheren. 'Dat was zo'n glashelder en goed verhaal. Dat is er eentje, met zo'n man voel ik me verwant.'

Johnny Jordaan was er ook zo eentje. Die heeft hij nog meegemaakt toen hij als eenzame student in 'Oost' zat. Johnny Jordaan had net het Jordaanfestival gewonnen en kwam in de Dapperbuurt op koninginnedag 'met zo'n knoppenaccordeonist' zingen. 'Het was alsof die vervallen buurt met al die grauwe mensen in een keer opklaarde. Een wonderbaarlijke artiest. Ik hoop dat ik datzelfde vertegenwoordig, ook als ik voor Herman van Veen of Joost Prinsen schrijf. Maar ik ben ook blij dat Gert en Hermien een tekst van mij op het repertoire hebben genomen.'

Ter illustratie van het mini-college Jordanese volkscultuur begint Wilmink te zingen. Als kind wilde hij al 'zanger met een cowboyhoed' worden. Het Twentse accent moet even wijken voor een variant uit de Jordaan. 'In de Willemsstraat ben ik geboren, de Willemsstraat is mijn fatsoen.'

Wilmink heeft een associatieve geest. Moeiteloos huppelt hij van de Joods-Hongaarse componist Paul Abraham die in de Verenigde Staten wel 'happy' maar niet glücklich was, via de poëzie van Hendrik de Vries en de Griek Nikos Kavvadias, de kathedralen van ële de France, en de humor van Herman Finkers, naar het oeuvre van Eddy Christiani, die zijn geliefde aanspoorde om achterop de fiets te springen, en daarmee literatuur maakte.

Eddy Christiani? Literatuur? Jazeker, zegt Wilmink. 'Had Christiani een fiets bij zich toen hij dat zong? Nee? Nou, dan is het literatuur.'

Zijn geheugen lijkt geen schade te hebben opgelopen van de hersenbloeding die hem bijna anderhalf jaar geleden trof. Hij loopt minder vlot, werkt in een lager tempo en leest en zingt nog sporadisch voor publiek. En 's ochtends blijft de deur van het arbeidershuisje liefst gesloten voor bezoek; zijn vrouw is daar streng in.

Wilmink kreeg het in het weekend dat hij naar Herman Finkers' voorstelling in Hengelo zou gaan. 'Ik kon nauwelijks lopen. Iedereen kent me daar, dus ik had geen zin om als een kreupele door die zaal te lopen. Daarom ben ik maar een beetje achteraf bij de licht- en geluidsman gaan zitten. Na afloop heb ik nog een lekker biertje gedronken. Maar maandag bij de dokter bleek het toch mis te zijn.'

Een van zijn recente klussen behelsde het samenstellen van een bloemlezing van dierenpoëzie. Met een droef gezicht haalt Wilmink de bundel tevoorschijn. De drukproeven waren in orde, maar in de definitieve versie is een strofe van een gedicht van Vondel weggevallen. 'Ik kan me wel voorstellen hoe zoiets op een uitgeverij gaat. Bij het opmaken van de tekst wordt zo'n dame door haar geliefde gebeld. 'Hallo schat, hoe gaat het, ja lekker, ik ben bezig met een boekje van Wilmink.' En als ze neerlegt slaat ze de laatste strofe over, want in de voorlaatste strofe stond ook al het woordje 'dood'.

'Zonde van zo'n weergaloos gedicht. Daar word ik heel zenuwachtig van, daar heb ik nachtmerries van.'

Aansluitend krijgt de bezoeker een les Vondel. De schrijver heeft de smaak te pakken; hij beent door de werkkamer waar het eerste bureautje van zijn vader staat met daarop een typemachine met beschermhoesje, en trekt het ene na het andere boek uit de kast.

Kijk. Hij slaat een foto op van het huis waar de familie Wilmink zich schuil hield toen de Engelse bommenwerpers overvlogen naar Duitsland. Die dachten al boven Münster te zijn. Het was 10 oktober 1943; in de kelder vloog de deksel van een weckfles morellen en de inhoud belandde op de zondagse jurk van zijn moeder. Toen vader na afloop de kelder uitkroop, schreeuwde hij: 'O godverdomme, m'n hele huis is vort.' Op de foto in het boek is te zien dat daar geen woord van gelogen is.

Tekstbewustzijn, historisch bewustzijn, trachtte hij zijn studenten bij te brengen als docent aan de Akademie voor Kleinkunst. 'Ik dacht: als ze straks een tekst nodig hebben, gaan ze naar de duurste tekstdichter; een andere norm voor kwaliteit kennen ze niet. De meesten hadden nog nooit een gedicht gelezen. Daarom liet ik ze zien hoe Tucholsky, Brecht en Heine het deden. En Bob Dylan, die erg beïnvloed is door de Engelse literatuur.

'Zo'n beeldspraak als Desolation Row - De Wanhoopstraat, Het Ellendebuurtje - tref je ook aan in de middeleeuwse literatuur. Maar de leiding van de Akademie was te weinig tekstgericht; als het er op het podium maar mooi uitzag. Daar ben ik dus met ruzie weggegaan.'

Al in zijn studententijd hield Wilmink zich bezig met cabaret. Voor La pie qui chante, met Hedy d'Ancona en Han Reiziger, schreef hij in de jaren vijftig. Aan de samenwerking met Cabaret Don Quishocking bewaart hij prettigere herinneringen. Don Quishocking maakte naam met De Oude School, een tekst die Wilmink schreef in 'Zuid', die uithoek van Amsterdam, vol heimwee naar Enschede. (Die mooie school, daar stond je met/ een pas gejatte sigaret/ in 't fietsenrek,/ daar nam je bibberig en scheel/ en van ellende groen en geel/ opnieuw een trek.)

Binnenkort komen Jenny Arean en Lucretia van der Vloot bij hem langs. Ze gaan samen een nieuw programma maken. Maar Wilmink wil weten wat voor vlees hij in de kuip heeft voordat hij ook maar een letter op papier zet. De kwaliteiten van Arean zijn hem reeds lang bekend. Maar ook van Lucretia van der Vloot is hij diep onder de indruk.

'Als een oude schoolmeester geef ik dan dingen mee om te lezen, zoals Mei van Gorter, of Heine. De volgende keer overhoor ik.'

Als geen ander verstaat hij de kunst zware onderwerpen toegankelijk te maken met een lichte toon. Die methode past hij voor volwassenen en kinderen toe. Kinderen brengt hij en passant wat eerbied voor andere culturen bij. 'Wij hebben toch niet het recht om de hygiëne van buitenlanders te bekritiseren als we zelf de poep met een papiertje over de geslachtsdelen uitsmeren?'

En in één moeite door haalt hij een veel gelezen Penguin-pocket met Chinese poëzie tevoorschijn. Niet alleen Amsterdam ligt in Enschede binnen handbereik. De verbindingslijnen zijn net zo makkelijk via Marokko en Turkije naar China door te trekken.

Willem Wilmink gaat op zoek naar dat ene mooie gedicht. Over God, die steeds maar weer gebeden verhoort. Een kleine aanpassing hier en daar en het had net zo goed een Twents gedicht kunnen zijn. 'Een vent fietst van, laten we zeggen, Enschede naar Hengelo. En die vent krijgt een ontzettende slagregen in zijn gezicht, en dan ook nog sneeuw. Hij bidt tot God: 'O laat de wind toch draaien'.

'Op dat moment fietst er ook een vent van Hengelo naar Enschede, en die krijgt die felle wind opeens tegen. Die bidt: 'Laat hem toch alsjeblieft draaien, ik had hem net zo lekker in de rug'. Toen dacht de Heer: 'Ja, ik kan wel aan de gang blijven, ik verhoor geen gebeden meer'. Dat soort humor zit in die Chinese poëzie, en dat is erg Twents.'

Willem Wilmink: Hoffmanns Verhalen. Autobiografische mini-opera naar Offenbach. Door Vocaal Ensemble Exicon en solisten. Twentse Schouwburg, Enschede: 26 oktober (20 uur) en 27 oktober(14.30 uur).

Ik had als kind een huis en haard. Een bloemlezing uit het werk van Willem Wilmink ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag, gekozen en ingeleid door Jean Pierre Rawie. Bert Bakker, ¿ 25,-.

Dieren. De mooiste gedichten, verzameld en ingeleid door Willem Wilmink. Prometheus, ¿ 19,90.

De reis van St. Brandaan. Hertaald uit het Middelnederlands door Willem Wilmink. Prometheus, ¿ 49,90 (gebonden), ¿ 34,90.

Beatrijs. Hertaald uit het Middelnederlands door Willem Wilmink. Prometheus, ¿ 49,90 (gebonden), ¿ 29,90.

Verzamelde liedjes en gedichten tot 1986. Bert Bakker, ¿ 50,-.

Ernstig genoeg. Zijn liedjes en gedichten vanaf 1986. Bert Bakker, ¿ 55,-.

Meer over