De literatuur gemangeld

Paul Depondt

Over Rimbaud en over zijn 'kompaan in het delirium' Paul Verlaine zijn veel stoere, aandoenlijke en soms ook apocriefe verhalen geschreven. De kogel waarmee Verlaine in Brussel na een drinkpartij zijn vriend had verwond, zegt Robb, wordt 'waarschijnlijk een van de heiligste relikwieën van de moderne literatuur' als het bewijsstuk ooit nog eens uit een politiearchief te voorschijn komt.

Verlaine werd opgesloten en werd door dokters onderzocht. 'De penis is kort en niet erg dik', luidde de conclusie van hun onderzoek. 'Vooral de eikel is klein en spits toelopend, hij wordt steeds dunner naar het einde toe (. . .). De anus kan duidelijk verwijd worden door de billen licht te scheiden, tot een diepte van ongeveer een tweeënhalve centimeter. Die beweging onthult een verwijd infundibulum. (. . .) De conclusie die uit dit onderzoek getrokken moet worden is dat Paul Verlaine op zijn lichaam sporen draagt van regelmatige pederastie.'

Als er al iets symbolisch was aan 'het Brusselse incident', besluit Robb, 'dan was het deze forensische analyse van een dichter'. In Le sonnet du trou du cul (obscur et froncé), 'sonnet van het aarsgat (somber en gekreukt)', waarvoor Verlaine de kwatrijnen schreef en Rimbaud de terzinen, klonk het helemaal anders: 'Somber en gekreukt gelijk een paarse anjelier/ Ademt hij, verscholen in het mos, gedogen/ Vochtig nog van liefde die de glooiing volgt/ Van de blanke oevers naar de bilspleet hier.'

Rimbaud en Verlaine waren 'een van de grootste komische duo's van de literatuur'. Ze sneden met zakmessen in hun polsen, ze vochten met lange degens in opgerolde handdoeken. Zodra een kleine verminking was toegebracht, legden ze de messen weg en gingen naar de kroeg.

Verlaine was een wildeman die absint zoop. Hij dronk om te vergeten, maar ook om zich te herinneren, 'om zijn geluk te verdrinken in een waas waarin hij goed gedichten kon schrijven'. Soms ging hij vreselijk tekeer, ook tegen zijn moeder. Madame Verlaine bewaarde in haar slaapkamer haar twee doodgeboren kinderen, 'opgekruld in weckpotten'. Haar dronken zoon smeet op een dag de potten op de grond, 'zodat zijn angstwekkende broertjes over de grond glibberden'.

Het 'vuilbekkende genie' Rimbaud ('hij stonk naar genialiteit', zei de schilder Jean-Louis Forain) ejaculeerde in de melkflessen van een van zijn vrienden, sloeg in het café op tafel en vertelde 'dat Verlaine hem de hele nacht had geneukt' en dat hij daarom 'zijn stront niet meer kon binnenhouden'. Rimbaud schreef 's nachts en werd dronken tegen het ontbijt; hij had het talent om een permanente staat van chaos te handhaven.

Er zijn sinds zijn overlijden in 1891 veel boeken over Rimbaud geschreven, speurtochten naar het raadselachtige leven van de dichter, lofzangen op het genie en vaak ook aangedikte getuigenissen over de fratsen van de jonge Rimbaud: biografieën van schoonbroer Paterne Berrichon (hagiografisch), Enid Starkie (1938, achterhaald), Pierre Petitfils (zijn zuster Isabelle), Alain Borer (de biograaf als reïncarnatie van Rimbaud), Jean-Luc Steinmetz (een van de beste biografieën), Steve Murphy (de jonge rebel Rimbaud), Claude Jeancolas (de verhouding tussen Rimbaud en Verlaine) en Charles Nicholl (de Afrikaanse jaren).

In zijn in 2001 verschenen en tot nu lijvigste biografie (Robbs boek verscheen in 2000) ontrafelde Jean-Jacques Lefrère de 'hagiografische dictatuur' van de familie Rimbaud die de dichter van alle blaam wilde zuiveren. In Rimbaud - De biografie vertelt Robb weliswaar smeuïge details over die rock-'n-roll-traditie avant la lettre in het huishouden van Rimbaud en Verlaine en over het visitekaartje van Rimbaud op het hoofdkussen van de dichter Théodore de Banville 'in de vorm van een menselijke drol', toch is Robbs boek geen roddelverhaal. Het is vooral een nuchter en goed geschreven portret, een soort ontcijfering van een ongrijpbare en geniale taalvernieuwer. Robb houdt niet van 'de verzinselberg' à la Kurt Cobain; hij wil vooral 'Rimbaud de kans geven volwassen te worden'.

Tijdens zijn postume carrière werd Rimbaud symbolist en surrealist, beat poet, opstandig student, rocksongtekstschrijver, homopionier en geïnspireerd drugsgebruiker. In het nieuwe boek van Philippe Sollers, Illuminations - À travers les textes sacrés, is hij vooral 'de ziener', die met zijn 'mystieke ejaculaties' het denken ontregelt. Wie herinnert zich nog, schrijft Sollers, dat Rimbaud ooit een Vie de Jésus had willen schrijven?

Arthur Rimbaud had twee ambities: dichter worden en aan zijn moeder - de weduwe Rimbe - ontsnappen. Hij wilde weg uit Charleville waar hij in 1854 was geboren. Rimbaud was rebels. Om te kunnen schrijven, moet je ook rebelleren tegen de taal, vond hij. Je moet de protserige taal van de Parnassiens mangelen, die berijmde waarheden ontmaskeren van dichters 'die hadden geprobeerd het oude lijk van de Griekse dichtkunst nieuw leven in te blazen'. Rimbaud zou zich aan 'het grootse werk' zetten, zei hij aan zijn schoolvriend Ernest Delahaye, om 'alles te vernietigen en mijn hersens schoon te vegen'. Vernietigen was voor hem een nooddruft, 'slaan, kotsen en infecteren'.

Voor mij staat het vast 'dat ik altijd al tot de laagste soort heb behoord', schreef Rimbaud in Une Saison en enfer. 'Mijn soort kwam enkel in opstand om te roven.' Hij had zijn eigen naam op het oog: Rimbaud of rimbaldus heeft verschillende betekenissen: prostitué, wellusteling, vrijdenker of een soldaat die zich alleen voor de buit laat ronselen. Het is een aardige omschrijving voor iemand die 'het pad van de moedwillige vernielzucht' koos: Rimbaud van naam, rimbaud van aard.

In een onsamenhangende en obscene brief aan zijn leraar Georges Izambard - 'een van de heilige teksten van de moderne literatuur', schrijft Robb, 'van alle zinnen uit de Franse literatuur waarschijnlijk het vaakst verkeerd begrepen' - maakte Rimbaud de vergelijking je est un autre, 'ik is een ander'. Het leek wel een geheimzinnige formule: de kritische ik was een ander dan de creatieve ik.

In een andere brief, twee dagen later aan dichter en Izambards vriend Paul Demeny, een programmatisch geschrift dat bekend staat als Lettre du Voyant, 'Brief van de Ziener', had Rimbaud het over de dichter die 'ziener' moet worden 'door een langdurige, buitenmatige en beredeneerde ontregeling van alle zintuigen'. Dit was duidelijk, schreef Rimbaud, 'ik woon het ontluiken van mijn gedachte bij: ik kijk, ik luister ernaar: ik waag een streek op de snaren: het orkest begint zich te roeren in de diepte of springt het toneel op'. De dichter, resumeert Robb, 'is zowel het publiek als de dirigent van zijn eigen orkest'.

Met al zijn literaire en obscene schimpscheuten is die brief aan Demeny een fascinerend stuk literaire kritiek, waarin de dichter ten tonele verschijnt 'als een dokter Frankenstein van het woordenboek'. Rimbaud had 'een hele schietbaan van vaderfiguren' aangelegd; hij fulmineerde tegen leraren, priesters, bibliothecarissen, politici en God. In zijn 'catalogus van incompetente dichters' was Verlaine de enige 'ziener'. Hij was minder bedilzuchtig dan Izambard, die zich beledigd voelde, behulpzamer dan Demeny, die de brief van Rimbaud niet eens beantwoordde. In feite, concludeert Robb, is Une Saison en enfer een briljante demonstratie van het inzicht 'ik is een ander'. Het is, vijftig jaar voor Ulysses en The Waste Land, een van de eerste moderne literaire werken die aantonen dat taalexperimenten tegelijk zelfonderzoeken zijn.

Rimbaud hield na zijn Illuminations op met schrijven; hij werd een volkomen anonieme rekruut, maar deserteerde, en werd vervolgens in Aden en Harar handelaar 'in koffie en andere waren'. De vraag: 'Waarom hield hij ermee op?', zegt Robb halfweg zijn biografie, 'is al enkele keren gesteld, maar nooit beantwoord'. Wat is het mysterie van Rimbauds 'stilte'? Het is misschien nuttiger om eens wat minder nieuwsgierig te zijn, of de vraag anders te stellen. Niet: 'Waarom stopte hij met het schrijven van poëzie?', maar: 'Waarom bleef hij er telkens mee beginnen?' Het was wellicht een simpele toevalligheid. 'Rimbaud stopte met het schrijven van gedichten in ongeveer dezelfde periode waarin hij ophield met andere mensen samen te leven.'

Was Rimbaud, sinds hij geen verzen meer schreef en na zijn grote verdwijntruc, een andere Rimbaud - een Rimbaud nouveau, zoals Alain Jouffroy suggereert, de 'Dr Livingstone van de Franse literatuur' die een boek wilde schrijven over Abessinië? Sommigen wijzen op de syntactische rijkdom en op de surrealistische beelden die in de Afrikaanse correspondentie van Rimbaud voorkomen. Laten we toch vooral die brieven niet lezen, dringt Yves Bonnefoy in Rimbaud par lui-même aan. 'Laten we niet proberen te achterhalen of de dichter die ooit ''het vuur wilde stelen'' nu het een of juist het ander verkocht.' De zinnen in zijn brieven, zegt Robb, zijn net zo kort en repetitief als boekingen in een kasboek. 'Er zit geen greintje ''literatuur'' in. Als de poëzie dronkenschap was geweest, dan was dit het dieet van een ex-alcoholist.'

We moeten Rimbauds ondernemerszin, in de tweede helft van zijn leven, niet verdoezelen. Robb betreurt dat de meeste Franse schoolkinderen bekend zijn 'met de zwerftochten van de dronken boot', maar 'veel van Rimbauds pionierstochten zijn volledig onbekend'. Realistisch gezien is er geen enkele hoop dat er in Afrika nog een onbekend meesterwerk - het boek over Abessinië - van Rimbaud wordt gevonden, schrijft Robb aan het slot van zijn biografie, 'maar er is nog altijd een kleine kans dat de ontdekking van een stortingsbewijs van een bank plotseling licht werpt op enkele van de duistere gebieden in zijn leven'. Waarom heeft nog nooit iemand de biografie van zijn financiën goed uitgewerkt? Dát is wellicht dé sleutel.

Graham Robb: Rimbaud - De biografie.
Vertaald uit het Engels door Han van der Vegt, Kristine Steenbergh en Michael Eenhoorn.
Bert Bakker; 561 pagina's; euro 29,95.
ISBN 90 351 2342 5.
Philippe Sollers: Illuminations - À travers les textes sacrés.
Laffont, import Nilsson en Lamm; 194 pagina's; euro 15,-.
ISBN 2 221 09746 7.
Alain Jouffroy: Rimbaud nouveau - Essais sur l'Interlocuteur permanent.
Éditions du Rocher, import Nilsson en Lamm; 315 pagina's; euro 22,-.
ISBN 2 268 04413 0.

Meer over