De lezer hoopt en koopt

A Passion for Books is een boek over boeken, gemaakt door twee Amerikanen met een bibliotheek. Het bevat wijze lessen voor wie bibliofiel wil worden, ofschoon dat eigenlijk niet goed mogelijk is....

Kees Fens

BORGES HEEFT zich de hemel eens voorgesteld als een bibliotheek. Nadere gegevens ontbreken. Hij moet zich een complete bibliotheek hebben voorgesteld. Alle kennis is overgebracht naar de hemel, waarmee God, na het verdwijnen van de aarde, de wereld opnieuw kan scheppen. Wellicht dacht hij - het grootste verlangen van elke lezer - in die hemelse bibliotheek in één oogopslag alles tegelijk te kunnen lezen. Tijd bestaat immers niet meer. Hij zou alwetend worden.

Het kan ook zijn dat hij zich een godloze eenmanshemel heeft voorgesteld: Borges en boeken. De eeuwigheid om te lezen en volslagen nutteloze kennis (maar met welke schitterende structuren) op te doen. Eindelijk wordt de aarde begrepen. De bibliotheek zal wel, als het heelal, uitdijend moeten zijn, anders houd je in de eeuwigheid tijd over. Ik herinner mij een foto van Borges, staande onder de koepel van de Nationale Bibliotheek in Buenos Aires: de hemelkoepel, en hij heeft alles gelezen. Einde van de eeuwigheid, maar begin van die eeuwigheid hier op aarde.

De grote bibliotheek als het hiernamaals van de wereld of als het ene grote boek waarin alles staat beschreven, het is een mooie en ook wat opwindende gedachte - bij een bezoek aan grote bibliotheken is dat idee haast onvermijdelijk. Voor de schittering van het boekenbezit ben ik zeer gevoelig, maar de hang naar alwetendheid is toch altijd groter. Maar tegelijk is daar het gevoel van eigen onbeduidendheid: kijk binnen in je hoofd naar de zo mooi sluitende innerlijke bibliotheek; die is maar klein. Maar de lezer is geen realist; hij hoopt en hij koopt. Meer dan hij ooit kan lezen. Onlangs hield mij een heel groot lezer voor, dat hij met zijn huidige boekenbezit tot zijn 85ste (hij is nu op de helft) voldoende te lezen had. En toch koopt hij wekelijks bij. Ik denk dat alleen in de grote boekenkoper geloof, hoop en liefde samengaan.

Kent de bibliofiel nog matiging, de bibliomaan is mateloos. Hij bouwt zichzelf in. Hij moet een groot verlangen naar zelfverkleining hebben: elk boek vergroot zijn onbeduidendheid. Hij sterft als een worm, door zijn bezit is hij zichzelf kwijtgeraakt. Misschien is dat verzamelen wel de hoogste vorm van ascese. Ik heb hem en zijn soortgenoten - ook de kleineren onder hen - nooit begrepen. Misschien dat ik daarom nogal wat boeken over boeken heb gelezen, met hoop op inzicht, maar in die hoop altijd teleurgesteld. En toch.

Daar is, net verschenen, A Passion for Books. Het boek verscheen onder redactie van Harold Rabinowitz - 'woont met zijn gezin en zijn bibliotheek in Riverdale, New York' - en Rob Kaplan - 'woont met zijn gezin en meer dan vierduizend boeken in Cortlandt Manor, New York'. Het getal viel me een beetje tegen. De twee moeten beiden boeken over boeken hebben verzameld. Daar hebben ze een bloemlezing uit gemaakt, die alleen in een verblinding door passie mogelijk is. Er staat niets nieuws in.

Allemaal weer hetzelfde, alleen is het land van handeling Amerika en zijn de hoofdfiguren - de schrijvers van de stukken en de door hen geportretteerden - bijna allemaal Amerikanen. Met het gevolg dat alles wat vergroot aandoet. Het beste, want levendigste stuk, het stuk ook met de mooiste citaten is van Holbrook Jackson. Het is een fragment uit diens Anatomy of Bibliomania, dat in latere drukken de minder fraaie titel The Book about Books kreeg. In dat boek staat eigenlijk alles. Het is een van de volste boeken die ik ken; je kunt het altijd blijven lezen, want door de dichtheid vergeet je weer veel. Ik vind het een beetje schaamteloos uit een bijna absoluut boek een fragment over te menen in een vrij willekeurige collectie stukken, stukjes en uitspraken over boeken en boekenliefhebbers. En met stukken vol adviezen en lessen voor wie bibliofiel wil worden, alsof dat mogelijk is. Alle boeken over boeken - en ook dit boek - wijzen uit dat de echte liefhebber bijna als zodanig geboren wordt. De eerste aankoop - het bewijs dat het vuur er al is - wordt al vroeg gedaan. Je kunt geen verzamelaar worden, je bent het.

De boekenliefhebbers vinden elkaar, hoe verschillend hun passie zich ook uit. Wat ze gemeen lijken te hebben is, paradoxaal, hun individualisme. Verzamelen is een isolerende bezigheid. Stiekem zijn ze natuurlijk elkaars concurrenten. Vandaar dat ze hard lachen om elkaars verhalen over andere verzamelaars.

Elk verhaal van en over biblofielen en bibliomanen - zo ook bijna alle stukken in dit boek - suggereert dat er voor deze liefhebbers niets anders bestaat dan boeken en hun bibliotheek. Ze doen uitspraken waaraan ze zich nooit zullen houden, vrees ik. Zelfs Erasmus, de laatste om van overdrijving verdacht te worden, zegt iets te veel met zijn uitspraak: 'Als ik een beetje geld heb, koop ik boeken. En als er nog wat over is, koop ik voedsel en kleding.' Zijn uiterlijk moge het te vermoeden hebben gegeven, maar ik geloof er niets van. Alle grote lezers zijn absolutisten; ze overdrijven dus. Wie de aankoop van een zeldzaam boek de gelukkigste dag van zijn leven noemt, verdient een miskoop.

Er staan in het boek heel wat fragmenten over die gelukkigste aankoop, die weer door anderen gelukkigste aankopen wordt gevolgd. Ik vind dat het enige humoristische aan het boek.

Het verschrikkelijkste onderdeel van het boek wordt gevormd door ontelbare lijstjes van de beste Amerikaanse, de beste Engelse, de beste mondiale boeken, de boeken die iedereen moet lezen. Alsof al die boekenliefebbers - toch de enige verkeerde kopers van dit boek - dat allemaal al lang niet weten, al heeft het geen zin het te weten.

Eén ding heb ik uit dit boek weer opnieuw geleerd: alle vergelijkingen van de wereld rond het boek met andere levenszaken doen niet alleen overdreven, maar ook wat vals en goedkop aan. Zelfs een groot literair criticus - eens van The New York Times - als Anatole Broyard bezwijkt ervoor als hij schrijft: 'Bij het uitlenen van boeken heb ik hetzelfde gevoel als de meeste vaders hebben over hun dochters die samenwonen.' Een mij verder onbekende William Targ schrijft in een stuk, 'The Collector', over zijn aankoop van de eerste druk van Keats Endymion: 'Het boek gaf mij een geluksgevoel dat, veronderstel ik, te vergelijken is met het gevoel dat een sultan heeft als hij een grote schoonheid aan zijn harem toevoegt.' Bibliofielen mogen denken, zij mogen geen bijgedachten hebben.

Het aardigste is teksten van Petrarca en Montaigine in deze bloemlezing te lezen. Er blijkt in eeuwen eigenlijk niets veranderd. Zij hebben beknopt al alles gezegd. Er is geen nieuws uit de bibliotheek.

Meer over