De langzaamste regisseur ter wereld

De komende weken zijn er drie producties van Bob Wilson te zien in Nederland, waaronder 'Time Rocker', een science-fiction voorstelling die hij samen met Lou Reed maakte....

'HET IS BETER om niet hier binnen op mister Wilson te blijven wachten', zegt de assistent. De journaliste is hem toevallig tegengekomen in het labyrint van verveloze gangen achterin het oude theater van het Berliner Ensemble in Berlijn. Daar dwaalde ze rond, weggewoven door onverschillige bureaumedewerkers die niets wisten van een afspraak met Bob Wilson. Opgelucht is de journaliste de assistent gevolgd naar het tijdelijke kantoor naast de repetitieruimte van het Berliner Ensemble.

Het interview, daar weet de assistent vanaf. Maar hoe laat precies, dat is nog de vraag. Of de journaliste buiten wil wachten. 'Mr. Wilson kan ieder moment binnenkomen en dan is hij helemaal gestresst en zo', verklaart de jongeman kort, en pakt de telefoon. Hij komt haar wel halen als het zover is, niet te ver weggaan dus. 'I hope you don't mind hanging around for a few hours.'

In de wereld van Bob Wilson is tijd een relatief begrip. Zeven dagen lang duurde de voorstelling die hij in 1972 maakte op zeven heuvels in de Iraanse stad Shiraz. Vijf uur zonder pauze duurde Einstein on the Beach (1976), de moderne opera op muziek van Philip Glass waarmee Wilson geschiedenis schreef. Zijn megaproductie the CIVIL warS, in losse onderdelen geproduceerd in Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan en Nederland, is nooit in z'n totaliteit te zien geweest - maar als de organisatie van de Olympische Spelen in Los Angeles (1984) het project niet om budgettaire redenen had afgelast, zou de uiteindelijke voorstelling meer dan twaalf uur in beslag hebben genomen. 'Hanging around for a few hours', dat vraagt Wilson bij iedere theatervoorstelling van zijn publiek.

Ook als zijn producties geen uren duren wordt het tijdsgevoel van de toeschouwers op de proef gesteld. Nooit hebben Wilsons voorstellingen een meeslepend plot. De gebeurtenissen zijn geabstraheerd tot mysterieuze beelden en rituele handelingen, die elkaar in een traag tempo opvolgen. In een toneelstuk als La Maladie de la Mort van Marguerite Duras - in het komende Holland Festival in Nederland te zien - wordt de originele tekst grotendeels gevolgd, maar het verhaal is bevroren in ijzingwekkend mooie plaatjes. Dialogen worden bij Wilson uit elkaar gerukt door gapende pauzes; de betekenis van de tekst wordt overvleugeld door vreemde geluiden, bewegingen van acteurs of decorstukken. Of door een spectaculaire lichtverandering die in stilte plaatsvindt.

Haast op het podium is bij Wilson een doodzonde. 'Ik ben de langzaamste regisseur die er bestaat', zei de meester ooit over zichzelf. 'Slow down' is zijn meestgehoorde regie-aanwijzing. Iedere handbeweging, iedere voetstap en ieder woord krijgen bij Wilson de ruimte en vooral de tijd. Die rust gaat op den duur hallucinerend werken. Als ze niet verveeld op hun horloges kijken en op de juiste manier betoverd raken door de wereld die Wilson creëert, verliezen de toeschouwers ieder besef van tijd. 'In mijn theater heerst de tijd van de innerlijke reflectie', zegt Wilson.

Innerlijke reflectie. Voor de journaliste die uren moet doorbrengen op het Berthold Brecht-pleintje naast het theater zit er niet veel anders op. Automatisch komen beelden terug uit Wilsons voorstellingen en uit de videotapes die ze zag. Aantrekkelijke en toch ongrijpbare beelden, die troost en verrukking boden. In haar herinnering doemen de voorstellingen op als onbekende landschappen waarin ze ooit heeft rondgewandeld, ieder detail bewust in zich opnemend, zoals je doet wanneer je op vakantie bent. Altijd die wijdse horizon en dat zinderende licht, de zorgvuldig geplaatste figuurtjes die zich scherp aftekenen tegen de achtergrond.

Op het Berthold Brecht-pleintje loopt ineens de meester zelf voorbij, op weg naar het café om de hoek. Een lange man, altijd gekleed in hooggesloten zwart, de grijzende haren in een keurige scheiding. Hij ziet er nog precies zo uit als de gladgeschoren Amerikaanse zakenman die hij was in de wonderlijke videotape Video 50 uit 1978, zwaaiend met een attachékoffertje en gevaarlijk balancerend boven een waterval.

Even later zit diezelfde man naast de journaliste, in een diepe leunstoel in zijn tijdelijke kantoor. Op plagerige toon kibbelt hij met zijn engelachtige assistent. Die heeft zijn zinnen gezet op een draadloze telefoon, en Wilson háát die dingen.

Vreemd voor een man die zo vertrouwd is met de technische kant van het theater en die met de nieuwste media werkt. Zo is in het Amsterdamse Muziektheater - ter gelegenheid van de komst van Wilsons muziekspektakel Time Rocker - nu de cd-rom Visionary of Theater te zien die hij onlangs maakte. Het is een prachtig vormgegeven cd-rom met inzichtelijk historisch materiaal over een aantal belangrijke voorstellingen, waarbij foto's, filmpjes en schetsen ingenieus samenkomen.

Eindelijk, de eerste vraag. 'Heeft u meer plannen met deze nieuwe media?'

Wilson: 'Samen met Philip Glass ben ik bezig aan een driedimensionale film die over een jaar klaar is: Monsters of Grace. Het is eigenlijk een opera, gemaakt met computergraphics. Ik maak schetsen, en die tekeningen worden dan driedimensionaal in de computer gezet. In de toekomst ga ik meer werk speciaal voor dit medium creëren. Het opent een spectrum aan nieuwe mogelijkheden, en het bereikt bovendien een ander, breder publiek.'

Uw video-werk is niet zo bekend in Nederland. Daar komt verandering in, want er komt een speciale video-avond in het Holland Festival...

'Echt? Met alleen maar mijn werk? Geweldig, dat wist ik niet. Wanneer is dat?'

'Eind juni geloof ik.'

'Hé, dan ben ik ook in Nederland, kan dat kloppen?'

'Ja, u speelt dan in het Holland Festival uw Hamlet-monoloog, en u geeft ook een lezing.

'Een lezing? Werkelijk?'

Wilson slaakt een diepe zucht, laat zijn hoofd achterover leunen en sluit vermoeid zijn ogen. Vanaf het moment dat het interview begon, lijkt alle energie uit de regisseur te zijn gevloeid. Struikelend over haar woorden - 'Slow down' - gaat de journaliste verder, over de relatie tussen Wilsons theater en zijn video's. Of hij bij die tapes ook met schetsen begint zoals bij zijn voorstellingen?

Na een korte pauze antwoordt Wilson. Langzaam pratend, als in een trance, gaat hij in op zijn eerste video, de fragmentarische Video 50. Nog altijd met zijn ogen dicht treedt hij in steeds minutieuzere details, alsof hij niet meer in staat is om uit te zoomen.

'Video 50 bestaat uit honderd beelden die allemaal dertig seconden duren. Er is geen vaste volgorde. Je kunt ze op iedere mogelijke manier combineren. Ik wilde iets maken voor in een vliegtuig, voor mensen die in slaap vallen en weer wakker worden. Of voor op straat, voor mensen die wachten op de bus. Je moest er vijf of tien minuten van kunnen bekijken, of een halve minuut, zonder dat je iets zou missen.'

Ook de volgende video die hij beschrijft, bestaat uit beelden die onderling verwisselbaar zijn. Je zou de twee video's door elkaar kunnen monteren, zegt Wilson, als een soort patchwork. Hij werkt nu aan een plan waarin hij uit al zijn video's put. 'De titel van het project is Nightmares, en het duurt de hele nacht. In plaats van te slapen kun je op tv Nightmares bekijken. Het is een nieuw werk, maar gemaakt van oud materiaal. Ik denk erover het maar één keer uit te laten zenden. En misschien internationaal, over de hele wereld. Als een soort viering aan het eind van dit millennium.'

Wilson mag een man zijn van details - hij kan rustig drie uur nemen voor het uitlichten van een hand -, sinds het (financiële) debacle van the CIVIL warS is hij het grootschalige denken niet verleerd. De afgelopen jaren maakte hij drie zogenaamde art musicals die de wereld rond hebben gereisd. Twee met popzanger Tom Waits, zoals The Black Raider uit 1990, de bejubelde griezelmusical waarmee Wilson in het Amsterdamse Muziektheater een ware run op de kassa's ontketende. Met Lou Reed samen maakte Wilson Time Rocker, de science-fictionvoorstelling die volgende week in Nederland te zien is. Dit is de derde art musical, en Wilson koestert grootse plannen om deze drie voorstellingen in een ingrijpende remix samen te brengen.

Regelmatig bewerkt u oude voorstellingen tot nieuwe versies. Zijn uw voorstellingen ooit klaar?

'Dat weet je nooit. Ik had in 1989 hier in Berlijn Virginia Woolfs Orlando gemaakt met Jutta Lampe in de hoofdrol. Ik dacht dat het af was. Toen maakte ik een Franse versie met Isabelle Huppert in Parijs en ik veranderde de voorstelling. Dit is veel beter, dacht ik, zo moet het wel ongeveer zijn. Toen deed ik het in Amerika en ik veranderde de voorstelling opnieuw. Ik kan dat doen, want ik heb het gemaakt. Bovendien zijn deze stukken voor her-ordening gemáákt...'

Intussen heeft Wilson zijn ogen geopend, maar ze vallen steeds weer dicht, alsof hij anders niet kan denken. Dit is de man van de theatrale non-communicatie, denkt de journaliste moederlijk. Die zijn acteurs nooit tegen elkaar laat praten, maar laat verzinken in een eigen wereld. De man van de kille, aangrijpende familietaferelen, met een bewegingloze moeder aan de afwas, een vader achter een krant en een dromerig jongetje die dit gezin de ene ramp na de ander laat overkomen (Stations, 1982). Nee, een spraakgebrek heeft Wilson nooit gehad, dat is maar een gerucht. Maar hij heeft wel een verschrikkelijke hekel aan praten. 'Bob maakt voor zichzelf een pad waarover hij door de woorden kan lopen zonder al te veel beschadigd te worden', zegt Tom Waits over hem.

De journaliste is midden in de formulering van haar volgende vraag, als Wilson op zijn horloge kijkt en haar onderbreekt. 'Ik heb nog vier minuten. Dan heb ik een andere afspraak.' Verschrikt kijkt de journaliste naar haar blaadjes vol vragen, aangevuld en aangescherpt tijdens het wachten op het pleintje. Weg zijn ineens de moederlijke gevoelens. Dit is Wilson, de megalomaan. De langzaamste regisseur ter wereld, die op repetities uren te laat komt, of eindeloos in zichzelf verzinkt terwijl zijn onderdanen muisstil wachten. En die een journaliste vier uur laat wachten om haar een klein kwartiertje van zijn tijd te schenken. Zelf leeft de meester helemaal op nu het einde van het interview in zicht is.

De Hamlet die u in Nederland komt spelen...

'Het is een uitdaging om Hamlet te doen. Men zegt dat ik niks geef om tekst, dat ik visueel theater maak. Het is inderdaad visueel theater, maar ik ben wél geïnteresseerd in tekst. Ik wilde mezelf uitdagen door iets te gaan spelen met heel veel tekst.'

Gaat u meer met Shakespeare doen?

'O, nee, ik niet. Ik haat het om te acteren. Veel te veel werk, en het is niet leuk om te doen. Ik ben geen getraind acteur, ik heb helemaal geen techniek. En het is zo moeilijk om jezelf te beoordelen als je ergens middenin staat, ik moet steeds aan anderen vragen hoe het overkomt. Het is veel leuker om zo'n voorstelling te bedenken, te maken.'

'Toch gaat u de voorstelling nog heel lang spelen.'

Wilson lacht voor het eerst: 'Tot in het jaar 2000.'

Is uw agenda nog altijd gepland tot ver in de volgende eeuw?

'Er staan al een paar projecten in het seizoen 2002-2003.'

Droomt u nooit over een eigen theater, zodat u niet alsmaar hoeft rond te reizen?

'Ik heb dertig jaar in hotels geleefd. Nu zou ik meer in New York willen zijn. Daar heb ik sinds een paar jaar een eigen werkruimte in een oude fabriek op Long Island, het Watermill Center. Het is geen theatergezelschap, en ook geen school, maar wel een plek waar jonge mensen worden aangemoedigd. Er werken zo'n tachtig studenten uit de hele wereld.

'Zij helpen mij met het ontwikkelen van nieuwe ideeën. Ik ontwerp stadsvernieuwingsplannen, een nieuw museum voor Jeruzalem, een tuin die naast de Parijse bibliotheek komt, en al deze projecten beginnen in deze denk-tank. In het Watermill Center hebben geïnteresseerden mij en Philip Glass kunnen volgen bij het werken aan Monsters of Grace.'

De assistent geeft Wilson een teken. De meester knikt, hij komt eraan. Of de journaliste nog iets wil vragen. Tja, over La Maladie de la Mort dan maar, de derde Wilson-productie die binnenkort in Nederland te zien is. Een voorstelling met twee acteurs: Lucinda Childs, de danseres en choreografe die al bij Einstein on the Beach op Wilsons toneel stond, en Michel Piccoli.

Was het uw eigen idee om Piccoli te vragen?

'Ja. Ik zocht een partner voor Lucinda Childs, deze beeldschone, koele vrouw, die als een tegenkracht zou kunnen fungeren. Eerst vond ik het een onmogelijke combinatie, maar hoe meer ik erover nadacht, hoe beter het me beviel. Hij doet het geweldig. Hij is als een kind zo nieuwsgierig, staat open voor nieuwe dingen en is niet bang om risico's te nemen. Ik heb een paar keer eerder met filmacteurs gewerkt, ze voelen zich goed thuis bij een regisseur die sterk in beelden denkt.'

De assistent loopt de deur uit. Wilson staat op.

'Dank u wel voor dit gesprek.'

'It was so nice to see you.'

Hamlet, a Monologue. Muziektheater Amsterdam, 28, 29 en 30 juni.

Time Rocker. Muziektheater Amsterdam, 14, 16 en 17 mei.

La Maladie de la Mort. Cultureel Centrum Amstelveen, 6, 7, 8 en 10 juni.

Meer over