ColumnAnna van Leeuwen

De kunstmarkt is gek geworden

null Beeld

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

Kennelijk miste ik ze: kunstpanelgesprekken. Ik had ze altijd maar voor lief genomen; deze panels bevonden zich in donkere zaaltjes op kunstbeurzen en bij grote internationale tentoonstellingen. Alleen als mijn ogen of mijn benen heel moe werden, nam ik soms even plaats.

Dankzij de wonderbaarlijke klets-app Clubhouse zat ik de afgelopen dagen ineens toch naar allerlei kunstpanelgesprekken te luisteren. (Kunst)honger maakt rauwe bonen zoet, zoiets moet het zijn. Ik kwam er al snel achter dat bijvoorbeeld directeuren van kunstbeurzen op Clubhouse graag samenklonteren. Dan buigen ze zich uitgebreid over hoe het verder moet met de kunstmarkt en de kunstbeurzen in deze crisistijd. Het zijn spannende onderwerpen en we hebben tijd zat om erover na te denken.

Toen ik onlangs inhaakte bij een Duitstalig gesprek, was bijvoorbeeld de directeur van Art Brussels met de directeur van Art Cologne aan het fantaseren over de toekomst van kunstbeurzen. Als ik niet had geweten wie er aan het woord waren, hadden het ook zomaar maatschappelijk werkers kunnen zijn, zo idealistisch was de toon. Jonge mensen moesten aan de hand worden genomen om de kunstbeurzen te bezoeken, zo klonk het. De Belgische directeur Anne Vierstraete zocht vergeefs naar het Duitse woord voor ‘drempelvrees’ (ik zocht het later op: Schwellenangst). Die drempels moesten in ieder geval verlaagd, was de consensus, want de kunstmarkt moest inclusiever worden.

Zelfs over prijstransparantie (prijskaartjes dus) werd voorzichtig gesproken. Het is een lastig onderwerp binnen de handel in hedendaagse kunst, waar prijzen meestal in nevelen zijn gehuld. Onlinehandel stimuleert transparantie, hoopten de sprekers. Dat hoop ik ook. Ik kwam opgewekt uit het gesprek, dat mogelijk nog uren zou doorgaan. Zou de kunstmarkt eerlijker worden?

Mijn optimisme was van korte duur, want even later las ik een nieuwtje: veilinghuis Christie’s heeft een primeur en verkoopt binnenkort ‘een NFT-kunstwerk waarop kan worden geboden met ETH’. Mijn eerste gedachte over al deze afkortingen was: WTF?

Toen ik me verder inlas, vervloog mijn hoop voor de kunstmarkt. Kunstverzamelaars hebben namelijk iets nieuws bedacht: ze kopen digitale kunst met cryptovaluta. Dat digitale kunstwerk heet dan een NFT, een ‘non-fungible token’, een ‘niet-inwisselbaar bewijs’ dat middels een blockchaintransactie bij de gelukkige koper terechtkomt. Een NFT hoeft geen kunst te zijn, maar kan ook een tweet of een plaatje zijn, lees ik in The New York Times. Die andere afkorting ETH staat voor de cryptomunt ether, regelmatig ‘de nieuwe bitcoin’ genoemd. Bent u er nog?

Ik dacht terug aan iets wat ik in ander Clubhouse-gesprek hoorde: fysieke kunstbeurzen zijn voor sommige kunstverzamelaars als een spelletje, een parcours waar je hebberig van wordt. Ineens zag ik pacman voor me: hap, hap, happend door de gangpaden van de kunstbeurs.

Blijft beeldende kunst dus toch een speeltje voor de superrijken? De ontwikkelingen online zijn in ieder geval onthutsend. Vorige week werden al honderden ETH’s (honderdduizenden euro’s) afgehamerd voor een NFT, een ‘iconisch gifje’ van een vliegende kat met een regenboogspoor. De kunstmarkt is dus voorlopig niet eerlijker geworden, de kunstmarkt is gek geworden. Het wordt écht hoog tijd dat we gewoon weer kunst mogen kijken (en kopen).

Meer over