oog voor detail

De kunst van Neo Rauch laat een heel nieuwe beeldtaal zien

Detail uit De leerling, Neo Rauch, 2015, olieverf op doek, 300 x 250 cm. Beeld Museum De Fundatie Zwolle. (langdurig bruikleen van ArtHaus)
Detail uit De leerling, Neo Rauch, 2015, olieverf op doek, 300 x 250 cm.Beeld Museum De Fundatie Zwolle. (langdurig bruikleen van ArtHaus)

Veel van wat wij doen, voelen en vrezen, hebben kunstenaars al eeuwen gezien. Wieteke van Zeil verbindt kunstdetails aan onze actualiteit. Deze week: voetbol.

Alles verwijst altijd naar iets anders. Dat is een van de eerste dingen die veel leerlingen horen bij kunst- of literatuurles op school. De fantasiewezens in Harry Potter zijn geknipt en geplakt uit de Griekse mythologie. Star Wars is een bijbels verlossingsverhaal, De tovenaar van Os een moderne Odyssee, en er is een hele Wikipediapagina waar je de goden uit verschillende mythologieën – zoals de Griekse, Mesopotamische, Polynesische en de Noorse – kunt vinden waarop de helden in de Marvelfilms gebaseerd zijn; van Thor tot Amatsu-Mikaboshi en Hercules.

Alles is al eens gemaakt, in een andere vorm, en elk kunstwerk is een startschot voor vele associaties. Zo ontstaat er een web van vertelvormen en details in ons hoofd. Op dat web is ook deze reeks gebaseerd. Want het ene detail doet me denken aan een ander detail – uit het nieuws, uit de oude kunst, uit een film of een andere cultuur. Zo gaat het elke week. Behalve nu. Wat moet je met een detail dat zó los in het universum drijft als dit? Een gloeiende bol, een soort knalroze pompon, aan voeten van een gifgroen figuur. Die, ja wat doet-ie eigenlijk? Een zacht en vrolijk detail aan de benen van een man zo stevig als een atleet, met een soort roeispaan in de hand. Het is alsof er ineens een nieuwe ster aan de hemel staat, die zo afwijkt dat het even duurt voor je er betekenis aan kunt geven. Een detail dat niet voor de instantbevrediging gaat.

null Beeld De Fundatie
Beeld De Fundatie

Neo Rauch, De leerling, 2015, olieverf op doek, 300 x 250 cm, Museum de Fundatie Zwolle (langdurig bruikleen van ArtHaus)

Kunst is menselijkheid verpakt in nieuwe jasjes. Goede kunstenaars laten in hun eigen stijl dingen zien die al we al eeuwen voelen en beleven. Iets wat we ten diepste herkennen, maar nog nooit op die manier verbeeld zagen. Rubens kan dat. Marlene Dumas kan dat. Het is niet tijd- of statusafhankelijk – een maand geleden zagen we hier een detail van de jonge Amsterdamse kunstenaar Tja Ling Hu dat ook een door velen diepgevoeld verlangen (naar een ver moederland) verbeeldde, op een nieuwe manier.

Maar er is een categorie kunst die niet een nieuwe stijl, maar een heel nieuwe beeldtaal laat zien. Geen aanknopingspunten, geen verwijzingen naar oude meesters of mythen. Dat is een stuk lastiger kijken. Neo Rauch is zo’n kunstenaar. Zijn gloeiende roze pompons zijn een toevoeging aan de kunst zoals een droom een toevoeging is aan je eigen herinneringenwereld. Alles lijkt door elkaar gehusseld, niets lijkt logisch. Toch kun je er vertrouwd mee raken.

Rauch groeide op in Oost-Duitsland, vrij geïsoleerd van de westerse wereld en kunst. In dat vacuüm kwam hij tot een eigen visueel vocabulaire. Een vertaling van zijn binnenwereld, die je alleen in sfeer zou kunnen beschrijven; vervreemdend, maar niet desolaat. Droomachtig, komisch, ver weg maar niet unheimisch. Op YouTube staat een mooi filmpje waarin je ziet hoe hij dit werk maakt, zonder uitleg of commentaar.

Het is de categorie waaruit ook de fantasiewezens van Jeroen Bosch voortkomen. We zijn er vertrouwd mee, als we iets vreemds zien doet het gauw ‘aan Bosch denken’. Maar toen Bosch het maakte, was het totaal onwerelds. Lopende eierschalen, aardbeien met stekelstaarten, harnashelmen met snavel en benen, en nog veel meer dat nauwelijks te omschrijven is. Het wérd Boschiaans. Zoals dit Rauchiaans is. Een cadeau voor ons referentiekader. En het kan in ieders hoofd groeien in betekenis.

Volg Wieteke van Zeil op ­Instagram: @artpophistory

Meer over