De koning is dood !

Op de vlucht voor het gepeupel

Sommer Martin

Lucy De La Tour du Pin was aan de vooravond van de Franse Revolutie een van de duizenden hofdames die het paleis van koning Louis XVI in Versailles bevolkten.

Ze was een van de velen die zich na de Revolutie achter de kaptafel zetten om een roerig leven aan het papier toe te vertrouwen. Maar ze was vast de enige die op haar vijftigste de pen ter hand nam, in 1820, en twintig jaar later nog altijd niet klaar was - niet omdat ze zo langzaam schreef, maar omdat er zoveel te vertellen was, over het leven aan het hof, de gruwelen van de Revolutie, over haar onderduik en omzwervingen, haar overtocht naar Amerika en korte carrière als Frans-Amerikaanse boerin, haar terugkeer en tot slot de verarmde oude dag toen het adellijk huis verkocht moest worden en ze geen centime meer had om een zondagse draagstoel naar de kerk te huren.

Een droombron. Cultureel antrolopologe Caroline Hanken, auteur van het gelauwerde proefschrift Gekust door de koning (1996) over de maîtresses aan het Franse hof, liep bij toeval tegen een uitgave van de memoires aan en zette zich aan een geschiedenis van de Franse Revolutie, gezien door de ogen van een adellijke hofdame. Hanken wisselt fragmenten uit de herinneringen - naverteld, geparafraseerd en gewogen - af met stukjes uitleg en historische achtergrond, steeds gekozen met een buitengewoon gelukkige hand voor de mooie anekdote.

Negentien is Lucy als de Revolutie begint. In Versailles doen de koning en zijn Marie-Antoinette dan nog hun grand couvert, het koninklijk diner waarbij de voltallige hofhouding mag toekijken. De koning laat het zich goed smaken, zijn vrouw kan geen hap door de keel krijgen, als Oostenrijkse niet gewend aan zoveel pottenkijkers.

Daar laat Hanken zich meteen als antropologe kennen, met een verwijzing naar de oervader van de antropologie, James Frazer, en zijn primitieve 'slachtoffer-koning'. Nooit is de koning alleen, zijn macht is louter persoonlijk en moet daarom letterlijk en lijfelijk tastbaar zijn, elk moment van de dag geherdefinieerd aan de hand van de fysieke afstand tot zijn adellijke omgeving, tot in de slaapkamer aan toe. Het enige moment dat Louis XVI voor zichzelf heeft, is als hij nu en dan op het dak van zijn paleis klimt en daar onbespied tussen de schoorstenen kan wandelen.

De Revolutie begint voor Lucy als ze op bezoek gaat bij een naburig kasteel waar iedereen spoorslags blijkt vertrokken en waar ze hoort van de bestorming van de Bastille. De hoofden van de minister van Oorlog en de Bastille-directeur worden op lansen rondgesjouwd, en de paniek slaat om zich heen. Tienduizenden adellijke Fransen verlaten het land, de twee broers van de koning beginnen een plaatsvervangend hof in Koblenz. Lucy beschrijft hoe het volk in oktober 1789 vanuit Parijs oprukt naar Versailles. Het grote hek dat sinds de bouw onder de Zonnekoning nog nooit dicht is geweest, wordt met veel gekraak en gepiep gesloten. Tevergeefs, het gepeupel dringt het paleis binnen.

De tante van Lucy is intussen naar Zwitserland gevlucht en nadat Lucy een kind heeft gekregen, vat ze het plan op om bij tante uit te rusten. In het Oost-Franse Dôle wordt de koets tegengehouden door opgewonden citoyens en gardisten, er wordt tegen de portieren gebonkt en 'à la lanterne' geroepen - aristocraten moeten hangen. Het loopt goed af, het gezelschapje mag verder, anders dan de koning, wiens soortgelijke vluchtpoging vlak bij de Noord-Franse grens vastloopt in het dorpje Varennes. Over die omineuze vlucht schreef Mona Ozouf, de Franse grande dame van de geschiedschrijving van de Franse Revolutie, Varennes, la mort de la royauté. Ozoufs verhaal maakt deel uit van de Gallimard-serie Les journées qui ont fait la France, scharniermomenten waar de eenheid van plaats, tijd en handeling geschiedenis maakt. Een mooie Franse gedachte, vergelijkbaar met de lieux de mémoire waarin de geschiedenis tastbaar werd gemaakt. Wellicht worden ook 'de historische dagen' binnen niet al te lange tij

d door een wakkere Nederlandse uitgever opgepikt.

Mona Ozouf wijst erop dat de vlucht van de koning tot nu toe nauwelijks als een belangrijk moment in de Revolutie werd beschouwd. Er vielen geen doden, er gebeurde niets spectaculairs, de koning probeerde er 's nachts tussenuit te knijpen, dat mislukte, en vervolgens keerde hij een paar dagen later onder begeleiding weer terug. Toch markeerde het retourtje tussen de Tuilerieën en Varennes de rituele overgang tussen het oude sacrale koningschap - ook Hanken wijst erop dat de koning door zijn aanraking ziektes kon genezen - en de koningsmoord in 1793. Door zijn vlucht was het goddelijk recht als het ware vervallen, Louis, vermomd in vieze lakeienkleren, was mens geworden. De revolutionaire burgemeester van Parijs, die op de terugweg naast hem in de koets zat, viel het al op dat hij zo 'gewoon' was. Na zijn terugkeer zwoer Louis XVI trouw aan de Grondwet, het begin van het einde.

Zo werd 'Varennes' een onopgemerkte troop, rituele vertelling, die zelfs een Nederlandse variant kent met Wilhelmina van Pruisen die door de patriotten werd tegengehouden bij Goejanverwellesluis. En met een beetje goede wil en voorstellingsvermogen past zelfs de vlucht (nu per helikopter) van generaal De Gaulle in mei 1968 in dit patroon - ook met hem was het na zijn terugkeer gauw afgelopen.

Lucy De La Tour du Pin duikt na haar terugkeer uit Zwitserland onder, eerst op haar landgoed, dan in Bordeaux, waar ze van achter de gesloten luiken elke dag het getrommel hoort als er weer een kandidaat voor de guillotine wordt aangedragen. Begin 1794 vlucht ze met haar man en twee kinderen naar Amerika, waar ze een boerderijtje kopen, en ze haar adellijke nagels breekt bij het spitten, melken en karnen. Twee jaar later lijkt de revolutionaire storm bedaard en varen ze terug - hun huis blijkt totaal leeggehaald. In 1800 slaat ze nog een aanbod af om hofdame bij Napoleons vrouw Joséphine te worden, haar man wordt prefect in Amiens, waar ze eerst Napoleons leger naar Moskou voorbij ziet trekken en twee jaar later de kozakken de andere kant op. Ze stierf in 1853, op 83-jarige leeftijd.

Een tjokvol leven, grondstof voor een heerlijk boek met maar één minnetje. Hanken kon op de laatste bladzijde de verleiding niet weerstaan om te mijmeren over wat Lucy zou hebben gedacht van de aanslagen op de Twin Towers. 'De bestorming van... een aanval op... de arrogantie van de macht.' Wat ze daar bedoelt, is een raadsel, maar het is haar graag vergeven.

Meer over