De koning en de dictator

DE BRITSE koning Karel I (1600-1649) en de dictator Oliver Cromwell (1599-1658) vroegen zich niet af wat hun tijdgenoten of het nageslacht van hen zouden vinden....

Wat bezielde deze twee mannen? Derek Wilson, romanschrijver, historicus en maker van radio- en tv-programma's in Engeland, zoekt een antwoord op die vraag in The King and the Gentleman. Hij doet dat zonder grote theorieën en abstracties.

Dubbelbiografieën van opponenten lijken enigszins in de mode te raken, althans in de Britse geschiedschrijving. Eerder verschenen dubbelportretten van Napoleon en Welllington en van Richard Leeuwenhart en Saladin. Karel I en Cromwell liggen nog meer voor de hand, omdat zij soortgelijke religieuze worstelingen hebben ondergaan.

Wilson besteedt veel aandacht aan hun opvoeding en geestelijke ontwikkeling en zijn boek heeft daardoor onvermijdelijk een nogal religieus-historisch karakter gekregen. Wellicht wat te breedvoerig, maar zonder in moeizaam getheologiseer te vervallen. Overeenkomsten met Nederlandse godsdiensttwisten van die tijd (Arminianen en Gomaristen) zijn rijkelijk aanwezig. De auteur slaagt erin - geen geringe prestatie - de lezer nader te brengen tot mensen voor wie de juiste levenbeschouwing en een zuiver geweten aanzienlijk belangrijker waren dan nu het geval is.

Overal in Europa woedden bloedige godsdienstoorlogen, maar in Engeland kwam het koningschap zelf op het spel te staan. Overigens vooral door de tactloosheid van de Stuart-koning, die veel te lang aan de illusie van eigen halfgoddelijke verhevenheid vasthield en zelfs op het slagveld een nederlaag onbestaanbaar achtte. Karel had lang niet het zelfbewustzijn van een Cromwell. Hij schermde zich af in een barokke schijnwereld van pracht en praal. 'Een hof voorzien van spiegels in plaats van ramen', aldus Derek Wilson. 'Een narcistisch hof'.

De koning stapte af van zijn aanvankelijke tolerantie jegens protestanten. Zijn voorgangers Jacobus I en Elizabeth I hadden een veel grotere religieuze bandbreedte in hun kerk geaccepteerd. Maar Karel liet zijn anglicaanse aartsbisschop Laud tot in details voorschrijven hoe de parochiekerken er uit moesten zien en hoe de diensten moesten worden gehouden.

Heel wat predikanten van meer calvinistische stromingen (het waren er talloze) verzetten zich en werden verjaagd. Laud had oorspronkelijk veel aanhang, maar hij werd steeds extremer en op de duur 'de meeste gehate man van Engeland'. De auteur trekt hier een ietwat krasse vergelijking met Margaret Thatcher en haar populariteitscurve. Toen aartsbisschop Laud ten slotte op parlementair bevel werd geëxecuteerd, stak de koning geen vinger uit.

Wilsons portret van Oliver Cromwell is het meest indrukwekkend. Na zijn dertigste verjaardag onderging hij een plotselinge bekering. Hij voelde sindsdien een speciale relatie met het Opperwezen. SGP'ers zouden van 'bevindelijk' spreken. Cromwell werd een bezield parlementariër en een hoogst originele generaal, die met zijn New Model Army 'bad, preekte en vocht'.

Juist dat leger zou de doorslag geven toen Karel I het onwijselijk en onnodig op een burgeroorlog liet aankomen, omdat hij geen parlementaire inbreuk op zijn sacraal-koninklijke oppermacht verdroeg. Hij maakte zich belachelijk door met vijfhonderd piekeniers in het Lagerhuis te verschijnen, maar de vijf parlementaire leiders die hij wilde arresteren, waren al gevlucht.

Cromwell was in de burgeroorlog (nog) geen opperbevelhebber van het parlementaire leger. Maar hij was wel de grote winnaar van de beslissende slag bij Naseby (juni 1645). Overigens een slag waaraan de koning zich had kunnen en moeten onttrekken. Maar deze was eigenwijs. Cromwells overwicht van veertienduizend tegen negenduizend man leek Karel geen groot probleem. Beide opponenten wisten immers God aan hun zijde.

De koning heeft nog enige malen zijn hoofd en zelfs zijn titel kunnen redden. Cromwell ging serieuze onderhandelingen over herinstallatie met hem aan. Maar Karel wilde geen constitutioneel koning zijn onder een parlement, waarvan Cromwell overigens de meest radicale vreugel onschadelijk had gemaakt. De koning brak de onderhandelingen zo bruusk af, dat Cromwell en anderen hem nooit meer vertrouwden. Later slaagde de koning er niet in te ontsnappen van het eiland Wight, onder meer omdat hij zijn lichaamsomvang onderschatte in relatie tot het vluchtraam.

Karels executie, een van de meest schokkende gebeurtenissen in de Engelse geschiedenis, is door Cromwell bepaald niet verlangd. Hij wilde het onbeperkt koningschap de doodsteek toebrengen, niet het koningschap of de koning zelf. Maar hij koos toch voor het vonnis, zij het na lang gewetensonderzoek.

Het leek eind 1648 het minste kwaad. Als Cromwell een proces tegen Karel had geweigerd, zouden de radicalen in het leger tot alles in staat zijn geweest, met complete anarchie als vrijwel zeker gevolg. Bovendien zou een nog levende koning alle koningsgezinden blijven motiveren, een moreel-strategisch probleem dat later ook bij de Franse en de Russische revolutie speelde.

Cromwell regisseerde het proces én het doodvonnis, dat overigens zeer omstreden was. Hij woonde de onthoofding niet bij. Maar volgens een beroemde legende opende hij 's nachts de kist waarna hij mompelde: 'wrede noodzaak'. Later weigerde Cromwell het koningschap voor zichzelf. De auteur meent dat hij in het machtsvacuüm na de eerste burgeroorlog én wegens zijn grote populariteit het leiderschap ('Lord Protector') min of meer opgedrongen kreeg.

Deze aanstichter (en winnaar) van de Eerste Zee-oorlog met Nederland komt er in dit boek stukken beter af dan in veel Nederlandse geschiedschrijving. Het is een onmiskenbaar voordeel dat de auteur ook romanschrijver is. Oliver Cromwell en Karel I worden ontroerend menselijk geportretteerd én fascinerend beschreven in hun nietsontziende religieuze vervoering. Een voortreffelijk boek.

Meer over