de klassieke wereld

Eersteklas oudheid

De oudhistoricus Robin Lane Fox was de wetenschappelijk adviseur bij Oliver Stone's film Alexander. Voor dat werk wilde hij geen honorarium, maar eiste hij wel dat hij bij gevechtsscènes paardrijdend in beeld zou komen.

Zijn grote passie voor paarden (en de jacht) is ook in zijn boek De klassieke wereld terug te vinden. Een van de centrale figuren is keizer Hadrianus (117-138), die Lane Fox's hobby's deelde. Deze keizer wordt zeer positief neergezet. Te positief. Lane Fox roemt de belangstelling van de keizer voor architectuur en vormgeving en illustreert dat met een anekdote. Hadrianus bemoeide zich, voordat hij keizer werd, met plannen van de architect Apollodorus, 'een bouwkundig genie'. Maar die vertelt de keizer dat 'hij zich moest beperken tot het tekenen van "stillevens" in plaats van huizen'. Lane Fox houdt hier op. Het verhaal van de bron, de auteur Cassius Dio, gaat echter verder.

Na zijn troonsbestijging probeerde Hadrianus alsnog zijn gelijk te halen. Hij stuurde Apollodorus plannen voor een nieuwe tempel voor Venus en Roma. Opnieuw had de architect kritiek (de standbeelden waren zo groot, dat de godinnen de tempel niet konden verlaten als ze zouden opstaan), waarop de gefrustreerde keizer hem executeerde.

Doordat het laatste deel van de anekdote wordt weggelaten, is het beeld van Hadrianus in De klassieke wereld een stuk positiever dan de werkelijkheid. Natuurlijk is dit een detail, en is het onvermijdelijk dat in een boek van ruim achthonderd pagina's waarin ongeveer duizend jaar geschiedenis beschreven staat, zaken achterwege worden gelaten. Tegelijk is het veelzeggend als de negatieve kanten van een belangrijk personage zo overduidelijk niet worden vermeld.

Hadrianus, met wie Lane Fox zich op sommige momenten lijkt te identificeren, was een romanticus en groot reiziger in de klassieke wereld, 'de enige keizer die die wereld met eigen ogen heeft kunnen aanschouwen'. Maar hij was ook een rancuneuze man die zijn macht willekeurig misbruikte. Dat is niet het beeld van de oudheid dat Lane Fox wil laten zien. Zijn klassieke wereld is, net als het Latijnse woord classicus, dat naar de zware infanterie van de Romeinse legers verwees, eerste klas.

In De klassieke wereld probeert Lane Fox de vraag te beantwoorden wat in de antieke wereld 'klassiek' was. Hij bekijkt daarvoor een periode die begint met Homerus (ca. 750 v. Chr.), en eindigt bij Hadrianus. Weinig andere auteurs kunnen op dit enorme terrein de brille en kennis van zaken evenaren die Lane Fox laat zien. Zijn bronnenkennis is ontzagwekkend. Bovendien is hij een rasverteller, die op even enthousiaste als onderkoelde toon zijn verhaal kan doen. Dat was al duidelijk in zijn vorige, veelgeroemde boeken Alexander de Grote, De droom van Constantijn en De Bijbel, waarheid en verdichting , en het blijkt ook hier.

In het verhaal over de manier waarop Grieken zich in de 5de eeuw voor Christus in het Mediterraanse gebied verspreidden, beschrijft hij een obscuur versje, dat in een penisvormige steen was uitgehakt: 'Ik ben Heer Behager, de dienaar van de heilige Aphrodite.' 'De eerste persoon in Frankrijk die zichzelf een groot minnaar heeft genoemd', schrijft Lane Fox, 'is dus een Griek geweest.'

De klassieke wereld is geen traditioneel overzichtswerk, maar richt zich vooral op de cultuurveranderingen in de Mediterrane wereld, en de samenhang tussen de Griekse en Romeinse geschiedenis. De belangrijke gebeurtenissen worden genoemd, maar de nadruk ligt op twee perioden die Lane Fox als de 'klassieken' van de oudheid definieert: Athene van de 5de eeuw voor Christus tot de tijd van Alexander de Grote, en het Romeinse rijk van de 1ste eeuw voor Christus tot de dood van de eerste keizer Augustus in 14 na Christus. Daar schrijft hij met enthousiasme over personen die nog steeds tot de verbeelding spreken, zoals Alcibiades, Pericles, Cicero en Caesar.

Ook beschrijft Lane Fox zaken als Griekse religie, vrouwen en kinderen,

belastingtechnieken in de Hellenistische wereld, amusement in Rome en de laatste dagen van Pompeii. Deze meer thematische onderwerpen worden wel steeds in een historische context geplaatst, om de suggestie te vermijden dat er algemene opmerkingen over bijna een millennium geschiedenis te maken zijn, of dat de klassieke wereld een statische eenheid vormde. Lane Fox probeert die lange periode toch samenhangend te maken door steeds aandacht te schenken aan drie voorkeursonderwerpen van antieke geschiedschrijvers: vrijheid, recht en luxe.

Weelde was vanzelfsprekend voor Homerische helden, maar veel later onacceptabel voor de elite in de Romeinse Republiek, die zelfs wetten tegen de zucht naar luxe uitvaardigde. Vrijheid bleek door de eeuwen heen een relatief begrip: zo werden in 189 voor Christus delen van westelijk Azië door Rome bevrijd (en tegelijkertijd bezet) van de Griekse overheersing, die was begonnen met de 'bevrijder' Alexander de Grote. Ook de overwinning van Caesar in de burgeroorlogen die de val van de Republiek aankondigden, werd als een bevrijding van zijn tegenstanders gepresenteerd. De vraag naar de meest 'rechtvaardige' manier van heersen komt ook steeds terug en staat centraal in een uitgebreide discussie over de Atheense democratie.

Toch is de keuze voor de kernonderwerpen, en eigenlijk ook voor de klassieke perioden en locaties, vertekenend. Het boek brengt bijna alleen de elite van de antieke wereld in beeld en benadrukt voornamelijk de grootsheid van de oudheid . Ondanks de aquaducten en badhuizen leefde het merendeel van de Romeinse bevolking in stank en onzekerheid. De Atheense democratie was weliswaar goed voor zo'n vijftigduizend burgers (en van hen dan nog voornamelijk de mannen), maar een stuk slechter voor de waarschijnlijk honderdduizend slaven.

Daarbij negeert Lane Fox de wereld buiten de klassieke kerngebieden, terwijl juist naar de interactie tussen Grieken, Romeinen en 'barbaren' de laatste jaren veel goed onderzoek is verricht. Dat geldt ook voor de periode na de regering van Hadrianus tot en met de val van Rome in de 5de eeuw na Christus.

Aan de universiteit van Oxford, waar Lane Fox al dertig jaar doceert, houdt onderwijs in de Romeinse geschiedenis op bij Hadrianus, omdat er daarna geen klassieke auteurs meer zouden zijn. Het is jammer dat Lane Fox die strakke en vertekenende definitie volgt. Daarom is er in zijn boek slechts marginaal ruimte voor de opkomst van het christendom en voor het Romeinse recht - beide belangrijke erfenissen van de antieke wereld, en onderwerpen waar Lane Fox ongetwijfeld interessante verhalen over had kunnen vertellen.

Meer over