De keuze van Obama

De Amerikaanse president en First Lady mogen voor het Witte Huis kunstwerken lenen uit de nationale musea. De keuze van de Obama’s is breder en moderner dan die van al hun voorgangers....

Voor het leger conservatieve bloggers dat elke daad van Barack Obama belachelijk maakt, is de nieuwe kunstcollectie van het Witte Huis een geschenk. Neem het schilderij I think I’ll... van de Californische kunstenaar Ed Ruscha. Dat ‘verheerlijkt de twijfel’, schreef een van hen, met teksten als ‘Maybe yes’ en ‘Maybe no’ tegen een oranje zonsondergang. Net iets voor een president die nu al maanden aarzelt of hij extra troepen naar Afghanistan moet sturen. Om maar niet te spreken over het ‘plagiaat’ van de politiek correct gekozen zwarte kunstenares Alma Thomas.

Op kunstkenners en critici hebben de Obama’s meer indruk gemaakt met hun keuze. ‘Er zitten een paar erg interessante figuren tussen. Het is interessanter en toont grotere diversiteit dan ik ooit heb gezien’, zei Kerry Brougher, hoofdcurator van het Hirshhorn-museum voor moderne kunst in Washington. Persbureau AP sprak zelfs van een ‘stille culturele revolutie’.

Het is een voorrecht om jaloers op te zijn: na je verhuizing in de nationale musea kunstwerken lenen om aan de muren te hangen. De president en de First Lady mogen dat. Ze kiezen werken uit voor de werkvertrekken en het woongedeelte van het Witte Huis, die weer terug naar de musea gaan als ze plaatsmaken voor de volgende president. Ze kunnen ook werken aankopen voor de permanente collectie, maar die worden eerst uitgebreid gewogen, moeten 25 jaar oud zijn en liefst van een kunstenaar die al dood is.

Echt koninklijk wil het leenrecht niet worden: zoals de directeur van de National Gallery uitlegde, leent het museum geen werken uit die worden tentoongesteld, en ook geen werken die mogelijk gebruikt worden bij komende exposities. Daarom zit er veel onbekends bij de lijst van Obamakunst.

Maar de magazijnen van de musea zijn diep genoeg om het presidentiële paar in staat te stellen een eigen accent te zetten. Jacky Kennedy maakte indruk met de Cézannes die ze koos, Hillary Clinton liet De Kooning en Kandinsky ophangen. George en Laura Bush hadden een reeks landschappen uit hun geliefde Texas aan de muur.

De Obama’s stellen een collectie samen (ze krijgen nog steeds nieuwe kunstwerken in overweging) die breder en moderner is dan die van al hun voorgangers. Dat past in een ambitieus plan: nog voor hun intrek in het Witte Huis lieten Michelle en Barack Obama weten dat ze het gebouw wilden ‘openstellen voor de mensen’ en er – net als onder de Kennedy’s – een centrum van kunst en cultuur van willen maken.

Na de acht relatief rustige jaren onder George W. Bush hebben de Obama’s in hun eerste acht maanden al een reeks op televisie uitgezonden concerten en avonden gehouden met een keur aan bekende Amerikaanse artiesten: een poetry slam, een jazz-avond, een country-avond, een klassieke avond, een Latino-avond. De muzikanten hielden voor de concerten steeds workshops met scholieren en studenten.

‘We zijn hier om de macht van woorden en muziek te vieren, die ons in staat stelt van schoonheid te genieten, maar ook om pijn te begrijpen’, zei Obama bij de eerste in de reeks. ‘Het is een zegen dat deze regering de kunsten op waarde schat’, vond Esperanza Spalding, een opkomend jazz-bassiste die al twee keer in het witte Huis heeft opgetreden.

Steeds leggen de Obama’s de nadruk op de etnische diversiteit van Amerika’s cultuur. Zo gebruikt Michelle Obama haar kledingkeuze, door miljoenen op de voet gevolgd en geïmiteerd, om jonge ontwerpers van verschillende etnische achtergrond in de schijnwerper te zetten.

De kunstcollectie moest dezelfde open en diverse uitstraling geven, naast de vele traditionele landschappen, afbeeldingen van de geschiedenis en portretten die het Witte Huis domineren. Een presidentieel woordvoerder zegt dat de Obama’s van alle soorten kunst houden, maar ‘de permanente collectie willen aanvullen’ en ‘een nieuwe stem geven’ aan Amerikaanse kunstenaars van alle rassen en achtergronden.

Zo hangen er nu werken van twee contemporaine zwarte Amerikaanse kunstenaars: William H. Johnson and Glenn Ligon. Diens Black Like Me No. 2 uit 1992 verwijst naar een boek waarin de blanke hoofdpersoon zijn huid zwart maakt en door het zuiden van de VS reist.

De Obama’s hebben in Chicago al belangstelling getoond voor moderne kunst. Voor de inrichting van hun Witte Huis huurden ze Michael Smith in, interieurontwerper van Hollywood-sterren. Hij stelde met Michelle Obama een lijst van kunstenaars op waarmee hij naar de hoofdstedelijke musea stapte.

Ze kwamen onder meer uit op Jasper Johns’ loodreliëf Numerals, 0 through 9, Mark Rothko’s televisiescherm en Nicolas De Staels pakkende abstracte schilderij Nice uit 1954. Er zijn twee bronzen danseresjes van Edgar Degas, stillevens van Giorgio Morandi, maar ook het grote, kleurige schilderij Berkeley No. 52, van Richard Diebenkorn. Curieus is de keuze voor een paar Amerikaanse patenten als kunstwerk, zoals de eerste telegraafmachine van Samuel Morse.

De marktwaarde van een kunstenaar gaat doorgaans omhoog als zijn werken zijn uitverkoren voor het Witte Huis. Zo stegen de prijzen van de Texaanse kunstenaar Tom Lea met 300 procent nadat George W. Bush Lea’s Rio Grande in de Oval Office had laten ophangen.

De keuze is ook altijd politiek, zoals elke handeling van de president. Toen Bush het schilderij The Builders aankocht voor het Witte Huis, kreeg hij applaus omdat Jacob Lawrence een zwarte kunstenaar is. Maar er was ook kritiek dat de zwarte mannen op het schilderij nederig handwerk verrichten.

Obama gaf meteen na zijn aantreden een bronzen buste van Winston Churchill in de Oval Office terug aan de Britse ambassade. Hij verving hem door een buste van Martin Luther King van de zwarte beeldhouwer Charles Alston. Critici verweten hem dat hij bondgenoten had beledigd.

Andere kunstwerken zijn volgens sommige polemisten weer niet links genoeg. De 19de-eeuwse afbeeldingen van het indianenleven door George Catlin zijn het werk van een ‘blanke kolonialist die staart naar de overwonnen volkeren’, schreef Washington Post-criticus Blake Gopnik. Kunstcriticus Charlie Finch klaagde dat er maar zes werken van vrouwen in de nieuwe collectie zaten en stelde provocerend dat Obama ‘op het gebied van kunst zo rechts is als Bush’.

Deze critici werden weer voor gek verklaard door de bekende New Yorkse kunstcriticus Jerry Saltz, die vol lof is over de verrassende keuze van de Obama’s. Hij stelde zich ook teweer tegen de rechtse kritiek op Ed Ruscha’s twijfel-schilderij: ‘I Think I’ll... brengt zonder inspanning een psychische inclinatie over het paradoxale te aanvaarden en er vrede mee te hebben dat de wereld niet alleen goed en slecht is.’ Dat past uitstekend bij Obama’s aard om grondig over zaken na te denken, vindt Saltz.

Meer over