BOEKRECENSIEIn mijn mand

De kersverse Dichter des Vaderlands vraagt zich af wat genade is ★★★★☆

Lieke Marsman, de kersverse Dichter des Vaderlands, regeert in haar mooie nieuwe bundel met licht en zwaartekracht.

Lieke Marsman Beeld Merlijn Doomernik
Lieke MarsmanBeeld Merlijn Doomernik

Wanneer ik Lieke Marsman lees, moet ik soms denken aan Simone Weil, de Franse filosoof die ooit schreef dat alle bewegingen van de ziel worden geregeerd door wetten die analoog zijn aan de zwaartekracht. Eén vormt daarop de uitzondering, en dat is de genade. Marsmans eerdere werk kent een aangename lichtheid, niet te verwarren met lichtzinnigheid, die maakt dat haar verzen in een genadevolle dans aan de zwaartekracht weten te ontsnappen. Ook in de nieuwste bundel van de kersverse Dichter des Vaderlands, In mijn mand, klinkt nog iets van diezelfde toon. Al dwong een minder vergevingsgezind lot – in 2017 werd kraakbeenkanker bij haar geconstateerd – Marsman de vraag te stellen wat genade eigenlijk is.

Zo schrijft ze in het derde gedicht uit de reeks ‘universele esthetiek’: ‘Is genade dat je gegeven wordt dat je niet sterft/ vandaag of dat je je aanstaande dood leert aanvaarden?’ En ze geeft direct het antwoord: ‘Ik ben bang voor het tweede, dus wil ik er/ voorlopig niets van weten.’ Gaandeweg het gedicht lijkt ze van gedachten te veranderen en blijkt er in een wereld waarin schoonheid een massaproduct is soms toch iets van hoop schuil te gaan. ‘Een gemiste afslag’, schrijft Marsman, ‘kan tot genade leiden./ Eén overwoekerde wegwijzer/ en je staat oog in oog met het sublieme.’ Dat laatste had ze kort daarvoor nog afgedaan als iets waarop geesteswetenschappers soms een hele carrière bouwen (een karikatuur, want ik ken er, eerlijk gezegd, haast geen een bij wie dat nog lukt). Aan het eind van het gedicht verschuift het oordeel. Het sublieme, zo blijkt, moet niet worden nagejaagd in de regels van de poëzie. Soms duikt het plotsklaps op, juist in het naakte gegeven van het leven zelf: ‘De waarheid behoeft geen nooduitgangen meer/ en alsof er een soort fotosynthese plaatsvindt/ verschrompel je niet, maar scheidt zelfs zuurstof uit./ Genade.’

Sociaalkritische poëzie

In de afgelopen jaren is de zwaartekracht steeds meer aan Marsmans woorden gaan hangen. De poëzie werd sociaal bewuster, geëngageerder zo je wil. In haar vorige boekje, De volgende scan duurt vijf minuten, leidde dat tot een combinatie van poëzie en pamflet, waarbij dat laatste toch echt het onderspit moest delven. Ook in In mijn mand is een hele reeks expliciet sociaalkritische gedichten opgenomen. Het zijn opvallend genoeg niet de sterkste verzen in de bundel. Waar haar poëzie doorgaans weet te verrassen door de eigenzinnige, ogenschijnlijk spontane beeldassociaties, lijkt dat sociaal bewogene de gedichten aan de grond te willen houden. We weten ook zonder poëzie dat Nederland een hypocriet immigratiebeleid hanteert, dat homohaat soms openlijk bon ton is of dat, in weerwil van wat politici ons willen doen geloven, de neoliberale economie nog altijd heerst. Maar lees ik dan een regel als ‘de hitte omhult ons als een sarcofaag’, waarin wie het wil naast de drukkende warmte van de zomer wellicht ook een hint van klimaatverandering kan lezen, dan denk ik: parbleu, om deze reden lees ik Marsman graag.

Twee krachten, schrijft Simone Weil, regeren het heelal: licht en zwaartekracht. En met dit duo regeert ook de nieuwe Dichter des Vaderlands. Zo corrigeert ze Proust – tja, waarom ook niet – die beweerde dat de kracht die in één seconde het vaakst om de aarde gaat pijn is: ‘… maar hij vergat het licht’, schrijft Marsman, ‘dat het allersnelste is/ en altijd met dezelfde snelheid reist. Licht/ dat pijn kan doen verbleken.’ Licht dat pijn kan doen verbleken – ook daarom lees ik Marsman.

null Beeld Pluim
Beeld Pluim

Lieke Marsman: In mijn mand. Pluim; 34 pagina’s; € 21,99.

Meer over