De jongste zoon

Een jongen uit de provincie ontdekt het leven in de grote stad

Daniëlle Serdijn

Het zijn de vroege jaren tachtig. Een jongen loopt een platenzaak binnen. Vanuit Turnhout reist hij om de zoveel weken naar Antwerpen om er op zoek te gaan naar bepaalde plaatjes. Hij heeft zich 'voorbereid' op zijn bezoek aan de grote stad: streepjesbroek, glimmende puntschoenen en een button met de beeltenis van Ian Curtis op zijn jasje. Terwijl hij in de winkel door de bakken graait, komt er een punker op hem af. 'Nepgast', sist die hem toe.

De jongste zoon, het romandebuut van de Vlaming Bart Meuleman (1965) bevat een keur aan dergelijke tragikomische passages. De teneur is steeds dezelfde: je kunt de jongen wel uit de Kempen halen, maar de Kempen niet uit de jongen. In deze collageachtige roman opgebouwd uit verhalen, essays en herinneringen, vertelt Meuleman hoe zijn alter ego zich een weg probeert te vinden in de wereld van kunst en cultuur.

Iedere stap voltrekt zich schoorvoetend, provinciaal verlegen. Op de punker in de platenwinkel hoopt hij later ooit nog wraak te nemen; een moment dat zich met de verschijning van dit boek, dit verslag van culturele zelfverwezenlijking, heeft voltrokken.

Bevlogen maar niet zonder beheersing schrijft Meuleman over z'n bronnen van bewondering. Zo valt hij als jongmens voor het Duitse accent van de hese Nico op het album The End. Even oprecht klinkt zijn lofzang op het werk van schrijver en streekgenoot Leo Pleysier. Hulde is er voor het Kempense landschap en de rivier de Aa, voor het heimweeproza van Maurice Gilliams waarin hij 'de robuuste vorm' ontdekt, voor de schilderkunst van Mondriaan en De Kooning, voor pop en klassiek, aan ons gepresenteerd als nooit eerder getoonde vondsten.

Van zijn ouders vervreemdt hij in rap tempo. Net als van de rest van de familie. Dat sommige vogeltjes echt anders zingen dan ze zijn gebekt illustreert Meuleman in een scène waarin hij tante S-ke bezoekt.

'Zal ik een sekske insteken?', vraagt ze Bart. Het woord sekske is hem feitelijk onbekend, maar hij hoort zichzelf automatisch 'ja' tegen haar zeggen. Hij zou aan kunnen voelen wat ze bedoelt, maar geboren onder een totaal ander gesternte dan zijn verwanten zit hij, voor hij het goed en wel in de gaten heeft, naar een pornofilm te kijken in de huiskamer van tante S-ke,die gezellig naast hem zit.

Dwingender dan de familieband is de artistieke bloedgroep waartoe Bart Meuleman behoort. Zoals hij - toch een culturele albino - zijn er meer, waarmee De jongste zoon een verhaal wordt van velen.

De kunsten leiden hem verder in de richting van Brussel waar hij een studie wil volgen aan de filmacademie. In de jaren die volgen, zal Meuleman zich verder ontwikkelen als toeschouwer en bewonderaar. Hij zal dichtbundels publiceren, films regisseren en uiteindelijk deze evenwichtige culturele autobiografie schrijven, De jongste zoon. Opdat iedereen kan lezen wie hij, Meuleman, van meet af aan was. Ook die punker van weleer.

undefined

Meer over