De jongens in de boot

Sport en politiek worden op een pakkende manier in elkaar gevlochten

De nazi's grepen de Olympische Spelen van Berlijn in 1936 aan om een overdonderend propagandistisch spektakel te organiseren. De Spelen moesten het Hitler-regime tegenover de wereld een menselijk gezicht geven en daarnaast de superioriteit van het Arische ras bewijzen. Niet alleen de gouden medailles van de Afro-Amerikaanse atleet Jesse Owens waren pijnlijk voor de Führer. Ook de overwinning van het roeiteam uit de VS was een gevoelige tegenvaller. Het Duitse team, dat bestond uit hoogblonde sportlieden van Germaanse allure, gold als gedoodverfde winnaar.

De jongens in de boot - het boek wordt momenteel verfilmd - vertelt het verhaal van het glorieuze Amerikaanse roeiteam. Het is een episch drama van acht jonge mannen van eenvoudige afkomst (roeien was destijds een sport voor veelal de beter gesitueerden) uit Seattle, die tegen alle verwachtingen in olympisch goud veroverden. Hun triomf, zo is de expliciete boodschap, was tevens een sportieve overwinning op de barbaarse nazi-dictatuur en haar ideologie. Vrijwel het hele boek vormt de opmaat tot de zinderende grand finale in Berlijn.

Ondanks Browns incidentele neiging tot barokke mooischrijverij is De Jongens in de boot een knap en pakkend boek. De auteur heeft een bewonderenswaardige hoeveelheid research gedaan. Overtuigend beschrijft Brown de individuele lotgevallen van de teamleden, vooral die van de onfortuinlijke Joe Rantz, tegen de achtergrond van de inktzwarte crisisjaren in de Verenigde Staten na de Wall Streetcrash en toenemende dreiging van het nazisme in Europa. Juist deze persoonlijke geschiedenissen en menselijke drama's maken het grote geschiedenisverhaal aanschouwelijk; een welkome aanvulling op de soms wel erg minutieus beschreven roeiwedstrijden als prelude op de Olympische Spelen.

Meer over